BELGA/WARNAND

Pact 2020 is al zó 2009: hoe Vlaanderen al jaren van toekomstpact naar actieplan holt

"Vlaanderen-Europa 2002", de "Kleurennota", Vizier 2030: doen ze een belletje rinkelen? De voorbije 25 jaar heeft elke Vlaamse regering wel zo'n toekomstpact versleten. Maar wat is het nut van die uit de kluiten gewassen to-dolijstjes? En pakken we die pacten wel goed aan?

"Vlaanderen groeit uit tot een competitieve, polyvalente kenniseconomie die op een duurzame manier welvaart creëert."

Voelt u het al warm worden? Met deze barokke woorden opende de eerste doelstelling van het fameuze "Pact 2020", een groots opgezet plan van de regering Peeters I in 2009. 

Twintig grote doelstellingen - elk nog eens onderverdeeld in een hele rist subdoelstellingen - moest Vlaanderen zien te realiseren op een kleine 11 jaar tijd. Een flink brok van het pact ging over de economie en over de arbeidsmarkt, maar het bevatte ook ecologische, zorg- en mobiliteitsvoornemens. 

Of we die gehaald hebben? Niet zo evident om dat een decennium na datum uit te pluizen, zo ondervond VRT NWS aan de lijve. Want intussen zijn heel wat doelstellingen bijgesteld, zijn prioriteiten verschoven, zijn sommige statistieken nog moeilijk te vergelijken en vooral: liggen er alweer tig nieuwe actieplannen en toekomstpacten op tafel met namen als "Vizier 2030" of "Visie 2050". Om maar te zeggen: Pact 2020 is al zó 2009.

Ieder zijn eigen pact

Als het een troost - of net een extra bron van frustratie - mag wezen: het is nooit echt anders geweest. In 1993 lanceert Vlaams minister-president Luc Van den Brande (CVP, het latere CD&V) zijn toekomstplan "Vlaanderen-Europa 2002", inclusief grote show op de toenmalige BRTN (zie video hieronder). Patrick Dewael (VLD, later Open VLD) vervangt dat plan bij de eeuwwisseling door zijn eigen "Kleurennota" en wat later ook door het "Pact van Vilvoorde"

"Vlaanderen in Actie" wordt in 2006 het plan van Yves Leterme (CD&V), zijn partijgenoot Kris Peeters neemt dat project over en linkt er in 2009 het "Pact 2020" aan. Maar Geert Bourgeois (N-VA) stopt de opvolging van dat pact in 2016 en komt met zijn eigen "Visie 2050"-nota, in 2018 aangevuld door "Vizier 2030", waarin de duurzaamheidsdoelstellingen van de Verenigde Naties verwerkt zitten. En mag het u nog verbazen dat we hier en daar ook horen fluisteren over een "Pact 2030" van de regering-Jambon?

Hoe die pacten destijds aangekondigd werden? We vatten het samen met deze compilatie uit ons archief:

Video player inladen...

Elke minister-president zijn eigen projectje, horen we u kuchen. Wel, uw indruk klopt.

Peter Van Humbeeck van de studiedienst van de SERV (de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, het overlegorgaan van de Vlaamse werkgevers en vakbonden), maakte elk van die werkstukken van dichtbij mee. Meer nog: in sommige gevallen hield hij de pen mee vast. En hij merkt het evengoed op: "Elke minister-president had de behoefte om zo'n pact te maken, deels omdat die vraag vanuit de samenleving kwam, deels uit overtuiging. Maar ook: zo'n minister-president heeft doorgaans zelf geen eigen grote dossiers of bevoegdheden. Dus met zo'n pact kan hij zich wat meer profileren en staatsmanschap uitstralen."

Brede coalitie

Veel politieke profilering dus, maar is zo'n pact opstellen ook een zinvolle oefening? En vormt het nadien een nuttig beleidsinstrument? De verschillende experts beleidskunde die we daarover spreken, zijn het daarover best eens: regeringen moeten ook op de lange termijn durven werken en voor die doelstellingen een draagvlak zoeken.

