Video player inladen...

Waarom lukt het niet om alle afgewezen asielzoekers terug te sturen?

Vorig jaar kregen 33.386 mensen het bevel om het grondgebied te verlaten. 7.399 daarvan vertrokken ook echt. De terugkeercijfers van asielzoekers en mensen zonder wettig verblijf zijn niet zo hoog en dalen zelfs de laatste jaren. Dat is niet alleen zo in België, heel Europa worstelt met het terugkeerbeleid. Hoe komt dat? VRT NWS dook in de cijfers en praatte met talloze betrokkenen uit de sector: medewerkers van lokale en federale overheidsdiensten, vzw's en ngo's, en met onderzoekers aan universiteiten, advocaten en migranten zelf.

Met de regelmaat van de klok krijgen we bij VRT NWS mails binnen van verontwaardigde burgers. Het zijn leerkrachten, buren of personeel van opvangcentra die actievoeren tegen een bevel om het land te verlaten. De verhalen die ze vertellen, klinken schrijnend, soms kafkaiaans en opvallend: altijd een beetje anders.

Hilde De Windt

De gezinnen die hier jarenlang zonder wettig verblijf wonen en dan plots aangehouden worden, springen het meest in het oog. Maar evengoed gaat het over een Afghaan die geen asiel krijgt, terwijl zijn broer een jaar eerder dat wel kreeg. Of een gewonde Iraniër die hier mocht blijven om medische redenen en eenmaal genezen, jaren later niet meer de nodige bewijsstukken bijeenkrijgt om te bewijzen dat hem politieke vervolging wacht als hij terugkeert. 

Allemaal kregen ze een bevel om het grondgebied te verlaten. Sommigen verlieten het land vrijwillig intussen, anderen keerden gedwongen terug, maar velen zijn hier nog steeds. Telkens er een geval opduikt in de media, volgen er oneliners van politici en hulpverleners die lijnrecht tegenover elkaar lijken te staan. VRT NWS besloot daarom buiten het strijdgewoel om te luisteren naar alle partijen en dook in cijfers en rapporten om een zeer complex verhaal te begrijpen. Het resultaat vind je in deze interactieve tool. Wat gebeurt er na dat fameuze bevel om het grondgebied te verlaten? Welke mogelijkheden zijn er? Welke keuzes kunnen ze nog maken en wat zijn de gevolgen van die keuzes?

Hieronder lees je de conclusies samengevat in tekst

Sinds 2015 staat de vluchtelingenproblematiek hoog op de agenda in België en de EU. De overheden proberen daarbij vooral te voorkomen dat vluchtelingen en migranten in Europa geraken. België voert ontradingscampagnes, de EU sloot met Turkije een deal, de kustwacht in Libië werd versterkt en sommige Europese landen voerden opnieuw grenscontroles in. Het gevolg is dat er inderdaad minder vluchtelingen en migranten arriveren dan in de piekperiode 2015-2016.

Maar de lange en grillige grenzen van Europa hermetisch afsluiten is onmogelijk. Ook nu nog slagen vluchtelingen en migranten in de overtocht naar Italië en Griekenland. Een heet hangijzer blijft: hoe kunnen we afgewezen asielzoekers terug laten keren naar hun land van herkomst?

Hilde De Windt

De terugkeercijfers dalen

Het klinkt simpel: wie in België geen erkenning krijgt als vluchteling moet terug. Liefst vrijwillig maar als het moet gedwongen. In de praktijk blijkt dat echter niet zo evident. De cijfers van terugkeer naar herkomstland dalen zelfs de laatste jaren. 

Volgens de overheid werkt een terugkeerbeleid enkel als er een stok achter de deur is. Concreet: enkel als er de dreiging is van opsluiten en gedwongen terugsturen. De vraag is of dat klopt, want het aantal plaatsen in de “gesloten centra voor illegalen” nam de voorbije 5 jaar toe. Er kwamen 100 extra plaatsen (van 499 tot 595 momenteel). En toch daalden de terugkeercijfers.

Die daling is voor een stuk te wijten aan het regeringsbeleid rond transmigranten. Zij worden aangehouden, eventueel kort opgesloten en weer vrijgelaten als identificatie niet lukt. Of soms stuurt Dienst Vreemdelingenzaken ze naar een ander EU-land als blijkt dat dat verantwoordelijk is om te oordelen of ze recht hebben op bescherming. De transmigranten bezetten zo plaatsen die niet gebruikt kunnen worden voor de detentie van een afgewezen asielzoeker. Maar er is meer aan de hand.

