Eén jaar zonder regering: staat het land op instorten of maakt het allemaal niet veel uit?

Eén jaar zitten we in Lopende Zaken. Eén jaar zonder regering, zonder begroting en nieuw beleid, en met veel politiek spektakel. Is dat erg voor het land? Niet zo erg, blijkt uit een rondvraag. Het land staat nog niet op instorten. Maar dat geldt enkel voor de korte termijn.

Neen dus. Het land staat niet op instorten en er komt geen shutdown naar Amerikaans voorbeeld – alle verhalen daarover ten spijt. De pensioenen worden uitbetaald, net als de werkloosheidsuitkeringen. De rechtbanken vellen vonnissen, de ziekenhuizen genezen mensen, de politie rukt uit als dat nodig is. Het parlement stemt wetten. De ambtenaren krijgen op het einde van de maand netjes hun loon gestort. En de koning, die zit gewoon op zijn troon in Laken.

Business as usual, lijkt het. Het is onmogelijk om naast het politieke theater van alledag te kijken, en dat kan vele mensen ergeren of zelfs boos maken. Maar de concrete impact van een lange periode in lopende zaken is relatief beperkt. In de praktijk voelt de buitenwereld er bitter weinig van, ook al is het ondertussen een jaar geleden dat de regering-Michel viel. Je zou haast gaan denken dat we die regering niet nodig hebben. Die boodschap hoor je zelfs op een aantal kabinetten en overheidsinstanties: nieuw beleid is weliswaar niet mogelijk, en dat is wel vervelend, maar voor de rest blijft de molen draaien. 

Democratisch deficit

Dat antwoord komt uit een rondvraag van VRT NWS. We schreven of spraken ruim zeventig overheidsinstanties aan, met de vraag wat de feitelijke impact van lopende zaken is. Van kabinetten, departementen (de ambtenaren achter de politieke kabinetten, nvdr) tot onafhankelijke instellingen. Het antwoord was heel vaak dat de impact beperkt blijft. Ja, natuurlijk zijn er problemen, de administratieve rompslomp is bijvoorbeeld fel gestegen, maar op de korte termijn werkt het land als normaal.

Eén kabinetslid dat we spraken tijdens de rondvraag verbaasde zich over de suggestie dat het land als vanouds zou draaien. “Zo’n periode in lopende zaken moet toch problemen opleveren? Anders kampen we met een stevig democratisch deficit.” Waarmee bedoeld wordt: als het gewoon draait zoals anders, waarom zouden we dan al die kabinetten en departementen nodig hebben?

Het land draait nog steeds, ondanks een aantal problemen

Maar het land draait dus nog steeds, ondanks een aantal problemen. Maar daarover straks meer.

Zelfs nu Europa op de rand van een recessie balanceert, is er allerminst reden tot paniek. Simpelweg omdat de regering van een klein land als België geen grip heeft op de internationale conjunctuur, zo zeggen economen. En wederom, het kan niet genoeg benadrukt worden: op de korte termijn.  

De ervaring van het verleden

We hebben in België wel wat ervaring met Lopende Zaken, en die is niet noodzakelijk negatief. Toen we in 2009 en 2010 541 dagen lang geen regering hadden, haperde het land amper. Het parlement stemde een strengere Snelbelgwet en een hardere aanpak van schijnhuwelijken, en we deden mee aan de bombardementen op Libië, terwijl de uittredende regering onder Yves Leterme de bankencrisis afhandelde.

Tegelijkertijd kwam België beter uit de financieel-economische crisis dan de buurlanden. Al was dat ook omdat de regering-Leterme geen beslissingen mócht nemen en niet meestapte in de bezuinigingsdrang die toen in zo veel andere landen behoorlijk nefast voor de economie bleek te zijn.

En is dat nu weer zo? Uit de rondvraag van VRT NWS kwamen geruststellende antwoorden. Maar in hoe verre zijn die correct en volledig? Heel vaak kwam er helemaal geen antwoord, in zowat de helft van de gevallen zelfs, en anderen verklaarden niet te willen meewerken. Tijdens gesprekken off the record werden de redenen daarvoor al meteen duidelijker. Bij veel overheidsdiensten leeft de angst voor een negatief – nóg negatiever – imago. Is men als de dood dat de clichés over ambtenaren bevestigd  worden, vreest men het beeld dat ambtenaren in lopende zaken helemaal niets te doen hebben.

In de ambtenarij is de bereidheid om over lopende zaken te spreken veeleer klein

Niet dat er een zwijgplicht heerst, zeker niet, maar de bereidheid om en plein public over lopende zaken te spreken is klein. Niet vergeten ook: de politiek is uiteindelijk de broodheer van de departementen. “En veel mensen in de ambtenarij zijn niet zo dapper”, verzucht één goedgeplaatste bron, die de ambtenarij door en door kent.

