Bossen in België zijn vaak zeer versnipperd, zoals hier in Beringen.

"Postzegelbosjes" blijken veel belangrijker dan gedacht

Kleine bosfragmenten ("postzegelbosjes") zijn belangrijker dan gedacht, zo blijkt uit een nieuwe studie in 16 Europese regio's. In vergelijking met grotere bossen slaan ze per oppervlakte-eenheid meer koolstof op in de bodem, bevatten ze betere voedselbronnen voor wilde dieren en leven er minder teken. Bij ons zijn de kleine bosjes voldoende beschermd, zegt een onderzoeker van de UGent, maar het beleid zou er meer rekening mee kunnen houden bij de vergroening van de landbouw.  

In Europa zijn de bossen erg versnipperd, door wegen, spoorwegen, kanalen en bebouwde zones. Daardoor ontstaan er meer en meer kleine bosjes die enkele hectaren groot zijn of zelfs minder dan een hectare.

Ter vergelijking: een hectare is 10.000 vierkante meter, 100 hectare is een vierkante kilometer en een voetbalveld varieert van zowat een halve hectare tot ongeveer een hectare. De kleinste bosjes die in de studie werden bekeken, waren zo'n 400 vierkante meter. 

Er werd in de studie niet uitgerekend hoeveel van die bosjes er in Vlaanderen zijn, maar het zijn er duizenden, zoniet tienduizenden, zei professor Bosbeheer Kris Verheyen van de Universiteit Gent in 'De wereld vandaag' op Radio1.

Over de biodiversiteit en de ecosysteemdiensten van die bosjes was weinig geweten. De nieuwe studie, die de bosjes in 16 regio's over heel Europa bekeek, van Estland tot in het zuiden van Frankrijk, brengt daar nu verandering in en de resultaten ervan zijn verrassend.  

Meer ecosysteemdiensten

De kleine bosjes lijken vaak op een plek waar men vergeten is de bomen om te hakken, en dus leek het niet erg waarschijnlijk dat ze erg waardevol zouden zijn. Hoe groter het bos, hoe groter de biodiversiteit en dus hoe meer ecosysteemdiensten het kan bieden. Dat leek een logische redenering maar de onderzoekers ontdekten het tegendeel.

“In verhouding tot grote bossen bevatten kleine bosjes inderdaad minder soorten planten en dieren, maar ze leveren wel proportioneel meer ecosysteemdiensten per oppervlakte”, zo zei professor Pieter De Frenne van de UGent in een persbericht van de universiteit. 

“Met ecosysteemdiensten bedoelen we alle diensten die ecosystemen aan de samenleving leveren, bijvoorbeeld natuurlijke bescherming tegen overstroming, bestuiving van gewassen door wilde insecten, natuurlijke waterzuivering, klimaatregulering, recreatie in de natuur, enzovoort”, verduidelijkte professor Verheyen, die het onderzoek mee op poten gezet heeft.

De kleine bosjes bleken beter te scoren dan hun grote broers op drie punten: 

  • ze slaan per oppervlakte-eenheid meer koolstof op in de bodem. Hierdoor wordt er meer van het broeikasgas CO2 uit de atmosfeer gehaald.
  • ze bevatten geschikter voedsel voor wilde dieren, namelijk bessen of jonge boompjes.
  • er leven minder teken, wat het risico op de ziekte van Lyme vermindert bij wandelaars.

Dat komt volgens Verheyen doordat er meer zonlicht kan doordringen in de kleinere bossen en ze vaak wat bemesting krijgen van de landbouwgronden waar ze tussenliggen. Dat maakt dat de bomen er goed kunnen groeien en er ook meer ondergroei is. Uit ander onderzoek is overigens gebleken dat de kleine bosjes nog beter scoren als ze gemengd zijn, dus verschillende soorten bomen bevatten in plaats van één soort. 

Bomen langs een verkeerswisselaar in Antwerpen.

Kleine en grote bossen

De kleine bosjes zijn interessant voor een overheid die het bosbestand wil uitbreiden, er is immers weinig plaats voor nodig, maar bosuitbreiding moet volgens professor Verheyen in 'De wereld vandaag' ook inzetten op de versterking van grote boskernen. Dat is en blijft erg belangrijk, net zoals het verbinden van bosgebieden met elkaar, zo zei hij, maar ook kleine bosjes, die meer verspreid en geïsoleerd liggen, hebben hun waarde en daar zou men bij het beleid ook rekening mee kunnen houden. 

Overigens zijn de kleine bosjes in Vlaanderen voldoende beschermd, aldus Verheyen, maar dat is lang niet overal zo. In Frankrijk bijvoorbeeld vallen ze volledig buiten het beleid en daar kunnen ze dan ook snel op de schop worden genomen.  

Kleine bosjes kunnen ook zeker een rol spelen bij de vergroening van de landbouw, iets wat Europa sterk promoot. Landbouw en bos- en natuurbeheer worden vaak nog los van elkaar beschouwd, maar in een landschap waar ze beide naast elkaar voorkomen, vormen ze echt een geheel en kunnen ze elkaar versterken, zo zei Verheyen. Daar zou het beleid meer rekening mee kunnen houden.

Overigens stellen de onderzoekers in hun studie gerichte beleidsmaatregelen voor om de kleine bosfragmenten te behouden. 

Tot slot zei professor Verheyen nog dat een goed idee zou zijn dat wie een grote tuin heeft, zijn eigen kleine bosje plant, maar het is niet alleen zaligmakend. Ook het veranderen in een soortenrijk grasland is een prima oplossing om van de klassieke, weinig milieuvriendelijke 'gazon' af te raken. 

De studie van het team met onderzoekers van de Universiteit Gent, Katholieke Universiteit Leuven en onderzoekers uit Duitsland, Frankrijk, Zweden en Estland is gepubliceerd in het Journal of Applied Ecology.

Beluister het gesprek met Kris Verheyen uit "De wereld vandaag" hier: