In de "roaring twenties" verdrongen villa's de boeren aan de oevers van de Leie

Elke week leiden Jos Vandervelden en fotograaf Alexander Dumarey je naar een plek in Vlaanderen of Brussel waar onze grootste schilders hun schildersezel opstelden.  Ooit vonden schilders het de volmaakte plekken om verzinnelijkt te worden op het canvas. Vaak zijn ze het nu nog. Soms zijn ze het niet meer. Het schilderij van toen en het beeld van nu.

Vandaag: "Herinneringen aan een zondag" van Edgard Tytgat of het heilzame van een zondag op het platteland 

© www.lukasweb.be - Art in Flanders vzw

Net buiten Gent verandert de bochtige Leie in een idyllische rivier. Dat weten wandelaars, fietsers en vastgoedmakelaars. Tussen Gent en Deinze zijn de villa's goed gelegen en prijzig. Boeren hebben al lang niet meer het alleenrecht op de vruchtbare gronden aan de Leie. De oevers zijn vandaag bijna volledig verkaveld. Zo ver was het nog niet op zondag 20 juni 1926, de dag dat de grote Franse kunstenaar Marc Chagall naar Vlaanderen kwam. Plaats van actie: Villa Malpertuis in het dorpje Afsnee aan de Leie.

De komst van eregast Chagall werd voor het nageslacht vastgelegd door de Vlaamse expressionist Edgard Tytgat op het schilderij "Herinneringen aan een zondag". Initiatiefnemer van de ontmoeting was kunstpromotor en dandy Paul-Gustave Van Hecke. Samen met zijn vrouw Honorine "Nourine" De Schrijver vormden ze een mondain en invloedrijk koppel in de "roaring twenties". De Schrijver was ontwerpster van modernistische dameskledij. In Parijs zou ze nog door de legendarische Amerikaanse fotograaf Man Ray gefotografeerd worden. 

Vrienden op zondag

Van Hecke en De Schrijver huurden "Villa Malpertuis" in Afsnee als buitenverblijf.  De kronkelende Leie trok toen al kapitaalkrachtige burgers aan. De omgeving van Sint-Martens-Latem was al langer een mekka voor Vlaamse kunstenaars. Schilders Gustave De Smet en Frits Van den Berghe mochten een deel van het jaar gratis wonen en werken in de villa. Ze kregen van Van Hecke maandgeld om zich zorgeloos aan de kunst te wijden.

Marc Chagall werd uitgenodigd door "Les Amis de Sélection". "Sélection" was een Franstalig kunsttijdschrift waar veel Vlaamse expressionistische en modernistische kunstenaars werden gepromoot. De kunstenaarsvrienden verzamelden regelmatig op zondag in de villa in Afsnee.

Alleen de Chenard 3 ontbreekt

Bijna alle personages op "Herinnering aan een zondag" zijn herkenbaar. Chagall en zijn vrouw zitten achteraan in een bootje op de Leie. Schilder Léon De Smet met royaal grijs haar trekt de boot naar de oever. Zijn collega's Frits Van den Berghe en Oscar Jespers lijken een spitante discussie te hebben. Hippolyte Daeye helpt Honorine De Schrijver op het droge. En Paul-Gustave Van Hecke wacht iedereen op bij een gedekte tafel en de grammofoonspeler. 

Verderop doet schilder Gustave De Smet aan boogschieten en nadert een fietser langs de Dijkweg bij de Leie. En dat allemaal onder de wapperende vlag met het wapen van Gent. Niet alle kunstexperten zijn overtuigd van de naamsbeschrijvingen. Sommige menen galeriehoudster Blanche Charlet in De Schrijver te zien en de Franse literaire parvenu Jean Mollet zou dan weer Daeye zijn. Een opvallend figuratief element had er nog kunnen bij staan: de prille sportauto, de Chenard 3 waarmee Van Hecke naar zijn landgoed reed.

"De man in het venster"

Eén man is nog niet vermeld, de schilder zelf. Met verfkwast en palet kijkt Edgard Tytgat vanuit het bovenraam toe op de uitbundige ontmoeting, een beetje buiten het toneel want hij stond liever in de coulissen. Tytgat werd wel eens "de man in het venster" genoemd. Zelf verheerlijkte hij vensters en zei daarover ooit: "Een venster, wat een geluk. Bij een venster ademt en inspireert men".

Misschien nog gelukkiger was Tytgat met de zondagsrust. Meermaals schilderde hij het heilzame van een zondag op het platteland. Kunstenaars waren mondaine vrijbuiters en verheerlijkten de genoegens van vrije tijd. Rust op zondag was geen evidentie in 1926. De wet op de zondagsrust was niet eens zo oud. 

Landelijke gratie

De ligging van Villa Malpertuis is lang een mysterie geweest. De naam van het landgoed was een fantasie van Paul-Gustave Van Hecke die de woning huurde en in geen enkel eigendomsdocument terug te vinden is. Lokale heemkundigen hebben jarenlang speurwerk verricht naar de locatie van de woning. Ze zijn ervan overtuigd dat alles wijst naar het huidige landgoed Ter Veuren. Het goed ligt aan de langgerekte Veurestraat die vanuit Afsnee langs de bochtige Leie vertrekt. Vlak tegen de rivier ligt een groot landhuis en een achttiende-eeuws tuinpaviljoen. Het huis is privébezit en lijkt meermaals verbouwd. De gevel van het huis is nog steeds roze. Helemaal zoals Paul-Gustave Van Hecke het in een briefwisseling uit 1926 al lyrisch beschreef: ‘Het roze geschilderde huis rijst daar op met een serene, landelijke gratie, aan de oevers van de kalme Leie, midden in een bloeiende boomgaard.’ Tytgat schilderde Villa Malpertuis echter vastberaden in het wit. Schilderde hij misschien het kleine tuinpaviljoen, in plaats van het landhuis? Of hield hij gewoon niet van roze?

De volledige Leie-oever aan de Veurestraat is met de jaren dichtgebouwd. De enkele boerderijen en landhuizen uit de jaren twintig zijn omsingeld door villa's. Gelukkig kan de rivier aan de overkant van nabij benaderd worden. Fietsen op de Dijkweg op een zondag kan er nog net zo uitgelaten als Tytgat het schilderde.

Volg onze fotograaf op Instagram

"Herinneringen aan een zondag" van Edgard Tytgat hangt in het Museum Dhondt-Dhaenens in Deurle