Meer problemen dan men wil toegeven?

Zijn er dan meer problemen dan men wil toegeven? Daar lijkt het wel op. Zeker bij de meer operationele diensten als federale politie en leger. Daar zijn verhalen te horen over dringende en noodzakelijke aankopen die niet kunnen doorgaan. Want Lopende Zaken betekent dat er geen beslissingen mogen vallen met een budgettaire impact. Voor het leger is dat niet vanzelfsprekend.

“Het is moeilijk”, luidt het op het departement Defensie, "om met nieuwe initiatieven te komen, vooral aangaande investeringen". Ook over lopende investeringen is er onduidelijkheid. “We hebben net contracten getekend voor nieuw materiaal in de vier componenten waarvan de terugbetalingen zijn begonnen.”

Eenzelfde verhaal bij de federale politie. Vincent Houssin van de liberale politievakbond VSOA: “Het uitblijven van grote investeringen, in het wagenpark bijvoorbeeld, leidt tot problemen op het terrein. De mensen van de hondenpolitie, die rijden nu al met hun eigen wagen, waar dan de honden in moeten. Ook bij andere diensten is dat zo. Auto’s met 300.000 kilometer op de teller zijn geen uitzondering. Ze staan meer met panne dan ze rijden.”

Auto's met meer dan 300.000 km op de teller zijn geen uitzondering

Vincent Houssin, politievakbond VOA

Ook het gebrek aan aanwervingen is lastig. Houssin: “De vorige regering ging 1.400 mensen in dienst nemen. Waarmee we niet eens het tekort kunnen opvullen, maar enkel de uitstroom gaan compenseren. Er zijn er maar 800 gekomen, en die 600 extra aanwervingen blijven uit: een regering in lopende zaken kan die beslissing niet nemen. Het resultaat is dat de politiezones geen volk meer hebben. Als dat blijft duren in 2020 stevenen we op een regelrechte catastrofe af.”

Bestond dat probleem niet al voor de regering in lopende zaken ging? Dat is zo, geeft Houssin toe. “Maar men zou nu natuurlijk al beslissingen kunnen nemen om het gat toe te rijden. Hoe langer men daar mee wacht, hoe moeilijker het wordt.”

De benoemingen

Een ander probleem: de benoeming van ambtenaren. Van de tien overheidsdepartementen – de zogenoemde FOD’s of federale overheidsdiensten – hebben er nu slechts zes een vast benoemde voorzitter. De vier andere, en niet van de minste – economie, binnenlandse zaken, sociale zekerheid en beleid en ondersteuning – hebben een interim-kracht aan het hoofd.

Het is overigens maar het topje van de ijsberg: onder die topfiguren zit een hele serie ambtenaren – directeurs-generaal en directeurs – die ook niet benoemd raken. Bij de POD – de programmatorische overheidsdienst - Armoedebestrijding zijn álle leden van het directiecomité – de voorzitter dus en alle directeurs-generaal – waarnemend.

Vier topambtenaren zijn niet benoemd, en daaronder zit nog een hele serie van topmensen ad-interim

Dat kan een mineur probleem lijken: uiteindelijk kunnen die mensen nog benoemd worden door de nieuwe regering, en met terugwerkende kracht alle loons- en pensioenvoordelen krijgen. En wie ligt daar buiten de ambtenarij van wakker?

Maar zo mineur is dit niet, zegt een goedgeplaatste bron uit de ambtenarij. “Niemand weet hoe lang die interim-mensen gaan blijven, waardoor die hun dienst niet naar behoren kunnen trekken. Bovendien kunnen enkel mensen van binnenuit een hogere functie krijgen. Externen aantrekken, mensen die ook geslaagd zijn voor het examen en misschien wel met een betere score, zijn geen optie in lopende zaken.”

Veel ambtenaren zijn niet rouwig om die periode zonder regering

Jos Mermans, liberale overheidsvakbond

Ook vervelend voor de ambtenaren: ze zijn een groot stuk van hun financiële autonomie kwijt. Voor uitgaven boven de 5.500 euro gelden in lopende zaken strikte procedures, die moeten ofwel door de Inspectie van Financiën of de ministerraad goedgekeurd worden.

