Van wie is de Middellandse Zee? Turks-Libisch verdeelplan doet spanning met Griekenland oplaaien

Eind november sloot de Turkse regering een overeenkomst met de Libische regering van premier Fayez al-Sarraj, waarbij ze wederzijds hun maritieme grenzen in de Middellandse Zee afbakenden. In dat akkoord hielden ze geen rekening met Griekse eilanden in het gebied en evenmin met Cyprus. Dat zet kwaad bloed bij de Grieken en andere spelers in de regio. Maar volgens Turkije hadden Griekenland, Cyprus, Israël en Egypte eerder al de Turkse belangen genegeerd. De vraag aan wie de (oostelijke) Middellandse Zee toebehoort staat plots weer hoog op de agenda en doet de spanningen in de regio oplaaien. 

Het Memorandum of Understanding over de zeegrenzen werd uitgewerkt door de Turkse regering en de Libische regering die in Tripoli is gebaseerd en geleid wordt door premier Fayez al-Sarraj. Die regering wordt erkend door de Verenigde Naties, al controleert ze slechts de hoofdstad en een deel van de westelijke kust. Haar gezag wordt betwist door generaal Khalifa Haftar die al maandenlang een offensief leidt tegen de regering. Andere landen werden niet bij de deal betrokken.

Volgens het akkoord wordt een zeestrook tussen de Turkse en Libische kust onderling verdeeld. Turkije en Libië beschouwen dat stuk zee nu als hun beider Exclusieve Economische Zone. Daarbij is geen rekening gehouden met de Griekse eilanden Rhodos, Karpathos en Kreta die links aan die zone grenzen. Volgens de Turkse interpretatie van het zeerecht hoeft dat ook niet, omdat eilanden tussen twee kustlijnen van het vasteland enkel territoriale wateren kunnen claimen, maar geen bredere economische zone.  

Griekse grieven

Griekenland verwerpt die interpretatie en beschouwt de Turks-Libische deal als een "flagrante inbreuk op het internationaal zeerecht". Dat zeerecht bepaalt dat kustlanden een exclusieve economische zone kunnen laten gelden tot maximaal 200 zeemijl (of 370 kilometer) buiten de kust. Waar die zones botsen of overlappen, kunnen er geen eenzijdige claims worden gelegd, maar moet dat de uitkomst zijn van internationale onderhandelingen. 

De Grieken worden in die visie gesteund door de Europese Unie en door de Verenigde Staten. Op de Europese top van vorige week spraken de leiders, in hun slotconclusies, hun afkeuring uit over het Turks-Libische initiatief. De Amerikaanse ambassadeur in Athene liet weten dat de Amerikaanse interpretatie van het zeerecht en de zeegrenzen niet strookt met de Turkse. De rode draad doorheen de kritiek is dat Turkije en Libië niet zomaar op eigen houtje  - "unilateraal" -  de zeegrenzen kunnen tekenen. 

Juist op dat punt kaatst Ankara de bal terug. De Turken verwijzen naar meerdere samenwerkingsverbanden in de oostelijke Middellandse Zee waar zij worden buitengesloten. De rode draad in die projecten is: gas. 

AFP or licensors

Gasvoorraden

De gasvoorraden onder de zeebodem veroorzaken al langer spanningen in de oostelijke Middellandse Zee. Turkse schepen boren naar gas nabij de kust van Cyprus. Ook dat lokt Europees protest uit. Dit weekend raakte bekend dat een Israëlisch onderzoeksschip, dat met toelating van de Cypriotische autoriteiten op een verkenningsmissie was nabij Cyprus, door Turkse schepen werd bedreigd en uit het gebied geëscorteerd.

Griekenland, Cyprus, Egypte en Israël werken aan grootschalige projecten voor de exploitatie, verwerking en het transport van gas. Zo is er een plan voor een pijplijn die vanuit Egypte naar Griekenland zou lopen. Er zijn ook plannen voor de verwerking van Cypriotisch gas tot LNG (liquified natural gas) in Egypte. En samen met Italië en Jordanië bespreken de vier genoemde landen hun energieplannen via het Eastern Mediterranean Gas Forum

Turkije is bij geen van die initiatieven betrokken, terwijl de potentiële opbrengst van de gaswinning in het gebied enorm is. De deal met Libië wordt in Turkse kringen politiek vertaald en verdedigd als een gepast en rechtmatig antwoord op die energieprojecten.

Turkish Presidency

Kruitvat

Vooral tussen Griekenland en Turkije lopen de spanningen op. Die twee landen staan al decennia op gespannen voet, onder meer wegens de kwestie-Cyprus en wegens botsende territoriale claims op eilandjes. De recente migratiestromen vanuit Turkije naar Griekenland hebben de relatie nog verder verzuurd.

De twee landen zijn NAVO-landen, wat een gewapend conflict in principe minder waarschijnlijk maakt. Toch viel het op hoe NAVO-secretaris-generaal Jens Stoltenberg zich op de NAVO-top in Londen van de Turks-Griekse problemen distantieerde: die moesten ze onderling maar oplossen. Dat heeft de Grieken niet bepaald gerust gesteld. De Amerikaanse president Donald Trump legde Turkije niets in de weg toen het een offensief startte in het noorden van Syrië; de vraag is of hij partij zou kiezen  - en hoe -  in een oorlog tussen Turken en Grieken.

De Turks-Libische deal voegt nog een element toe aan het kluwen. Behalve over de zeegrenzen sloten de twee ook een militair akkoord: Turkije kan de Libische regering van premier al-Sajjar militair ondersteunen met wapens en met troepen, als die daar om zou vragen. Al-Sajjar wordt, zoals gezegd, belaagd door generaal Haftar. Die krijgt op zijn beurt steun vanuit Egypte en enkele Arabische landen. Mochten er Turkse troepen neerstrijken in Tripoli kan dat de Libische oorlog plots een grotere regionale dimensie geven.