Er gaat een soort appel uit van zo'n pact. Dat is precies wat ik mis in het huidige Vlaamse regeerakkoord
Filip De Rynck, professor bestuurskunde (UGent)

"Daar is meer dan ooit nood aan", vindt Filip De Rynck, professor bestuurskunde aan de UGent. "Daar gaat een soort appel van uit. Dat is precies wat ik mis in het huidige Vlaamse regeerakkoord. Het is nu net cruciaal om een brede maatschappelijke coalitie te maken rond de complexe materies die vandaag spelen." 

Ook zijn vakgenoot van de universiteit Antwerpen, Wouter Van Dooren, benadrukt dat. "Als je wilt dat zo'n pact de legislatuur overleeft, moet je de discussie publiek voeren, dus ook in de media. Uiteindelijk zou het goed zijn dat ook de oppositie, de middenveldorganisaties en zelfs andere bestuursniveaus zo'n pact mee goedkeuren. Al is dat laatste niet meer zo evident in ons land."

Beluister hieronder het interview met Filip De Rynck in "De ochtend" op Radio 1:

Waan van de dag

"Kijk naar hoe Nederland zulke pacten aanpakt", zegt De Rynck. "Daar werken ze met een veel meer uitgebouwde, veel onafhankelijkere administratie, waardoor die plannen ook veel meer wegen op het beleid. Bij ons is dat proces veel 'platter' en komt al snel de nadruk op de partijpolitiek te liggen. Daardoor krijg je die indruk dat zo'n pact meer een marketinginstrument wordt. En vervolgens gaat iedereen weer over naar de waan van de dag."

Van Humbeeck, die de totstandkoming van al die pacten goed kan vergelijken, is het daarmee eens. "'Visie 2050' [van Geert Bourgeois, red.] is bijvoorbeeld volledig door de administratie geschreven. Dat leeft niet echt. Als een pact breder gedragen is, voelen sociale organisaties zich mee verantwoordelijk voor wat daarin staat."

Met dat in het achterhoofd is Van Humbeeck zelf het meest te spreken over het Pact 2020 van Kris Peeters uit 2009. "Dat pact is het meest participatief tot stand gekomen. De sociale partners hebben daar zelf de voorzet voor gegeven. Het eerste, strategische deel is eigenlijk volledig door de SERV geschreven. Over de doelstellingen is bovendien heel intensief overlegd tussen de regering, de administratie, de sociale partners en achteraf ook de milieubeweging."

(Lees verder onder de foto)

Archiefbeeld: Kris Peeters - hier in een rolstoel na een val van een paard - promoot Pact 2020. BELGA/WARNAND

Maar ook hier gebeurde het onvermijdelijke: in de regering-Bourgeois doofde de appetijt voor Pact 2020 weer uit. "Hoe dichter je bij 2020 komt, hoe groter de afstand met de mensen die ten tijde van de lancering van Pact 2020 in de regering en kabinetten zaten", weet Van Humbeeck. "En zo verdwijnt ook de politieke interesse."

"Cut the crap"

Heeft het er ook niet mee te maken dat een traditioneel toekomstpact vaak gewoon veel te breed en dus te vaag is om er achteraf nog warm van te worden? Professor Van Dooren denkt van wel. "Zo'n pact bevat eigenlijk heel weinig controverse. Moeilijke keuzes worden niet gemaakt: de doelstellingen zijn wat te veel ‘uitonderhandeld’. Zo krijg je een hele waslijst met mooie dingen die we allemaal willen. Maar die hebben ook invloed op elkaar hé. Als je bijvoorbeeld gaat voor meer economische groei moet je natuurlijk ook weten dat dat een impact kan hebben op het milieu."

Het klopt, zegt Van Humbeeck, dat "durven kiezen" cruciaal is. "Het toverwoord is daar leiderschap. Ik merk dat de sociale partners op dat vlak wel mee zijn." Toch mist hij bij die pacten vaak de inbreng van academici en wetenschappers. "Zij kunnen echt zeggen: cut the crap, dit zijn de prioriteiten." 

