Hoe het schaamhaar van Adam en Eva de geschiedenis van "Het lam gods" bepaalde

"Het lam gods" van de gebroeders Van Eyck wordt grondig gerestaureerd. Vier panelen van het retabel kwamen al aan de beurt, maar een van de delicaatste opdrachten moet nog komen: het schaamhaar van Adam en Eva. Hoe kon Van Eyck in de 15e eeuw zo gedetailleerd schaamhaar schilderen terwijl genitale plukjes haar in de kunstgeschiedenis heel vaak taboe waren?

Adam en Eva staan naakt en zeer levensecht afgebeeld op "Het lam gods". Ze bedekken hun geslachtsdelen met de handen en een vijgenblad, maar niet al hun schaamhaar is verborgen. De gebroeders Van Eyck schilderden het zichtbare schaamhaar minutieus, bijna haar per haar. Het schilderen van naakten is van alle tijden in de kunst, maar schaamhaar was vaak taboe, al verschilde dat van periode tot periode.

Het schaamhaar zorgde ervoor dat "Het lam gods" in zijn bestaan werd gecensureerd, overschilderd of verborgen.  Het hoogtepunt van preutsheid was het jaar 1861. Toen kocht de Belgische staat de panelen met Adam en Eva die vervolgens naar een Brussels museum verhuisden. Victor Lagye schilderde een kopie met een aangeklede versie van Adam en Eva. De museumbezoekers kregen de stamouders te zien,  gehuld in dierenhuiden.

© www.lukasweb.be - Art in Flanders vzw

Okselhaar, beenhaar en dus ook schaamhaar

Professor Ann-Sophie Lehmann, kunsthistorica aan de Rijksuniversiteit Groningen deed doctoraatsonderzoek naar de naaktheid van Adam en Eva op de panelen van "Het lam gods". “In de vroege 15e eeuw, toen "het lam gods" werd geschilderd, was schaamhaar schilderen niet eens bijzonder”, zegt ze in “De wereld vandaag” op Radio 1.

“Tot in de 16e eeuw werd er veel haar geschilderd: okselhaar, beenhaar en dus ook schaamhaar. Men vond naakten mooi, net om het haar. Een Gentse kroniekschrijver schreef dat hij zich herkende in de naakte Adam. Dürer vond de naakte Eva de allermooiste figuur, het ideale naakt. Ook religieus was er geen bezwaar want Van Eyck beeldde Adam en Eva in hun natuurlijke staat af. De gelovige moest zichzelf herkennen in de bijbelse stamouders."

Beluister het gesprek met Ann-Sophie Lehmann in "De wereld vandaag" en/of lees hieronder voort:

Te realistisch, en niet mooi genoeg

“Maar daarna ging het mis, precies door die enorme realistische naaktheid. Tijdens de heerschappij van Napoleon werd het altaarstuk uit elkaar gehaald. De panelen met Adam en Eva kwamen zelfs een tijdje op een zolder terecht. Ze werden wegens de naaktheid niet aantrekkelijk gevonden. Uiteindelijk kwamen ze in een Brussels museum terecht. Ze hingen er niet langer in de duisternis van een kerk. De naaktheid van Adam en Eva kwam op ooghoogte. In het midden van de 19e eeuw was dat veel te heftig en er volgde protest.”

“Op dat moment is het beeld ontstaan van een Van Eyck die te ver ging, die niet schilderde zoals het hoorde. Van Eyck werd zelfs beschouwd als een schilder die geen goede naakten kon schilderen, net omdat ze veel te realistisch waren, en dus niet mooi genoeg. Zelfs tot in de jaren negentig van de vorige eeuw kon je dit oordeel blijven lezen.”

Zijn de vijgenbladeren wel oorspronkelijk?

De panelen van Adam en Eva zijn nog niet gerestaureerd. Zal de komende restauratie hun naaktheid nog explicieter maken? Ann-Sophie Lehmann: “Dat is de vraag. Beide panelen hebben minder meegemaakt en zijn minder overschilderd. Ze zijn altijd in Gent en Brussel gebleven. Ik denk niet dat er nog haartjes bij zullen komen. Maar waar ik vooral naar benieuwd ben, is of de vijgenbladeren wel oorspronkelijk zijn.”