Kamerleden leveren 5 procent in op afscheidsvergoeding

Kamerleden zullen voortaan 5 procent minder afscheidsvergoeding krijgen. Dat heeft het Bureau van de Kamer beslist. In het verleden ontstond er vaak ophef wanneer bekend werd dat bekende politici die afscheid nemen van het parlement hun uittredingsvergoeding opnamen.

Als politici niet meer verkozen worden in de Kamer van Volksvertegenwoordigers, kunnen ze een zogenoemde uittredingsvergoeding opnemen. Dat kan als ze bij nieuwe verkiezingen niet verkozen raken of als ze geen kandidaat meer zijn. Wie nu verkozen is, kan maximaal 24 maanden zo’n vergoeding krijgen.

Zeven jaar geleden heeft de Kamer beslist om de parlementaire vergoedingen van Kamerleden met 5 procent te verminderen, om bij te dragen tot besparingen van de Kamer. Die maatregel wordt nu uitgebreid naar de afscheidsvergoeding. De nieuwe maatregel gaat in vanaf 1 januari. 

Waarom krijgen Kamerleden zo’n uittredingsvergoeding? Die zijn destijds in het leven geroepen omdat beroepspolitici na afloop van hun politieke carrière - die soms plotsklaps gedaan kan zijn - geen werkloosheidsuitkering kregen.