Nicolas Maeterlinck

Geen project mogelijk voor paars-geel? Ik geef er u één!

Met een reeks ontmoetingen tussen PS en N-VA proberen informateurs Joachim Coens (CD&V) en Georges-Louis Bouchez (MR) deze week de piste van een paars-gele federale regering te reanimeren. Tegen beter weten in volgens velen, want tussen beide partijen zou een Grand Canyon gapen. Professor arbeidseconomie Stijn Baert biedt partijvoorzitters Paul Magnette en Bart De Wever een brug aan. Volgens hem past een focus op het beter soigneren van wie hard werkt maar weinig verdient in het plaatje van PS én N-VA.

opinie
BAHNMULLER FRANK
Stijn Baert
Stijn Baert is professor arbeidseconomie aan de Universiteit Gent en Universiteit Antwerpen.

Wij hebben niks gemeen. De afstand is te groot. De tussenkomsten van PS-topman Rudy Demotte gisteren in De Ochtend leken zo weggelopen uit Het water is veel te diep van Willy Sommers. PS en N-VA samen in de federale regering is onmogelijk, zo luidde zijn conclusie. Eerder had ook al zijn partijvoorzitter, Paul Magnette, dergelijke geluiden laten optekenen, daarbij verwijzend naar impliciete signalen vanuit N-VA-voorzitter Bart De Wever dat diens wil om tot een paars-geel kabinet te komen slechts geveinsd zou zijn.

Nochtans zijn er goede redenen voor beide heren, Magnette en De Wever, om snel serieus met elkaar te onderhandelen en tot een paars-gele federale regering te komen. Vandaag zitten we immers dag op dag een jaar zonder federale regering. Het tekort op de begroting ontspoort richting 11 miljard euro. De volgende generaties dreigen een zware prijs te betalen voor een verdere stilstand, ik schreef het hier al eerder.

Bovendien kunnen de gewestelijke regeringen waar de PS en N-VA de leiding over hebben wel wat federale duwkracht gebruiken. De centrale ambitie in zowel het Vlaamse als Waalse regeerakkoord om de werkzaamheidsgraad met vijf procentpunt te laten stijgen (en zo de begroting te laten sluiten) kan moeilijk gerealiseerd worden zonder complementair federaal beleid. En van een paars-groene regering moeten we, blijkens de informateursnota van Paul Magnette, mijns inziens niet op dergelijke duwkracht rekenen, integendeel.

Kleine werkman

Wat dan met de Grand Canyon tussen beide partijen? Is een regering tussen PS en N-VA niet utopisch en zijn ook ernstige gesprekken tussen Magnette en De Wever dus geen tijdverlies? Ik ben geneigd te denken van niet. Alvast in mijn expertisedomein, de arbeidsmarkt, lijkt inhoudelijke convergentie niet onmogelijk.

De volgende generaties dreigen een zware prijs te betalen voor een verdere stilstand

Ik doe de heren Magnette en De Wever bij deze een brug over de Grand Canyon tussen hun partijen cadeau. En die brug luidt: de werkende Belg beter soigneren. Vanaf de kant van de PS mag daarbij gerust gefocust worden op de kleine werkman, degene die hard werkt maar weinig verdient, want daar moet het inderdaad over gaan. Terwijl Bart De Wever aan de N-VA-kant van de brug over de Grand Canyon gerust een groot bord mag timmeren met “Quid Pro Quo” op. Iets voor iets, dus, wie werkt er meer op laten vooruitgaan dan wie niet werkt.

Inactieven verleiden

Het mooie is dat deze inhoudelijke convergentie tussen de PS en de N-VA exact zou zijn wat nodig is om de werkzaamheidsgraad in Vlaanderen en Wallonië omhoog te krijgen. Het grote probleem van onze arbeidsmarkt is immers niet zozeer dat er te weinig jobs gecreëerd worden, of dat er te veel werkzoekenden zijn, maar wel dat een heel grote groep van onze bevolking inactief is. Dat wil zeggen: niet aan het werk, maar ook niet op zoek naar een baan. 1 op de 4 20- tot 64-jarigen zit in die situatie, een statistiek waarmee we echt het verschil maken met het buitenland.

Willen we de werkzaamheidsgraad verhogen, dan zullen we dus de poorten richting de inactiviteit (met onder andere de vervroegde uittrede richting het pensioen) beter moeten bewaken én werken meer laten lonen om de huidige inactieven richting de arbeidsmarkt te verleiden.

Resoluut kiezen voor wie hard werkt maar weinig verdient, dat idee kan een brug slaan tussen de PS en de N-VA

Resoluut kiezen voor wie hard werkt maar weinig verdient als narratief voor een volgende federale regering, is dat niet gemakkelijker gezegd dan gedaan? Hierbij drie concrete pistes waarin de PS en de N-VA elkaar zouden moeten kunnen vinden.

Maatregel 1: meer centen voor laagste lonen (maar niet via hoger minimumloon)

Wanneer iemand die kortgeschoold is een baan vindt en overstapt van een werkloosheidsuitkering naar een laag arbeidsinkomen, gaat die er in vele situaties slechts beperkt op vooruit, zeker na aftrek van kosten die gepaard gaan met uit werken gaan voor bijvoorbeeld kinderopvang en mobiliteit. In arbeidseconomische termen spreken we over een grote “werkloosheidsval” in ons land. In de informateursnota van Paul Magnette werd gepoogd hieraan tegemoet te komen door de minimumlonen in ons land substantieel op te trekken.

