11 tot 17 december 1944: Duitsers zetten grote aanval in, de geallieerden zijn verrast

In deze reeks geven we een overzicht van de belangrijkste gebeurtenissen in het laatste jaar van de Tweede Wereldoorlog. Deze week van 11 tot 17 december 1944. In de Ardennen zetten de Duitsers een grote aanval in, de geallieerden zijn verrast.

Totaal onverwacht zijn de Duitse legers een grote aanval in het westen begonnen, en dan nog wel aan de grens met België en Luxemburg, in de Ardennen.

In de vroege ochtend van de 16de december, vanaf halfzes, zijn duizenden kanon­nen beginnen te vuren op een front van zo'n 140 km tussen Monschau en Trier.  Daarop hebben de Duitse legers de grens overschreden. De Duitse aanval is over drie grote legers verdeeld.

De witte pijlen op de kaart geven de Duitse opmars weer van 16 tot 24 december. Beginfoto, militairen van de SS Kampfgruppe Hansen rukken op langs door de Amerikanen achtergelaten materiaal (NARA).

In het noorden - bij de Hoge Venen - is er het 6de SS-pantserleger, onder bevel van SS-Oberstgruppenführer Sepp Dietrich, die de meest fanatieke pantserdivisies omvat. Hun aanval heeft nog niet het verhoopte succes gehad, omdat de tanks worden bijgestaan door infanteriedivisies van onervaren Volksgrenadiere, die als eersten moesten oprukken. Ze werden afge­slacht door de Amerikanen die stand­houden op het plateau van Elsenborn.

Aan de zuidflank wist een groep tanks, de SS-Kampfgruppe Peiper, tegen de avond een bres door de Amerikaanse linies te slaan.

Oprukkende Duitse SS-troepen met  "Sturmgeschütz", een gepantserd voertuig dat vijandelijke tanks moest uitschakelen  (Bundesarchiv Bild ).

Ten zuiden van het SS-pantserleger rukt het 5de Duitse Pantserleger onder de bekwame generaal Hasso von Manteuffel westwaarts vanuit de Schnee-Eifel. Bij Sankt-Vith boden de Amerikanen hevige weerstand. Maar zuidelijker wisten de Duitsers de Our, de grens­rivier met Luxemburg, over te steken.

Na een dag vechten wist het leger van von Manteuffel bij Sankt Vith een geslaagde omsingeling door te voeren. Meer dan 8000 Amerikanen zijn door de Duitse tanks ingesloten.

Andere divisies van het 6de Pantserleger zijn doorgedrongen tot bij de Clerve, een rivier die door het noorden van het Groothertogdom Luxemburg stroomt. De Amerikanen bieden hevig weerstand bij Clervaux. Aan beide zijden worden zware verliezen geleden.

Duitse officieren bestuderen hun kaart tijdens het offensief (Bundesarchiv Bild).

Nog zuidelijker, bij Echternach, wist het 7de leger van generaal Erich Brandenberger al in de vroege ochtend van de 16de de Sûre over te steken, die daar de Duits-Luxemburgse grens vormt. De Amerikaanse troepen zijn daar onder de voet gelopen.

In de nacht voor het offensief begon, waren er al honderden Duitse para's op de Hoge Venen gedropt. Ze moesten de toegangswegen voor de geallieerden afsnijden. Maar de meesten hadden geen geluk: door het slechte weer raakten ze verspreid of liepen verloren.

Het slechte weer – het sneeuwt voortdurend – speelt overigens in het voordeel van de Duitsers. Daardoor kunnen geallieerde vliegtuigen - die veel talrijker zijn dan de Duitse - niet opstijgen.         

Duitse artillerie-eenheid trekt voorbij een uitgeschakeld Amerikaans voertuig (Bundesarchiv Bild).

Geallieerden totaal verrast

De plotse Duitse aanval in de Ardennen heeft de geal­lieerde legerleiding totaal verrast.

