Hoe communautaire tegenstellingen het Belgische klimaatbeleid bemoeilijken

Het had wat voeten in de aarde, maar het Vlaamse klimaatplan ligt er. Milieuminister Zuhal Demir (N-VA) kan naar de klimaatconferentie in Madrid vertrekken. Maar de grote vraag is: volstaat het allemaal wel? Doen Vlaanderen en België genoeg om het fiat van Europa te krijgen? Communautaire tegenstellingen maakten er het Belgische klimaatbeleid niet makkelijker op de voorbije jaren, en dat is nu niet anders. 

Met de presentatie van het Vlaamse luik van het Belgische klimaatplan, is België begonnen aan de eindspurt. Nu moeten de Vlaamse, Waalse, Brusselse en federale luiken tot een geheel worden samengevoegd, en vanuit Europa wordt daar wel wat van verwacht. Een eerdere versie wordt net voor de zomer terug naar de afzender gestuurd, wegens niet concreet en niet ambitieus genoeg.

Of het deze keer wel gaat lukken? Dat hangt af van de mate waarin de regio’s en het federale niveau de komende weken de interne tegenstelling kunnen overstijgen. 

Vier ministers

Het klimaatbeleid is altijd een complexe kwestie in dit land. Ook – en vooral – omdat de staatsstructuur is wat ze is. Niet één, maar vier klimaatministers hebben we. Eentje voor elke regio - Vlaanderen, Brussel en Wallonië – en eentje voor de federale overheid. Met versnipperde bevoegdheden: de federale overheid waakt bijvoorbeeld over kernenergie en energie op zee. Maar energie op land, dat is dan weer een regionale bevoegdheid.

En voor de sterk overlappende bevoegdheid mobiliteit: eenzelfde verhaal. Weer versnipperde bevoegdheden, weer vier ministers, van wie de neuzen bovendien niet altijd in dezelfde richting wijzen. Een voorbeeldje: toen de federale minister Bellot tijdens de voorbije legislatuur over een kilometerheffing wilde praten, kreeg hij daar amper een partner warm voor. Enkel om te praten. Het resultaat is dat iedereen naast elkaar werkt: het Brusselse Gewest plant de komende jaren een slimme kilometerheffing, Vlaanderen en Wallonië willen dat niet. 

Eén plus één blijft twee

In het verleden was het allerminst evident om een coherent klimaatplan voor het hele land uit te stippelen. Heel vaak is dat een simpele optelsom van de regionale en federale plannen. Elk maakt een plan, en die worden bij wijze van spreken aan elkaar geniet. Maar ze klikken daarom nog niet in elkaar tot een coherent geheel. Eén en één blijft altijd twee, maar wordt haast nooit drie.

Als er al een plan is. Want herinner u de vervelende tocht in 2015 van Vlaams milieuminister Joke Schauvliege naar de klimaattop in Parijs, waar ze zonder plan arriveerde.

Communautaire versnippering zou geen probleem zijn als er aan weerszijden van de taalgrens op min of meer eenzelfde manier over de klimaatuitdagingen wordt nagedacht. Wat niet zo is. Kijk naar de plannen die nu in de steigers staan. Vlaanderen wil de CO2-uitstoot met 32,7 procent verminderen, minder dus dan de 35 procent die Europa voorstelt. In Brussel streven ze naar 40 en in Wallonië zelfs naar 55 procent in 2030. 

Klimaatrealisme

De Franstaligen zijn een  stuk “voluntaristischer” dan de Vlamingen, waar de huidige (en ook wel de vorige) regering een “klimaatrealisme” huldigt. Die tweedeling bleek al toen over een grondwetswijziging gestemd werd om een klimaatwet mogelijk te maken. Wie stemde, behalve het Vlaamse Belang, tegen? N-VA, Open VLD en CD&V – niets voor niets de partijen die nu en de voorbije jaren de Vlaamse regering bevolkten.

De Franstaligen zijn "voluntaristisch", de Vlamingen "realistisch"

Of herinner u de nasleep van de klimaattop in het Poolse Katowice, in 2018. Ook daar waren de communautaire tegenstellingen voor iedereen duidelijk. Vlaanderen ondertekende de oproep van onder andere Nederland en Luxemburg om de klimaatambities aan te scherpen, niét. Tot woede van federaal klimaatminister Marghem, die vond dat België maar een belabberd figuur sloeg. “Het imago van België wordt nog maar eens bezoedeld door het totale gebrek aan ambitie van een gewest.” Vlaanderen dus, bedoelde ze. 

