75 jaar geleden: een Joodse bakker, bedenker van de "Antwerpse Handjes", getuigt over de kazerne Dossin

Jos Hakker was niet alleen de uitvinder van de "Antwerpse Handjes" maar ook  de eerste Jood die getuigde over het verzamelkamp Kazerne Dossin in Mechelen. Hij kon ontsnappen uit de trein die hem naar Auschwitz moest brengen en dook onder in het verzet.

Dit is een bijdrage van Veerle Vanden Daelen. Zij is historica en algemeen directeur a.i. en conservator van de Kazerne Dossin in Mechelen. Zij heeft vooral gewerkt rond de terugkeer van Joden naar Antwerpen en de heropbouw van het dagelijks leven na de Tweede Wereldoorlog. Eindredactie Jan Ouvry. Meer over de Joodse gemeenschap in ons land tijdens en na de oorlog vindt u hier.

Jos Hakker was een ondernemende banketbakker in de Provinciestraat in Antwerpen. Op zijn initiatief organiseerde de Antwerpse banketbakkersvereniging in 1934 een wedstrijd om Antwerpen een culinaire specialiteit te schenken. Hakker nam zelf ook deel en won met het intussen algemeen bekende “Antwerpse Handje”. Wanneer je een doos “Antwerpse Handjes” opent, ontdek je samen met de koekjes de legende  van reus Antigoon en Brabo.

Lang was het minder bekend dat deze succesvolle banketbakker dezelfde Jos Hakker was die de eerste kroniekschrijver was van de Dossinkazerne. Hij was van Joods-Nederlandse afkomst en met zijn familie tijdens de Tweede Wereldoorlog slachtoffer van de Jodenvervolging. 

Tot vandaag mogen alleen leden van de Antwerpse banketbakkersvereniging  (de "syndicale unie") de handjes maken. Beginillustratie, Jos Hakker en het type doos waarin de koekjes werden verpakt in 1946.
De jonge Jos Hakker, tussen zijn broers, in het Amsterdamse weeshuis (Kazerne Dossin, Fonds Hakker).

Jos Hakker is in Amsterdam geboren in 1887. Na het overlijden van zijn  vader wordt hij opgevoed in een weeshuis en krijgt  er een opleiding als pasteibakker. Eenmaal afgestudeerd gaat hij werken in Antwerpen in de bakkerij van verre familie, de Simons-Kahn. Hij ontmoet er zijn toekomstige vrouw Rachel Simons. Het is een coup de foudre. Het koppel trouwt, krijgt  één zoon, Simon, in 1912, en opent een eigen banketbakkerij in de Provinciestraat. De zaak wordt een groot succes.

De familie Hakker-Simons leidt geen religieus joods leven. Jos, sterk betrokken bij de socialistische partij is erg geëngageerd en geïntegreerd in Antwerpen maar houdt tegelijkertijd sterk aan zijn afkomst: hij spreekt uitsluitend “Nederlands Nederlands” en zal nooit een woord Antwerps dialect spreken. Zoon Simon gaat, zoals de meerderheid van de Joodse kinderen, naar het officieel onderwijs. Hij wordt wel verliefd op een jonge vrouw uit een traditioneel orthodox gezin,  Phyllis Wach. Haar ouders zijn  afkomstig uit Oost-Europa.

Kaart gemaakt  bij het 25-jarig huwelijksfeest van Rachel Simons en Jos Hakker. Ook het portret van hun zoon, Simon, werd er op gekleefd (Kazerne Dossin, Fonds Hakker).

De Tweede Wereldoorlog en de Jodenvervolging doorkruisen op drastische wijze het leven van de families. Simon en Phyllis trouwen in februari 1941 in Lyon, waar Phylis met haar ouders naartoe is gevlucht. . In oktober 1942 wordt Phyllis’ vader gearresteerd in Lyon. Hij wordt naar Majdanek gedeporteerd en overleeft niet. Phyllis’ moeder blijft in Lyon tot haar repatriatie in mei 1945.

Enkele weken na hun bruiloft, keren Simon en Phyllis in 1941 terug naar Antwerpen. Simon – die zelf al geregistreerd was door zijn vader – gaat nu zijn vrouw, Phyllis, inschrijven in het Jodenregister van Antwerpen. Op aandringen van de ouders Hakker ontvlucht het jonge koppel  Antwerpen opnieuw in augustus 1942. Samen met drie Joodse kinderen die ze uit de buurt meenamen, kunnen ze  de Zwitserse grens oversteken. De ouders Hakker blijven achter, omdat moeder Rachel te zwaar ziek is.

Simon Hakker en Phyllis Wach in Brussel in mei 1942 (Kazerne Dossin, Fonds Hakker).

Tot die zomer van 1942 maakt Jos Hakker zich geen grote zorgen, ook niet als het dragen van de Jodenster opgelegd wordt, die hij wel als bijzonder stigmatiserend beschrijft en vaak afdekt met zijn aktentas: “Hoewel mijn familie nooit als Joden geleefd heeft en de meeste menschen zelfs onze Joodsche afkomst niet vermoedden, waren wij toch verplicht de ster te dragen met al de nadeelen hieraan verbonden.”

Twee duidelijke verwittigingen doen Hakker de ernst van de situatie inzien: de eerste grote razzia op Joden in Antwerpen die in zijn buurt plaatsvindt in de nacht van 15 op 16 augustus 1942 en de waarschuwing op 22 september 1942 van een vroegere klasgenoot van zijn zoon: “Ik kom als vriend – want ge zult weten dat ik tot de Gestapo behoor. Ik wensch niet dat gij het lot der anderen deelt. Maak dat ge weg komt.” 