De geallieerde inlichtingendiensten hadden maar weinig aanwijzingen van het nieuwe offensief. Dat kwam vooral omdat er geen Duitse radioberichten in die zin waren onderschept. De Duitsers begrepen al een tijd dat de geallieerden hun codeberichten zonder problemen konden ontcijferen en maakten geen gebruik van de radio voor het doorgeven van orders voor “Operatie Herbstnebel” .

In de streek waar er meer dan 400.000 Duitsers aanvallen, zijn er slechts 80.000 man Amerikaanse troepen. Een deel daarvan hebben nog nooit kruitdamp geroken. Andere eenheden bestaan uit soldaten die herstellen van hun zenuwen bij vorige aanvallen. Een groot deel dacht vooral aan enkele rustige kerstdagen.

Twee bemanningsleden van een Amerikaanse tank observeren een Duits luchtbombardement bij het begin van het offensief  (NARA).

Ook de generaals zijn niet voorbereid. Generaal Bradley, de bevelhebber van de 12de Amerikaanse Legergroep die de troepen in deze streek omvat, bevond zich op 16 december op het hoofdkwartier van opperbevelhebber Eisenhower in Versailles. Het nieuws sijpelde pas laat door en Bradley dacht eerst dat het om een afleidingsmaneuver zou gaan. 

Eisenhower heeft meteen kordate bevelen gegeven. Onmiddellijk zijn enkele Amerikaanse pantserdivisies naar de beide flanken van het bedreigde gebied gestuurd.  Die ver­sterkingen kwamen echter te laat om nog iets aan de situatie in Sankt Vith te verhelpen. De tanks werden gehinderd door de chaos van vluchtende soldaten.

Bovendien kregen twee Amerikaanse luchtlandingsdivisies (het 82ste en het 101ste) opdracht om naar de Ardennen op te rukken. Beide divisies waren in de Champagne aan het uitrusten van de voorbije strijd in Nederland. De commandant van de 101ste divisie is op dit moment in Amerika.

Amerikaanse militairen van verschillende eenheden verzamelen in Bastenaken (NARA).

SS-troepen slachten Amerikaanse krijgsgevangenen af

De tanks van de SS-Kampfgruppe Peiper zijn er op 17 december in geslaagd op te rukken tot vlak bij de stad Malmedy, 40 kilometer voorbij wat eens de Amerikaanse linies waren.

Deze groep bestaat uit zware tanks onder bevel van de 29-jarige SS-Obersturmbannführer Joachim Peiper, een van de meest meedogenloze en stoutmoedige SS-officieren, die al meermalen betrokken was bij massamoorden in Rusland.

In de ochtend van 17 december drongen de Duitse tanks het eerste Belgische dorp – Honsfeld - binnen. Ten noorden daarvan, bij Büllingen, wisten ze een groot brandstofdepot buit te maken. Een succes van formaat, want de Duitsers kampen voort­durend met brandstofschaarste.

Amerikaanse militairen op weg naar krijgsgevangenschap in de buurt van Lanzerath in de Hoge Venen (Bundesarchiv Bild).

Bij de inname van Honsfeld hebben de SS’ers 19 ongewapende Amerikaanse soldaten in koelen bloede doodgeschoten. Hetzelfde gebeurde met de 50 Amerikanen die het brandstofdepot bij Büllingen bewaakten.

Verder botsten de tanks op Amerikaanse artilleristen, die toevallig uit Malmedy kwamen. Ze werden gevangengenomen en een paar uur later met machinegeweren neergemaaid. 86 onder hen kwamen om. Enkelen wisten zich voor dood te houden.

De Amerikanen vonden de lichamen van hun neergeschoten mannen op 14 januari 1945 toen de streek werd heroverd. Het nieuws was al wel veel eerder bekend geraakt door enkele overlevenden (NARA).

Deze praktijken zijn niet nieuw voor SS-troepen die aan het Oostfront vochten, maar de Amerikaanse troepen hadden nog maar weinig met de Duitse oorlogsmisdaden kennisgemaakt.

Op de muur van het herdenkingsmonument in Baugnez, Malmedy, staan de namen van alle omgebrachte GI's.