Stukje papier

Los van de vraag wie gelijk heeft, is het simpel vast te stellen hoe groot de verschillen zijn. In Vlaanderen gelooft het beleid niet al te hard in van bovenaf opgelegde normen. Dat de 35 procent minder CO2-uitstoot – zo voorgeschreven door Europa – niet gehaald wordt? Geen levensgroot probleem. We halen het wel, zei omgevingsminister Zuhal Demir bij de voorstelling van haar plan. Daar zal de technische innovatie voor zorgen. Van - bijvoorbeeld - een verlaging van de maximumsnelheid op de Brusselse Ring hoeft dan weer niet al te veel verwacht worden. Die is goed voor niet meer dan 0,24 procent van de totale reductie van de CO2-uitstoot die Vlaanderen plant. 

Welk belang er aan de Europese norm wordt gehecht, bleek ook uit een eerdere versie van het plan. Daarin zou Vlaanderen de CO2-uitstoot met slechts 28 procent verminderen. Dat gat van zeven procent zou De Vlaamse regering dan dichtfietsen door emissierechten op te kopen in Europese landen die wel onder de Europese norm duiken. Dat mag van Europa, mits toestemming. Ook al ligt de kritiek op die maatregel voor de hand: je koopt in feite een stukje papier, terwijl dat geld ook kan dienen voor structurele klimaatmaatregelen. 

In een eerdere versie van het Vlaamse klimaatplan werd de CO2-uitstoot maar met 28 procent verminderd

Mag het wat minder zijn?

Nu werd die 28 procent uiteindelijk wat bijgestuurd, maar in Vlaanderen mag het wat minder zijn. Strakke en verplichte regelgeving is niet hoe deze regering de Europese doelstellingen wil bereiken. “Het is belangrijk”, zo zei begrotingsminister Matthias Diependaele (N-VA) bij de voorstelling van het Vlaamse luik van het klimaatplan, “dat we de gezinnen niet verplichten. We moeten ze aansporen om mee te doen. En ze willen dat, ze weten alleen niet hoe.”

Een belangrijk onderdeel daarvan: het mag niet te veel kosten. Vandaar dat Vlaanderen niet wil buigen voor de Europese norm van 25 procent hernieuwbare energie in de totale productie. Vlaanderen houdt het op 18,2 procent, hoe heftig de kritiek van Europa ook is en was op die (relatief) bescheiden inspanning. De voorbije vier jaar kwam er voor hernieuwbare energie sneller productiecapaciteit bij dan de komende tien jaar zal gebeuren.

De inspanningen voor hernieuwbare energie blijven ver onder de Europese norm

Wat volgens Demir alles met de factuur daarvan te maken heeft. “Er is oversubsidiëring geweest van die sector, en dat willen we niet meer. Het heeft twintig miljard gekost”. En dat Europa het anders wil? Tja. “Mogen we nog zelf keuzes maken?” In Vlaanderen geloven de partijen aan de macht, dat het niet anders kan. Vlaanderen heeft te veel industrie voor verregaande maatregelen, én minder open ruimte om hernieuwbare energie op te wekken. Waarbij – in de wandelgangen – openlijk getwijfeld wordt aan de haalbaarheid van de scherpere Brusselse en Waalse klimaatdoelstellingen. 

Nog een paar weken

Aan het einde van de rit zullen de gewesten en de federale overheid het onderling wel eens moeten raken over een Belgisch klimaatplan. Europa houdt geen rekening met deelstaten, en aparte wensen en verzuchtingen. Het kijkt enkel naar België. En als het land de doelstellingen niet haalt, dan kan het daar voor beboet worden.

Dat belooft nog een moeilijke bevalling te worden. Want de aparte plannen liggen er wel, nu moeten ze nog in elkaar geklikt worden. Dat moet bovendien gebeuren voor nieuwjaar, en er zijn nog amper gesprekken geweest daarover. De regionale milieuministers zien elkaar voor het eerst op de klimaatconferentie in Madrid, en hopen al op 18 december knopen door te hakken.

Dat is optimistisch: de onderhandelingen over de doelstellingen voor 2020 duurden acht jaar (met als resultaat dat de doelstellingen niet gehaald zullen worden). Elk afzonderlijk een plan opstellen is één ding, maar de echte ellende begint pas als de kosten en specifieke inspanningen verdeeld moeten worden. Vorige week werd al een eerste schot gelost in de vijandelijkheden, toen Vlaanderen zei dat de federale overheid meer inspanningen moet leveren om emissievrije wagens te bevorderen (nadat ze zelf overigens de premie bij aankoop had afgeschaft). Makkelijk wordt dat niet, maar de klus moet nu wel geklaard worden tijdens de laatste weken van 2019.

Meest gelezen