Konden schilders sterven van het schilderen?

Elke week leiden Jos Vandervelden en fotograaf Alexander Dumarey je in de reeks "Op reis met Vlaamse meesters" naar een plek in Vlaanderen of Brussel waar onze grootste schilders hun schildersezel opstelden.  Ooit vonden schilders het de volmaakte plekken om verzinnelijkt te worden op het canvas. Vaak zijn ze het nu nog. Soms zijn ze het niet meer. Het schilderij van toen en het beeld van nu, in 360°.

Vandaag: "De Sint-Hubertusmis in Tervuren" van Hippolyte Boulenger uit 1870 of hoe een getormenteerde schilder vrede vond in de natuur.

© RMFAB, Brussels © MRBAB, Bruxelles © KMSKB, Brussel Where the artist is alive or has been dead less than seventy years ago

In de tijd van Hippolyte Boulenger was Tervuren nog niet de stad van de villawijken, het Koloniënpaleis en de door Leopold II aangelegde brede Tervurenlaan. Vijftien kilometer ten oosten van Brussel lag een kleine dorpskom met hoeves en weiden rond het riviertje de Voer, aan de rand van het imposante Zoniënwoud.

Schilders hoefden Brussel niet ver te verlaten om er een scala  aan landschapstypes te vinden. Een kunstenaarskolonie vestigde zich eind negentiende eeuw in het stadje naar het voorbeeld van de Franse natuurschilders van Barbizon. Hippolyte Boulenger ging de geschiedenis in als de belangrijkste vertegenwoordiger van deze Tervuurse School.

Boulenger schilderde met een rijk, maar donker kleurenpalet. De natuur was bij hem meestal somber en gevoelsgeladen. De verklaring is waarschijnlijk niet ver te zoeken. Zijn leven werd beheerst door alcoholgebruik, zenuwinzinkingen en epilepsie. Hij werd slechts 37 jaar en zou overlijden aan galsteenkolieken. Vrienden van Boulenger zijn blijven geloven dat de doodsoorzaak lag bij zijn gewoonte om zijn penselen in zijn mond te steken...met de verfkant.

Onmogelijk is het niet. Verf heeft zeker en vast doden op zijn geweten in de kunst. Schilders en hun assistenten kwamen eeuwenlang direct of indirect in aanraking met verfsubstanties met grote hoeveelheden chemische stoffen. In het geanalyseerde skelet van schilder Giotto zijn lood, mangaan en zink teruggevonden. Goya kneedde zijn verf met de hand en zou daar ziek van geworden zijn. James McNeill Whistler liep een loodvergiftiging op en mogelijk overkwam het ook Van Gogh omdat hij aan zijn verfpigmenten wel eens likte.

Jagerskapel werd kerk

Het is niet moeilijk om op precies dezelfde plek te gaan staan waar Hippolyte Boulenger in 1870 "De Sint-Hubertusmis in Tervuren" schetste. Boulenger zag zijn tafereel vanuit de huidige Kastanjedreef, met rechts de Sint-Hubertuskapel, links de Warandevijver en verspreid oude en verweerde bomen. In zijn rug ligt het hoefijzervormige stallencomplex, de Panquinkazerne.  Op deze plaats in Tervuren lijkt weinig veranderd te zijn.

Het mysterie zit hem echter in de kapel. Boulenger verving de Sint-Hubertuskapel door een kerk die helemaal niet op deze plaats ligt. Hij schilderde de Sint-Pauluskerk van Vossem, die enkele kilometers verder ligt. Toch is op enkele bewaard gebleven voorstudies te zien dat hij wel de jagerskapel had geschilderd.

Waarom de schilder deze kerk van Vossem beter model vond staan, is nooit achterhaald. Vond hij de picturale kracht van dit pittoreske kerkje veel sterker? Bracht de witte kalkzandsteen van het kerkje meer licht in het herfstachtige schilderij dan de bakstenen Sint-Hubertuskapel?  Of ging het om een opdracht? Het kerkje van Vossem was recent gerestaureerd en had een nieuw leven gekregen nadat het ontheiligd was geweest tijdens de Franse overheersing. 

Albrecht en Isabella

Vermoedelijk bracht Boulenger een voorstelling van de Sint-Hubertusviering die vermoedelijk plaatsvond op 3 november 1870. De cultus van Sint-Hubertus als patroonheilige van de jagers is in Tervuren eeuwenoud, en wordt vandaag nog steeds in stand gehouden. Het Zoniënwoud was ideaal terrein voor jagers.De Hertogen van Brabant hadden er een uitgestrekt jachtdomein.

De Sint-Hubertuskapel is, samen met de stallingen en de vijvers, het enige overblijfsel van het voormalige kasteel van aartshertogen Albrecht en Isabella. Op precies deze plaats lag het binnenhof van het kasteel. Beide hertogen lieten de kapel in 1618 bouwen door Wenceslas Cobergher,  bekend als de bouwmeester van de basiliek van Scherpenheuvel. De vijvers maken nu deel uit van het Park van Tervuren, destijds ontworpen door de tuinontwerpers van Leopold II voor zijn historische wereldtentoonstelling van 1897.

Hippolyte Boulenger betrok een atelier in de stallingen. Ver hoefde hij dus niet te gaan om te schilderen. Toch maakte hij in de openlucht meestal een schets, en werkte hij die verder af in zijn atelier.

En het grijze kerkje dat Boulenger handig door de ruimte deed transporteren? Dat ligt nog steeds ongerept in de dorpskern van Vossem, de kleine deelgemeente van Tervuren. De omringende oude kerkhofmuren lijken het doeltreffend te beschermen tegen de opdringerige moderne wereld.

Volg onze fotograaf op Instagram

"De Sint-Hubertusmis te Tervuren" van Hippolyte Boulenger hangt in het KMSK Brussel