Video player inladen...

Een reuzenprostaat heeft niet per se gelijk (en "Het Journaal" had u dat mogen vertellen)

"Het Journaal" van woensdag 13 november had aandacht voor een actie die alle mannen van boven de vijftig oproept om zich jaarlijks te laten screenen op prostaatkanker. De actie werd gesteund door een patiëntenvereniging én zat visueel sterk in elkaar, met een opblaasbare reuzenprostaat, vriendelijk ter beschikking gesteld door farmaceutisch bedrijf Janssen. Er is op zich geen bezwaar tegen zo’n reportage. Maar ze had wel evenwichtiger gekund. 

Zeg wat de bron is. Zéker voor gezondheidsadvies.

De commentaarstem in "Het Journaal" zei letterlijk : “Mannen boven de 50 zouden daarom jaarlijks hun bloed moeten laten onderzoeken.” En daar heb ik een eerste probleempje mee. De commentaar vertelt je namelijk niet wie dat zegt.

Reportagemakers gaan er wel vaker van uit dat het duidelijk is dat wat de commentaarstem zegt,  het standpunt is van wie straks aan het woord komt. Maar dat klopt niet. De kijker gaat er vaak van uit dat wat de commentaarstem zegt geen standpunt is maar in marmer gebeitelde waarheid. Want het is toch de VRT die het zegt! En voor alle duidelijkheid: dat alle mannen van boven de vijftig zich beter jaarlijks laten testen is dus een stàndpunt.  Een standpunt dat lang niet door iedereen wordt gedeeld.

Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg vindt algemene screening niet zinnig

Het Federale Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) raadt een prostaatkankertest alleen aan voor mannen van boven de vijftig die al prostaatkanker in de familie hadden. Voor anderen vindt het KCE de test niet nuttig als er geen klachten zijn. Dàt is ook het officiële beleid want voor mannen zonder familiale voorgeschiedenis wordt de test ook niet terugbetaald. 

De tests zijn niet helemaal betrouwbaar

Prostaatkanker kan ervoor zorgen dat er in het bloed een hoger PSA-gehalte wordt gevonden. (Prostaat-specifiek Antigeen). Maar je kan ook een hoog PSA-gehalte hebben, zonder dat je kanker hebt. En omgekeerd, bij een laag PSA-resultaat, heb je soms toch kanker. Dat kan dus betekenen dat mannen zich ten onrechte bezorgd of opgelucht voelen na een bloedtest. Bij een hoog gehalte is een vervolgtest nodig, een biopsie, maar die kan ook vervelende bijwerkingen hebben.

Behandeling is niet altijd nodig.

Bovendien is de vraag of die test je wel veel leert. Zo kan je met zo’n test niet zien of het om een snelgroeiende of een traaggroeiende tumor gaat. Traaggroeiende tumoren hoeven vaak niet eens behandeld te worden. Vele mannen sterven mét maar niet door prostaatkanker. 

Zo hebben van de 80-plussers meer dan vier op de tien mannen prostaatkanker zonder enig symptoom, zegt het Kenniscentrum. Bij actieve opsporing waren deze mannen wellicht nodeloos behandeld geweest, met hinderlijke bijwerkingen. In het verleden is er heel wat overbehandeling geweest met heel wat negatieve gevolgen voor patiënten, zoals incontinentie en impotentie, zegt het KCE.

Gudrun Briat, Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg: “Als er 1000 mannen tussen de 55 en de 69 jaar zich laten testen, zijn er vermoedelijk twee bij wie de test een leven kan redden, maar zijn er 25 die een overbodige behandeling krijgen. Voor epidemiologen is een algemene screening dan niet zinnig. Je maakt heel veel mensen ongerust. Je maakt ze “patiënt”, terwijl er helemaal geen klachten zijn en behandeling vaak niet nodig is.”

Moet je je nu laten testen of niet ? Het Kenniscentrum heeft daarvoor een uitgebreide brochure opgesteld die u hier terugvindt. 

Maar heel wat urologen willen toch liever testen

De reuzenprostaat stond opgesteld bij het AZ Sint-Jan in Brugge en gaat nog naar een aantal andere ziekenhuizen. Uroloog Jo Ampe van Sint -Jan pleitte in de reportage wel voor screening voor ALLE mannen boven de vijftig. Hij geeft toe dat er in het verleden overbehandeling is geweest, op basis van de stand van de wetenschap toen. Vandaag is er inderdaad het besef dat traaggroeiende tumoren soms beter niet behandeld worden. Maar hij staat nog steeds achter zijn oproep.    

Jo Ampe, uroloog AZ Sint-Jan, Brugge: “We zien de laatste tijd toch weer een stijging in de sterftecijfers. En vooral: we zien nu ook opnieuw meer patiënten die pas langskomen wanneer de kanker verder gevorderd is. En dat vergroot het risico op uitzaaiingen. Heel recente studies wijzen volgens ons toch weer op een positief effect van algemene screening. We moeten zeker niet terug naar overbehandeling, maar ik denk dat een genuanceerde benadering mogelijk is. ”  

De Belgische urologen hebben dit weekend een congres waar ze over het onderwerp zullen praten.  Ook op Europees vlak wordt er gelobbyd om het beleid te wijzigen en een prostaatkankertest aan te raden aan alle mannen boven de vijftig. Of die recente studies doorslaggevend zijn, zal nog moeten blijken. Ook de houding van het Federale Kenniscentrum Gezondheidszorg blijft belangrijk.

De reportagemaker moet gewoon zéggen wat de stand van zaken is

VRT NWS kan dit soort discussies niet beslechten. De redactie is geen wetenschappelijke instelling. Beide partijen hebben wetenschappelijke geloofwaardigheid en de discussie kent ook vele nuances. Maar de reportagemaker moet in de reportage wel aangeven dat er discussie bestaat.  En hij moet aangeven dat wat de actie vraagt, op dit moment niet het officiële beleid is.

De expertise van de redactie werd niet gebruikt

De eindredacteur die opdracht gaf tot de reportage en de journalist die ze maakte hebben geen contact gezocht met de wetenschapscel op de redactie. Nochtans is die juist voor dit soort dingen in het leven geroepen. Journalist en eindredacteur waren allebei erg overtuigd van het belang om over prostaatkanker te berichten en taboes errond te doorbreken. Prima. Maar de research had beter gekund. Informatie over de mogelijke nadelen van algemene prostaatkankerscreening is ook op internet echt niet moeilijk te vinden.

Er werd traag gereageerd op de kritiek op de reportage

Op de reportage kwamen reacties van SKEPP (studiekring voor kritische evaluatie van pseudowetenschap) en Domus Medica (wetenschappelijke huisartsenvereniging).  Maar ik was een beetje teleurgesteld in de snelheid van de reactie daarop. Pas na een kleine week werd de reportage op de website aangevuld met een verwijzing naar het officiële beleid en een link naar de brochure die het Federale Kenniscentrum verspreidt. Dat had iets sneller gemogen, maar het is goed dat het is gebeurd. 

Conclusie :

De opblaasbare reuzenprostaat gaat nog langs heel wat andere ziekenhuizen toeren. Mensen kunnen hem tegenkomen. Het is niet vreemd dat een Journaalreportage dan uitlegt waarover het gaat. Maar vooral: een journalist die verslag uitbrengt van een actie moet zich ook altijd afvragen: “Wat vinden de mensen die hier niet zijn?”, “Wat is nu eigenlijk de stand van zaken?”  Dat laatste had beter gekund en dat was allicht ook beter gelopen als de meer gespecialiseerde journalisten geraadpleegd waren.