V2 richt bloedbad aan in Antwerpse cinema

In de namiddag van 16 december is Cinema Rex in hartje Antwerpen door een V2 getroffen. De raket sloeg in toen de zaal stampvol zat voor de vertoning van de western The Plainsman van Cecil B. DeMille (met Gary Cooper in de hoofdrol).

Door de ontploffing kwam het betonnen plafond naar beneden en sprong een stookketel, waardoor velen zowel verpletterd als verbrand werden. In totaal zijn er 567 doden en 291 gewonden gevallen. Zowat de helft van de slachtoffers zijn militairen.

Reddingswerkers, militairen en ook Antwerpse brandweerlui, halen doden en gewonden onder het puin vandaan (bron NARA).

De aanvallen op Antwerpen zijn heviger dan ooit. Op dezelfde dag zijn er in totaal 7 V-bommen op de stad afgevuurd. Ondanks alle menselijke ellende is de werking van de Antwerpse haven - het doel van de bommen - niet al te ernstig gehinderd.

Na deze ramp heeft de overheid drastische maatregelen genomen. Alle theaters en cinema’s gaan dicht. Bijeenkomsten van meer dan vijftig mensen worden verboden. Heel wat inwoners verlaten de stad of sturen hun kinderen naar andere oorden.

Naschrift: dit was het grootste dodental ooit als gevolg van één V-bom. 

Glenn Miller vermist

Een militair transportvliegtuig met de bekende Amerikaanse swingmuzikant Glenn Miller aan boord is vermist bij een vlucht boven het Kanaal. Gevreesd wordt dat het toestel is neergestort en dat niemand het overleefd heeft.

Glenn Miller (40) was trombonist, dirigent en arrangeur. Hij werd wereldberoemd door de typische sound van zijn blaasorkest. Zijn arrangementen als In the Mood en Pennsylvania 65.000 werden grote successen. Van zijn eigen composities is vooral de Moonlight Serenade bekend. Met de komst van de Amerikaanse troepen werd die muziek meteen razend populair in het bevrijde Europa. 

Majoor Miller leidde een eigen bigband binnen de US Air Force, waarmee hij de troepen in Europa afreisde. Hij was net op weg naar Frankrijk.

Opmerking : Millers lichaam is nooit teruggevonden. Dat heeft aanleiding geven tot allerlei speculaties over zijn verdwijnen. Het is echter zo goed als zeker dat zijn vliegtuig in het Kanaal is neergestort. 

Glenn Miller voor zijn bigband ( 1940 of 41).

Britten mengen zich in Griekse twist

In Griekenland hebben de Britse troepen nu openlijk partij gekozen in de burgeroorlog die daar is uitgebroken na het vertrek van de Duitsers.

Het communistische verzetsleger ELAS heeft in enkele dagen een groot deel van de hoofdstad Athene en de havenstad Piraeus in handen gekregen. Het schoot in actie nadat eerder doden waren gevallen bij een procommunistische betoging. Alleen het regeringscentrum in Athene is nog in handen van het Britse leger.

De Britten hebben kanonnen en vliegtui­gen ingezet om de regeringstroepen bij te staan. Gevangengenomen partizanen worden vaak ter plekke neergekogeld.

Een Britse tank houdt een kruispunt in het centrum van Athene onder schut dat twee para's willen oversteken. © IWM (NA 20862)

In andere plaatsen in Griekenland is het kalmer. Het ELAS treedt ook elders op, maar vermijdt meestal rechtstreekse confrontaties met de Britten.

De toestand in Griekenland is geen goede publiciteit voor de geallieerden. De nazipropaganda beweert al lang dat het “tegennatuurlijke bondgenootschap” van “bolsjewieken” en “westerse plutocraten” vroeg of laat uiteen zal vallen. 