Een optrekking van de brutolonen voor wie weinig verdient dus. Het probleem van deze beleidsoptie is dat dit leidt tot een hogere loonkost voor werkgevers, met het gevaar dat net de banen voor kortgeschoolde arbeiders geautomatiseerd of naar het buitenland verplaatst worden. 

Een betere optie lijkt erin te bestaan om, indien daar ruimte voor zou kunnen gevonden worden, een heel gerichte lastenverlaging door te voeren zodat de laagste lonen netto meer overhouden. Een andere piste kan zijn om, naar analogie met wat men in Nederland doet, toe te staan dat uitkeringen niet volledig wegvallen wanneer men (gedeeltelijk) aan de slag gaat.

Maatregel 2: meer werkloosheidsuitkering gedurende de eerste maanden (maar minder nadien)

De PS wil de uitkeringen globaal versterken. Op zich niet evident, gegeven de budgettaire toestand en het nu al beperkte financiële verschil tussen werken en niet werken. Maar geen hogere uitkeringen gedurende de eerste maanden werkloosheid die nadien versneld naar het huidige bodemniveau gaan? Deze versnelde degressiviteit zou, zoals ik ze eerder uittekende, initieel budgetneutraal zijn, maar op termijn, via hogere werkzaamheid, positief moeten zijn voor de staatskas. 

Enerzijds biedt deze hervorming een prikkel om na enkele maanden de poule aan vacatures die men overweegt uit te breiden. Anderzijds versterkt ze het verzekeringsprincipe voor wie kortdurig werkloos is. Niemand kiest ervoor om werkloos te worden en het is niet nuttig om werklozen meteen om het even welke baan te laten aanvaarden. Activerend én sociaal rechtvaardig, waarop wachten PS en N-VA?

Maatregel 3: pensioen van 1500 euro (maar enkel na voldoende effectief gewerkte maanden)

Er is duidelijk een groot draagvlak voor een verhoging van onze pensioenen richting minimaal 1500 euro per maand, zowel voor werknemers als voor zelfstandigen. Daar wordt dan vaak aan toegevoegd “na een volledige carrière”. Net in die clausule schuilt een mogelijk compromis tussen PS en N-VA. 

De N-VA zou deze verhoging van het minimumpensioen kunnen toestaan, maar enkel na een herziening van wat een volledige carrière is. Dat wil zeggen: na het wieden in de zogenaamde gelijkgestelde periodes. Die zorgen er momenteel voor dat Belgische werknemers gemiddeld een derde van hun pensioenopbouw bij elkaar sprokkelen tijdens periodes waarin ze niet effectief werken, maar bijvoorbeeld werkloos zijn. Dat gemiddelde verbergt vanzelfsprekend dat vele Belgen een volledige carrière effectief aan het werk zijn, terwijl anderen vooral via gelijkgestelde periodes tot een volledig pensioen komen.

Iedereen kent ondertussen het verhaal van de twee Waalse vrienden Virginie en Caroline die elkaar op hun oude dag tegenkwamen: Virginie kreeg na 40 jaar te hebben gewerkt als zelfstandige minder pensioen dan Caroline die 33 jaar werkloos was geweest. Net door dit systeem van gelijkgestelde periodes.

De pensioenopbouw gedurende sommige van deze gelijkgestelde periodes minder sterk maken, bijvoorbeeld door ook de degressiviteit in de pensioenopbouw tijdens werkloosheid te versterken, is dan ook de logica zelve, en laat ook op langere termijn werken meer lonen. De kleine werkman gaat er duidelijk op vooruit met een minimumpensioen van 1500 euro, lange periodes van niet-werken worden daarentegen minder gestimuleerd. 

Hoog tijd dus om de plaat "het water is veel te diep" af te zetten

Bovendien zou een dergelijke hervorming perfect gekaderd kunnen worden binnen een pensioenplan met punten, het geesteskind van Frank Vandenbroucke en zijn Pensioencommissie. Binnen dit systeem mag je op pensioen wanneer je voldoende punten hebt verzameld gedurende je carrière, waarbij werkloze periodes minder punten opleveren dan gewerkte periodes (en werken in zware beroepen extra hoge punten opleveren). Een plan van een gewezen SP-voorzitter reanimeren om onze pensioenen meer richting “meer loon naar werken” te krijgen, het zou gesneden brood voor PS en N-VA moeten zijn…

Kijk eens diep in mijn ogen

Vallen er inhoudelijke convergenties te bedenken rond de arbeidsmarkt, dan zijn die er vermoedelijk ook voor andere thema’s. Ten minste voor wie ook buiten de kerstperiode van goede wil is. 

Hoog tijd dus om de plaat het water is veel te diep af te zetten. En resoluut te gaan voor die andere hit van Willy Sommers. Kijk eens diep in mijn ogen. Ga rond de tafel zitten, Bart De Wever en Paul Magnette, en zoek convergenties in plaats van divergenties, in het belang van België, Vlaanderen én Wallonië en in het belang van de huidige én volgende generaties. 

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.

Meest gelezen