Armere kinderen vaker aan de antidepressiva en in de psychiatrie: gezondheidsongelijkheid start vroeg

Kinderen in armere gezinnen nemen vaker antidepressiva dan kinderen in rijkere gezinnen. En ze worden ook vaker opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. Dat besluit het socialistisch ziekenfonds uit een nieuwe studie bij zijn leden. Tegelijk gaan kinderen in armere gezinnen minder naar de tandarts en de orthodontist. De gezondheidsongelijkheid met kinderen in rijkere gezinnen start al op jonge leeftijd.

Het socialistisch ziekenfonds nam de medische gegevens uit 2017 onder de loep van bijna een half miljoen kinderen onder de 18 jaar in zijn ledenbestand. Eerst zijn de kinderen geselecteerd in gezinnen die een verhoogde terugbetaling krijgen van de ziekteverzekering.  Dat zijn in de regel gezinnen met een laag inkomen of een uitkering zoals een leefloon, doorgaans armere gezinnen dus. Hun gezondheidsgegevens zijn daarna vergeleken met die van kinderen in gezinnen zónder een verhoogde terugbetaling, doorgaans rijkere gezinnen dus.

Mentale gezondheid

Ruim 1 op de 200 kinderen in rijkere gezinnen (dus zónder verhoogde tegemoetkoming) neemt in de loop van een jaar medicijnen tegen depressie en psychose.  In armere gezinnen (dus mét verhoogde tegemoetkoming) zijn dat er bijna 1 op de 100, of zowat de helft méér . En 1 op de 400 kinderen in rijkere gezinnen wordt opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. In armere gezinnen zijn dat er bijna 1 op de 200, of zowat dubbel zovéél.

Uit de cijfers is niet duidelijk of kinderen in armere gezinnen vaker met psychische problemen kampen dan kinderen in rijkere gezinnen. Het zou bijvoorbeeld ook kunnen dat armere ouders makkelijker naar medicijnen grijpen, als hun kinderen zich slecht in hun vel voelen. Of misschien kunnen ze voor hun kinderen niet het nodige geld en de nodige tijd investeren in gesprekstherapie bij een psycholoog.  De studie geeft daarover géén uitsluitsel.

We zien een kloof in mentale gezondheid tussen armere en rijkere kinderen. En de kiem van die kloof wordt van in de wieg gelegd.

Paul Callewaert, Socialistische Mutualiteiten

Vooral kinderen in gezinnen die moeten rondkomen met een uitkering, scoren slecht, zo blijkt. "Ze nemen meer dan twee keer zo vaak antidepressiva en antipsychotica als kinderen in gezinnen waar beide ouders werken", legt Paul Callewaert uit. "Ze gaan ook vaker naar de psychiater, en ze worden meer dan drie keer zo vaak opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis." 

Het blijft om relatief kleine aantallen gaan, omdat het kinderen zijn. Maar "het zijn toch zorgwekkende cijfers", vindt de topman van het socialistisch ziekenfonds. "Het is niet alleen slecht gesteld met het mentaal welbevinden van onze kinderen. Maar we zien ook een duidelijke kloof in mentale gezondheid tussen armere en rijkere kinderen. En de kiem daarvan wordt gelegd van in de wieg." 

Preventieve zorg

Niet verrassend is dat kinderen in armere gezinnen minder gebruik maken van preventieve zorg. "Ze gaan een stuk minder naar de tandarts voor een preventief mondonderzoek", weet Paul Callewaert, "en ook een stuk minder naar de orthodontist om beugels te laten plaatsen." 

Breid de terugbetaling van de psycholoog uit naar kinderen. En stuur de tandarts naar de scholen.  

Paul Callewaert, Socialistische Mutualiteiten

"Blijkbaar vinden armere gezinnen minder makkelijk de weg naar de tandarts, of vrezen ze oplopende kosten voor tandzorg. Het preventief mondonderzoek bij de tandarts mag dan voor kinderen twee keer per jaar gratis zijn, maar gedeconventioneerde tandartsen (die niet de officiële ereloontarieven naleven, n.v.d.r.)  kunnen toch extra's vragen. En wat de behandelingen aangaat bij de orthodontist, die vallen sowieso te duur uit." 

Kloof dichten

Het socialistisch ziekenfonds pleit voor maatregelen om de gezondheidsongelijkheid tussen armere en rijkere kinderen te verkleinen. "Als je ziet hoe sterk kinderen in gezinnen met alleen een uitkering achterop hinken, dan moeten de uitkeringen voldoende hoog zijn om van te leven en ook de medische kosten te betalen", beklemtoont Callewaert. 

"Om de financiële drempel te verlagen, moeten we de terugbetaling van de psycholoog ook uitbreiden naar kinderen. Want nu kunnen alleen volwassenen profiteren van een terugbetaling. En we moeten de tandarts naar de scholen sturen, om op die manier ook armere kinderen te bereiken."