Gewapende politiemannen observeren linkse betogers die op het Syntagmaplein in Athene voorbij het hoofdkwartier van een aan ELAS verbonden beweging trekken; tekening van de Britse R.A.F.-officier H.W. Hailstone. © IWM (CH 14267)

Wijziging in de Belgische regering

De regering-Pierlot heeft een paar wijzigingen ondergaan. De liberale senator en zakenman Paul Kronacker wordt minister zonder portefeuille belast met de coördinatie van bevoorrading en transport. Hij krijgt opdracht voedsel en belangrijke grondstoffen in het buitenland aan te kopen.

Kronacker is de grote baas van de Tiense Suikerraffinaderij. Hij vluchtte onder de bezetting naar Londen nadat hij geweigerd had zijn fabrieken voor de Duitse oorlogsinspanning te laten gebruiken. Zijn goede kennis van de Britse en Amerikaanse zakenwereld moet helpen bij de bevoorrading van het land. Het idee om een dergelijke minister aan te stellen komt van generaal Erskine, de vertegenwoordiger van het geallieerde opperbevel in België.

Paul Kronacker

Daarnaast wordt minister van Arbeid en Sociale Voorzorg Achille Van Acker ook minister van Volksgezondheid. Die portefeuille was tijdelijk beheerd door minister van Binnenlandse Zaken Edmond Ronse na het ontslag van de communist Marteaux.

De socialist Van Acker werkt immers aan een grote hervorming van de sociale zekerheid. Die beslaat zowel pensioenen, werkloosheid als de ziekteverzekering. 

Van Acker heeft daarover een ontwerp van besluitwet voorgelegd aan de Ministerraad. De regering heeft volmachten gekregen om de hele hervorming zonder voorafgaande goedkeuring van het parlement in te voeren. Wel zullen de parlementscommissies het ontwerp bespreken vooraleer het van kracht wordt.

Achille Van Acker , in het midden met een pijp in de hand, in 1945, tijdens een bezoek aan Frameries (AMSAB).

Duitsland erkent Vlaamse Landsleiding

Duitsland erkent de Vlaamse  Landsleiding als de “drager van een Belgische (sic) regering”.  Dat heeft de Duitse minister van Buitenlandse Zaken von Ribbentrop gezegd in een gesprek met de voorzitter van de Landsleiding, Jef Van de Wiele.

De Vlaamse Landsleiding is een comité van (extreme) Vlaamse collaborateurs die bij de bevrijding van België naar Duitsland zijn gevlucht. Ze vergaderden aanvankelijk in het kasteel van het kuuroord Bad Pyrmont, maar moesten een maand geleden tegen hun zin verhuizen naar Aussig aan de Elbe (Tsjechisch : Ústí nad Labem), in het Sudetenland.

De meeste leden behoren tot de Duits-Vlaamsche Arbeidsgemeenschap (DeVlag) waarvan Van de Wiele de leiding heeft. Die groep is voorstander van een annexatie van Vlaanderen in het Duitse Rijk en heeft nauwe banden met de SS.

Jef Van de Wiele (links) en Cyriel Verschaeve bij een plechtigheid op de Duitse begraafplaats in Langemark op 21 augustus 1944.

De grootste collaboratiebeweging, het VNV, weigert mee te doen. VNV-leider Hendrik Elias werd meermalen daartoe aangezocht. Elias is wel naar Duitsland gevlucht, maar onthoudt zich van elke politieke activiteit.

Enkele prominente partijloze collaborateurs zijn tot “adviseurs” van de Landsleiding benoemd: het flamingante boegbeeld August Borms, de priester-dichter Cyriel Verschaeve en de jurist Antoon Jacob.

Het is de bedoeling dat bij een herovering van België door Duitsland Van de Wiele effectief de leider wordt van Vlaanderen (als een Duitse Reichsgau). Léon Degrelle kreeg al een dergelijke erkenning als leider van Wallonië.

Concreet moet de Landsleiding zich bezighouden met het lot van de circa 15.000 Vlaamse vluchtelingen in Duitsland. Er wordt van haar ook verwacht dat ze onder die vluchtelingen rekruteert voor de SS-Sturmbrigade Langemarck, het nieuwe Vlaamse onderdeel van de Waffen SS.

Meest gelezen