Vrijwillig versus gedwongen terugkeer

Een exact cijfer geven van hoeveel mensen ons land moeten verlaten is onmogelijk, zegt Dienst Vreemdelingenzaken. Wel kunnen we bijvoorbeeld kijken naar het aantal mensen dat vorig jaar een bevel kreeg om het grondgebied te verlaten: 33.386 in totaal. Van amper 7.399 weten we dat ze ook echt weggingen uit België.

Er vallen een paar dingen op. De voorbije jaren is een kwart tot een derde van de mensen die gedwongen terugkeren een EU-burger en niet een afgewezen asielzoeker. Het gaat om Fransen, Nederlanders of Roemenen die veroordeeld werden voor crimininele feiten, en als gevolg daarvan – gedwongen - gerepatrieerd worden. 

Drie kwart tot een derde komt wel uit landen buiten de EU. Maar opvallend daarbij is dat het vooral gaat om specifieke nationaliteiten: Albanezen, Brazilianen en Marokkanen. Migranten uit bijvoorbeeld Afrikaanse landen zijn ondervertegenwoordigd in de cijfers van gedwongen terugkeer. Hoe komt dat?

“Alles hangt af van de medewerking van het land van herkomst,” legt Geert Devulder van Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) uit. “Veel landen doen moeilijk om de nodige reisdocumenten af te leveren, zeker als de persoon in kwestie ze niet zelf mee aanvraagt.” (DVZ is de administratie van de minister of staatssecretaris van Asiel en Migratie en voert dus het regeringsbeleid uit.)

Als de afgewezen asielzoeker met andere woorden niet meewerkt aan zijn uitwijzing wordt het lastig voor DVZ. Dan hangt het af van zijn nationaliteit. “Met Albanië bijvoorbeeld heeft de EU een goed werkend readmissie-akkoord", zegt Devulder. "De nodige documenten verkrijgen voor Albanese onderdanen lukt bijna altijd en snel."

Veel andere landen talmen om de officiële reisdocumenten af te leveren. Of ze geven die gewoon nièt. Er moet sowieso vaststaan dat de persoon in kwestie wel echt een onderdaan is van hun land. Maar zelfs als dat vaststaat, is het niet noodzakelijk zo dat een land die documenten aflevert.

Wat vindt het herkomstland?

“Het terugkeerbeleid wordt nu alleen bekeken vanuit ons perspectief: België wil iemand terug sturen," stelt UGent-professor Ine Lietaert vast. “Maar er is ook een andere kant van het verhaal: de herkomstlanden die mensen terug moeten nemen. Als we willen dat terugkeer een haalbare optie wordt, dan zullen we ook rekening moeten houden met hun perspectief.  Wat betekent terugkeer voor hen? Hoe reïntegreren mensen, hoe kunnen ze opnieuw deel uitmaken van de maatschappij? Hoe moet zo'n land omgaan met grotere groepen terugkeerders? Het is een complex verhaal van verschillende belangen die niet op één lijn zitten. Zolang je dat verhaal maakt vanuit één perspectief, zul je altijd tegenkanting en gewring hebben.”

Hilde De Windt

Ook Gerald Knaus, de diplomaat achter de EU-Turkije deal, zei onlangs in Knack dat het geen zin heeft om "hoogdravende oplossingen te bedenken die onuitvoerbaar zijn." Dialoog is de enige manier om uit de impasse te geraken, zo poneert hij: "We hebben nog altijd geen akkoord met Afrikaanse landen om uitgeprocedeerde asielzoekers terug te sturen... Het is gewoon diplomatie: beide partijen hebben hun eigen belangen. Vervolgens onderhandelen we en proberen we eruit te komen."

Waarom zet Dienst Vreemdelingenzaken ze niet gewoon op het vliegtuig?

Heel simpel gesteld: niemand mag zonder geldige papieren vliegen. Het veiligheidsbeleid in de luchtvaartsector is zeer strikt. Daarom weigeren luchtvaartmaatschappijen mensen zonder identiteitsdocumenten. Als ze het toch doen, dan hangen hen hoge boetes boven het hoofd. 

Zonder reisdocumenten dus geen vlucht. Dienst Vreemdelingenzaken bevestigt dat het daarom focust op nationaliteiten en landen waarbij de kans op slagen het grootst is.

Vrijwillige en begeleide terugkeer

“Als de vreemdeling zelf mee de reisdocumenten vraagt in zijn land van herkomst, worden ze wel altijd geleverd”, bevestigt Devulder. In dialoog gaan met de uitgewezen asielzoeker lijkt dan ook een logische en allicht de meest efficiënte manier om terugkeercijfers omhoog te krijgen. Maar dat gebeurt nauwelijks, zo blijkt. 