Bij de liberale overheidsvakbond VSOA worden die problemen min of meer weggewuifd. “Het publiek merkt daar helemaal niets van”, zegt Jos Mermans. Die zelfs nog een stapje verder gaat, en denkt dat veel ambtenaren “niet rouwig” zijn om de langgerekte periode zonder volwaardige regering. “Kijk naar het begrotingstekort: 11 of misschien zelfs 12 miljard. Een volgende regering zal besparen op het ambtenarenapparaat, dat is altijd zo. Nu werken we met voorlopige twaalfden, maar misschien is dat beter dan het budget dat we in de toekomst gaan krijgen.”

Overheidsbedrijven

Nog een probleem: de overheidsbedrijven. Een aantal daarvan - luchtverkeersleider Skeyes, energieregulator CREG of spoornetbeheerder Infrabel – hebben nog geen nieuwe topman of een nieuwe beheersovereenkomst. Dat geldt ook voor pakweg de NMBS (al hebben ze daar al vele jaren geen beheersovereenkomst meer). Dat er wel nieuwe CEO’s kwamen bij Proximus en Bpost heeft te maken met de andere structuur van die (beursgenoteerde) overheidsbedrijven: de raad van bestuur kan er zelfstandig een beslissing nemen over een nieuwe topman. 

Hoogdringendheid is een beetje relatief

Is er dus een probleem met lopende zaken? Ja. Is het dramatisch? Nee. Zeker omdat een aantal hoogdringende beslissingen wel nog altijd genomen kunnen worden. Zo besliste Maggie De Block (Open VLD), voor haar bevoegdheid Asiel en Migratie, om te antwoorden op het toegenomen aantal asielaanvragen met meer personeel voor bijvoorbeeld het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (dat beslist over de erkenningen), dat zowel in februari als in november van dit jaar extra personeel kon aanwerven (zij het zonder vaste contracten). Ook Fedasil, dat de opvang regelt, kreeg meer geld.

Dat kan dus nog altijd. Maar tegelijkertijd is er wel iets vreemd aan de hand met dat begrip van “hoogdringendheid”. Want wat is dringend en wat is dat niet? Zo werd bijvoorbeeld de ex-kabinetschef van Open VLD-vicepremier Alexander De Croo tot voorzitter van de FOD Buitenlandse Zaken benoemd. Wat op zich niet kan, maar toch gebeurde wegens die hoogdringendheid. Tegelijkertijd moeten departementen zoals mobiliteit, economie, binnenlandse zaken, sociale zekerheid – toch ook belangrijke domeinen – blijven wachten op een vast benoemde voorzitter. 

Het probleem is politiek

Hét grote probleem van lopende zaken zit op het politieke niveau. En niet omdat de kabinetten van de ministers stilaan leeglopen. Daar wordt wel eens over geklaagd, maar in de feiten valt het nogal mee. In december 2018, net voor de val van de regering Michel I, werkten er op de 18 kabinetten (één premier, dertien ministers en vier staatssecretarissen) 598 mensen. Nu, in december 2019 zijn er dat voor 13 kabinetten (één premier, twaalf ministers) nog altijd 517. Kabinetten, voor de duidelijkheid, die minder bevoegdheden hebben dan voordien (maar wel nog af en toe voorstellen van de informateurs doorrekenen, zo zeggen ze zelf).

Nee, het echte probleem gaat over het beleid. Een aantal dossiers – de zware beroepen bijvoorbeeld of het halftijds pensioen – kon door de val van de regering niet afgewerkt worden. Maar er kan evenmin een visie worden uitgewerkt  – met bijhorend nieuw beleid - voor prangende vraagstukken: het gat in de begroting, de klimaat- en mobiliteitsuitdagingen of migratiekwesties – om er maar een paar te noemen. Het onvermogen om dat op dit moment te doen – en het politieke spektakel dat bij zo’n formatie hoort – zijn wellicht het schadelijkste effect van zo’n periode in Lopende Zaken. De imagoschade voor de politiek valt amper te meten.

Het onvermogen om te besturen en het politieke spektakel zijn wellicht het schadelijkste effect van een lange periode zonder regering

Dan kan een economische recessie – of de dreiging daarvan, onder meer door de brexit - misschien inspireren. Een klein land als België mag dan weinig grip op het economische klimaat hebben, als het begint te branden verwachten de internationale markten wel een brandweerman in elke hoofdstad. Dat was ook zo in de nasleep van de financiële crisis van 2007: toen de regeringsvorming over de 500 dagen ging, verlaagden internationale bureaus de kredietwaardigheid van België en dreigde de begroting helemaal te ontsporen. Ook dat droeg er toen bij dat de regering-Di Rupo uiteindelijk in de steigers werd gezet. Maar die 541 dagen, daar zijn we nog altijd niet aan toe. 

Meest gelezen