Rachel Simons en het gezin Hakker in 1934, kort nadat Jos de wedstrijd met zijn "handjes" had gewonnen (Kazerne Dossin, Fonds Hakker).

Na de dood van zijn vrouw eind oktober 1942 probeert  Jos ook  Antwerpen te ontvluchten. Maar hij wordt gearresteerd, verraden door zijn “passeurs”, die om bij de vlucht te helpen een astronomisch hoog bedrag van 45.000 Belgische frank vroegen. Op 13 november komt  Jos Hakker in de Dossinkazerne terecht.  Hij wordt de kroniekschrijver van het kamp en beschrijft alle feiten zeer nauwkeurig.  Zijn geschriften zijn één van de eerste en zeldzame getuigenverslagen over het verzamelkamp. Zo schrijft hij over de “opname” in het kamp:

Over kerstavond 1942 in de Dossinkazerne schrijft hij:

Op 15 januari 1943 vertrekt vanuit de Dossinkazerne transport XVIII samen met transport XIX. Dit is het eerste konvooi sinds de aankomst van Jos Hakker en het eerste konvooi van het jaar 1943. Geregistreerd als nummer 247 bevindt Jos zich aan boord van de deportatietrein richting Auschwitz-Birkenau, samen met 1623 andere mensen. In totaal komen 1557 gedeporteerden op hun bestemming aan. Zevenenzestig van hen kunnen uit de derde klasse-wagon springen. Veertig van hen, waaronder Jos Hakker, zullen nooit meer worden opgepakt door de nazi's. Zij ontsnappen definitief aan deportatie. Het woord évadé [ontsnapt] is na de oorlog met de hand toegevoegd bij zijn naam op de deportatielijst.

Links, de voorpagina van het boek van Hakker over de Dossinkazerne, rechts een bladzijde van de deportatielijst van het XVIIIe transport, met Jos Hakkers helemaal onderaan (Kazerne Dossin).

Na zijn ontsnapping sluit Jos Hakker zich aan bij het verzet in het Luikse en stuurt hij een kaartje naar Petrus Bolotine, een gemengd gehuwde Belgisch joodse ingenieur. Deze medegedetineerde, toen nog steeds opgesloten in de Dossinkazerne, had hem wat geld bezorgd om te helpen bij zijn ontsnapping. Jos Hakker tekent de postkaart met volgende naam en adres: “Jos. De Springer, rue de la Liberté, Liège”.

Onmiddellijk na zijn ontsnapping begint Jos Hakker met het opschrijven  van wat hij gezien en meegemaakt heeft, niet alleen in de Dossinkazerne, maar ook wat daaraan voorafging. De eerste teksten over de Dossinkazerne verschijnen tussen juli 1943 en januari 1944 in Le Coq Victorieux, een Luikse sluikblad. Op 7 september 1944 publiceert Jos Hakker zijn boekje, “De Geheimzinnige Kazerne Dossin – Deportatiekamp der Joden”. 

Het nummer van “Le Coq victorieux” waarin het eerste deel van de getuigenis van Jos Hakker wordt gepubliceerd (Collectie SOMA, Brussel).

Vrij snel na de bevrijding keert Jos vanuit Wallonië terug naar Antwerpen. Zijn zoon Simon, zijn schoondochter en de twee kleindochters, die intussen in Zwitserland zijn geboren, keren pas  in de zomer van 1945 terug. Samen heropenen ze op 17 september 1945 hun banketbakkerij in de Provinciestraat. Er moet helemaal van nul heropgestart worden omdat alles uit de banketbakkerij verdwenen is. 

Foto gemaakt op de dag van de heropening van de bakkerij in september 1945 (Kazerne Dossin, Fonds Hakker).
Jos Hakker met zijn kleindochters Rafke (Rachel) en Joyce (Kazerne Dossin, Fonds Hakker).

Banketbakkerij Hakker raakt snel opnieuw bekend om zijn vele  Hollandse specialiteiten. Voor Sinterklaas bakken de Hakkers, net als voorheen, heel wat lekkers waaronder speculaaspoppen, marsepeinen fruit en dieren, alsook een alfabet in boterletters. Ook de Antwerpse Handjes maakten opnieuw deel uit van het aanbod. Deze koekjes zijn en blijven een souvenir voor vele toeristen en een erg gesmaakte lekkernij voor de Antwerpenaar. 

De vitrine van de banketbakkerij in de Provinciestraat in Antwerpen, in 1962 kort voor Sinterklaas (Fonds Hakker).

Bij het bevrijdingsweekend dit jaar heeft de stad Antwerpen een speciale “bevrijdingseditie” uitgebracht van de “Antwerpse Handjes”, met in de doos ook, in vier talen, het levensverhaal van Jos Hakker. We hopen dat dit initiatief verder navolging mag kennen. Op deze manier kan de herinnering aan de lange geschiedenis van diversiteit in de havenstad, aan de weerbaarheid van Jos Hakker na zijn uitsluiting en vervolging als Jood en aan zijn ondernemingszin, die het Antwerpse Handje lanceerde,  levendig gehouden worden.  

Links, het type doos waarin van 1934 tot 1940 de "Antwerpse Handjes" werden verpakt. Rechts, bladzijde uit een reclamefolder van bakkerij Hakker uit de jaren 50.