Van "gekraste 78-toerenplaat" tot "de Fluppe": was taalgebruik van politici vroeger beschaafder?

Het taalgebruik en het discours in de binnenlandse politiek is al meermaals voorwerp van kritiek geweest. De taal van politici zou verharden en agressiever geworden zijn. Maar was het dan vroeger zoveel beschaafder?

“Er zal stevige Vlaamse tandpasta nodig zijn om de rood-groene smaak uit de mond te wassen”, dat was de uitspraak die N-VA-voorzitter Bart De Wever zondag deed voor de microfoons van VRT NWS.

Kristof Calvo van Groen vond de uitspraak “niet netjes” en “een persoonlijke aanval”. In “De ochtend” vroeg Calvo om “meer respect voor elkaar” in de politiek. Even later kon dezelfde fractieleider echter niet nalaten te insinueren dat De Wever seksistisch zou zijn in zijn kritiek op Gwendolyn Rutten, voorzitter van Open VLD. 

Is de taal van politici echt verhard? Zijn dit voorbeelden van een ruwer politiek debat? Politiek commentator Rik Van Cauwelaert vindt in “De wereld vandaag” op Radio 1 van niet. “Je moet eens oude pers uit de negentiende eeuw bekijken. Dat was andere koek. Het ging er veel harder aan toe. Maar ook in moderne tijden. Louis Tobback (Sp.a) was daarin een meester. Hij vergeleek de ene keer de CD&V met een kwal en de andere keer premier Wilfried Martens met Caligula, de gek geworden Romeinse keizer.”

Guy Tegenbos, politiek analist van De Standaard en eveneens oudgediende, herinnert zich ook in de eerste plaats de scherpe Louis Tobback in zijn oppositieperiode. Hoewel net die Tobback door de jonge liberaal Guy Verhofstadt werd verweten “een oude gekraste 78-toerenplaat” te zijn en in “het museum van Madame Tussaud" thuis te horen”. Guy Tegenbos: “Maar nog verder ging Jos Van Eynde, de socialistische politicus in de jaren zestig en zeventig. Dat was pas hard taalgebruik.”

Allemaal niet zo nieuw

Toch verschillen Van Cauwelaert en Tegenbos van mening. “Dit is allemaal niet zo nieuw”, stelt Van Cauwelaert. “Af en toe heb je uitschuivers. Misschien is de tandpasta-uitspraak van De Wever niet goed gevallen. Misschien was dat net de bedoeling. Hij heeft een bepaalde zin voor humor die niet overal aanslaat. Soms nogal sarcastisch. Soms pakt dat goed uit, soms slecht. Ik zou me niet te veel verontrusten. In de politiek kan het snel gaan.”

Guy Tegenbos zag het wel evolueren. “Vroeger was de taal wel degelijk beschaafder, in de meeste gevallen toch. Centrumpartijen bezondigen er zich normaal niet aan. Maar ze voelen aan dat ze scherper moeten worden om gehoord te worden. Dus ook zij verleggen nu de norm.”

Het grote verschil is het medium

Peter Van Aelst onderzoekt politieke communicatie voor de Universiteit van Antwerpen. “Ook ik zie weinig nieuws onder de zon”, zegt Van Aelst. “Het grote verschil is het medium. Het zijn de sociale media die een hardere toon hebben. Daar heb je constant uitspraken, constant communicatie. Het publiek neemt meteen deel in vaak weinig fraaie bewoordingen. Het zet politici in hun hemd. De toon is harder en negatiever. De aandachtsspanne is korter op sociale media. Alles moet snel gebeuren en in korte quotes met veel emotionele reacties.”

Ook de klassieke media zijn verantwoordelijk, vindt Van Aelst. “Journalisten zoeken naar de sensationele uitspraken en niet de meest genuanceerde. Ze zoeken het negatieve dat langer blijft hangen, en vaak de krantenkop wordt.”

“Vlaams Belang domineert de sociale media met hun harde communicatie”, vervolgt Van Aelst.  “Hun folders in de bus waren vroeger ook extreem, maar het lijkt of ze nu meer impact hebben. Hun communicatie resoneert en pikt snel in op de actualiteit. Toch op dit ogenblik zorgt het wel voor een verharding.”

De Fluppe

Maar er is ook een andere trend. Conner Rousseau, voorzitter van de SP.A, zorgde met zijn statement “nie fokke met mij” voor een heel ander geluid. Intussen kondigde hij zijn consultatie bij Koning Filip aan als een bezoek bij “de Fluppe”.

Peter Van Aelst: “Ik hoor hier een heel informele taal. Ik hoor jongerentaal. Rousseau kan hier succesvol mee worden. Ik zou toch oppassen met dit soort taal. Je moet in dit geval als politicus niet verbaasd zijn als het publiek je op dezelfde wijze gaat behandelen. Een beetje afstand is niet slecht. Er schuilt hier zeker een gevaar in.”