Wat gebeurt er in de praktijk? De asielzoeker wordt uitgenodigd op het gemeenteloket. Daar wordt hem de negatieve beslissing op zijn vraag voor bescherming, asiel dus, meegedeeld. Hij of zij moet daar meteen de verblijfsdocumenten inleveren en krijgt daarvoor een brief in de plaats. Daarop staat “bevel om het grondgebied te verlaten binnen de 30 dagen”, samen met een folder over vrijwillige terugkeer.

Hilde De Windt

Het is dan aan de afgewezen asielzoeker zelf om stappen te ondernemen en binnen die 30 dagen weg te gaan of begeleiding te vragen om terug te keren. Als hij of zij dat niet doet, dan gebeurt er meestal niets. Dat bevestigden alle medewerkers binnen de sector aan VRT NWS. Zowel de werknemers aan de lokale gemeentebesturen als bij DVZ, alsook advocaten en hulpverleners van bijvoorbeeld de Centra voor Algemeen Welzijn of andere vzw’s en ngo’s die hulp bieden aan mensen zonder wettig verblijf.

Paniek

 “De tijdsdruk van 30 dagen veroorzaakt een paniekreactie in het hoofd van de afgewezen asielzoeker”, stelde UGent-professor Ine Lietaert vast tijdens haar onderzoek, “er is dan geen mentale ruimte om zo’n levensbepalende beslissing te kunnen nemen”.

“We zien zeer vaak dat opvolging noodzakelijk is om mensen in deze situatie te laten begrijpen wat nog kan en wat niet meer”, voegt Rob Kaelen van Platform Kinderen op de vlucht daar aan toe. Als je wil dat mensen belangrijke informatie opnemen en goed begrijpen, is er meestal meer nodig dan een ambtelijke brief of een folder. Ook in de jaarverslagen van het federaal migratiecentrum Myria lezen we de aanbeveling om informatie duidelijker over te brengen en het niet te laten bij één kort gesprek.

Hilde De Windt

“Om terugkeer als een optie te kunnen zien, is een andere aanpak nodig”, vult advocaat vreemdelingenrecht Benoit Dhondt aan. “Nu is er soms wel een gesprek met een ambtenaar van DVZ. Maar dat beperkt zich meestal tot het uitspreken dat de vreemdeling moet terugkeren.  Als je deze mensen wil overtuigen, kan je beter een neutraler persoon inschakelen, van een onafhankelijke dienst. Die kan dan in dialoog gaan.”

Geen pasklare oplossing

Tijdens de talloze gesprekken met werknemers in de sector blijkt dat ook zij geen pasklare oplossing hebben die voor iedereen past. Wel komt steeds hetzelfde pleidooi bovendrijven: voer een echt gesprek, een dialoog. Overloop samen het dossier.  Begrijpt de vreemdeling alle stappen en is de informatie duidelijk? Is er niks over het hoofd gezien? Zijn er nieuwe elementen? Soms heeft de asielzoeker een deel van zijn verhaal verzwegen: denk maar aan zeer gevoelige onderwerpen als seksueel geweld. Soms is er iets veranderd in zijn of haar situatie.

Blijkt er tijdens die gesprekken geen reden te zijn om een nieuwe aanvraag te doen, dan komt er ruimte voor een gesprek over de toekomst. Wat houdt de afgewezen asielzoeker tegen om terug te keren? Heeft hij of zij schulden gemaakt voor de reis en moeten die nog terugbetaald worden? Moet er een woning gezocht worden? Moet er nagedacht worden over welke job er mogelijk is in het thuisland? Of gaat het over een school voor de kinderen? Is er schaamte? Angst om als mislukkeling gezien te worden bij thuiskomst?

Pas als die obstakels in kaart gebracht zijn, zou de afgewezen asielzoeker in staat zijn om terugkeer als een reële optie te zien. Wellicht lijkt het op deze manier veel tijd en energie stoppen in iemand die zonder toestemming naar Europa kwam. Maar is er een beter alternatief? Een open debat gebaseerd op feiten en onderzoek wordt momenteel niet gevoerd. 

Meer detentieplaatsen

In een reactie in De Ochtend op radio1 zegt minister van Asiel en Migratie Maggie De Block dat er nog meer detentieplaatsen gepland zijn. Ze wil meer mensen kunnen opsluiten onder het motto: "vrijwillige terugkeer als het kan, gedwongen als het moet."

Bekijk hier het verslag van "Het Journaal":

Video player inladen...