Als het behalen van zo'n kwantitatieve doelstelling het enige kompas wordt, ben je niet goed bezig. Ook kwalitatief moet je dingen meenemen

Peter Van Humbeeck, studiedienst SERV

De Rynck wil ook duidelijkere doelstellingen. "Maar het is typisch Vlaams om die wat vager te formuleren, omdat de politiek vreest daarop te worden afgerekend. Ook dat is helemaal anders in Nederland." 

Maar Van Humbeeck wil zulke becijferde doelstellingen ook wel wat relativeren. "Als het behalen van zo'n kwantitatieve doelstelling het enige kompas wordt, ben je niet goed bezig. Ook kwalitatief moet je dingen meenemen." 

Bovendien wordt er vaak ook eindeloos en zinloos gekissebist over cijfers. "Kijk naar het klimaatplan, waar dan gediscussieerd werd over een vermindering van de uitstoot met 35 procent of 32,6 procent tegen 2030. Terwijl je zover vooruit kijkt en er zoveel onzekerheden zijn. Het signaal is volgens mij belangrijker: kijk eens hoeveel werk er nog is, je komt er niet met het huidige beleid. Of daar nu 30 of 40 procent staat, dat is minder van tel."

Archiefbeeld: Vlaams minister-president Bart Somers probeert in 2003 het project "Kleurrijk Vlaanderen" van voorganger Patrick Dewael verder te zetten.

Polarisatie

Ondanks de punten van kritiek zijn Van Humbeeck en De Rynck wel een fan van het proces dat voorafgaat aan een groot toekomstpact. "Veel discussies zijn vandaag veel gepolariseerder dan vroeger", zegt Van Humbeeck. "Kijk naar wat er gebeurt op sociale media. Hoe doorbreek je dat? Door mensen samen te brengen, door te luisteren naar elkaar, door visies uit te wisselen. Daarmee creëer je begrip voor elkaar en krijg je misschien de neuzen in dezelfde richting."

Maar het wordt er in elk geval niet makkelijker op om zo'n breed pact, volgens de oude formule, in elkaar te boksen, denkt Van Humbeeck. "Europa dwingt die langetermijnbenadering nu veel vaker af: voor klimaat, levenslang leren, mobiliteit, ruimte, ... Je mist dan een beetje die coördinatie en die prioriteitenstelling. Maar het wordt ook bijzonder lastig om al die parallelle trajecten uiteindelijk te laten samensporen in één pact."

Kijk naar wat er gebeurt op sociale media. Hoe doorbreek je dat? Door mensen samen te brengen, door te luisteren naar elkaar, door visies uit te wisselen

Peter Van Humbeeck, studiedienst SERV

Als er alsnog een "Pact 2030" komt, moet dat in elk geval niet alleen de klassieke langetermijndoelstellingen bevatten, maar "moet het ook over de strategie spreken. Dus over hoe je die doelstellingen kunt waarmaken". 

"Daar komt nog eens bij dat de context vandaag anders is. Waar je vroeger een aantal heel grote organisaties had, heb je vandaag een breder middenveld, nieuwe burgerbewegingen en belangengroepen. Om dan in zo'n pact iedereen te betrekken, dat is helemaal niet evident."

Een Vlaamse Toekomstraad?

Dit voorjaar was er plots de aankondiging dat er een Vlaamse "Strategische Toekomstraad" zou komen. Enkele wetenschappers zouden daarin de regering adviseren over langetermijnvraagstukken. Die raad zou - aldus nog die aankondiging - zelfs kunnen uitmonden in een echt Vlaams "Toekomstinstituut". 

Maar het lijkt er intussen op dat de nieuwe Vlaamse regering dat plan alweer verlaten heeft. De Rynck had er zelf ook wel wat zijn bedenkingen bij, zegt hij. "Het was niet helemaal duidelijk of die Vlaamse Toekomstraad, zoals die was aangekondigd, een meerwaarde zou vormen. Zou het een onafhankelijke raad zijn of zou die weer gevuld worden via politieke benoemingen? En zou die voldoende professioneel, met de nodige statistieken en data, kunnen werken?"

"We hebben echt wel nood aan iets dat het beleid op de lange termijn draagt", benadrukt hij nogmaals. "Maar dan moet je wel de voorwaarden creëren om het geloofwaardig te doen."