Gelijkheid voor vrouwen en mannen? De kloof is in ons land nog net zo groot als tien jaar geleden

Uit het meest recente rapport van het World Economic Forum over gendergelijkheid blijkt dat België vijf plaatsen is gestegen op de ranglijst. Toch is dat niet bepaald reden voor een feestje. Want wie de rapporten van het afgelopen decennium analyseert, ziet dat de kloof in veel opzichten nog net zo groot is als in 2010.

Het World Economic Forum  (WEF) houdt al 14 jaar bij hoe landen vooruit gaan op het gebied van gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Het WEF kijkt naar gelijkheid op het gebied van economie, politiek, gezondheid en educatie.

Binnen deze categorieën onderscheiden de onderzoekers een aantal factoren, zoals de gezonde levensverwachting, toegang tot hoger onderwijs en inkomensongelijkheid. Als vrouwen en mannen gelijke kansen hebben of in gelijke mate vertegenwoordigd zijn, telt dat als volledige gelijkheid. 

Gelijkheid voor vrouwen en mannen is belangrijk omdat vrouwen de helft van de wereldbevolking uitmaken. Als zij niet dezelfde kansen krijgen als mannen, heeft dat invloed op de hele samenleving.

Gelijkheid in België

België probeert al jaren de positie van vrouwen in de maatschappij te verbeteren. Zo staat sinds 2002 in de grondwet dat "gelijkheid tussen mannen en vrouwen is verzekerd", en moeten kieslijsten in ons land al sinds 1994 uit evenveel mannen als vrouwen bestaan.

In 2007 nam de federale overheid een maatregel aan om te zorgen dat politici bij het maken van wetsvoorstellen voortaan rekening moesten houden met de ongelijke kansen voor vrouwen en mannen en welke invloed dit heeft op het beleid.

In 2011 voegde België zich bij de landen die een vrouwenquotum hanteren voor het bedrijfsleven. In de wet staat dat de raden van bestuur van beursgenoteerde bedrijven voor minstens een derde uit vrouwen moeten bestaan.

Stijging is geen echte stijging

Maar al deze maatregelen zijn blijkbaar niet genoeg om volledige gelijkheid tussen mannen en vrouwen te realiseren. Dit jaar kent het rapport van het WEF ons land een score toe van 0,75. Een score van 1 betekent complete gelijkheid, een score van 0 complete ongelijkheid.

De uitslag van België klinkt dan positief, maar als je die vergelijkt met de score uit 2010, dan blijkt dat die nu even hoog is als toen. Dat betekent dat de stijging van vijf plaatsen op de ranglijst ten opzichte van vorig jaar ons niet vooruit helpt, maar hooguit op hetzelfde niveau brengt als aan het begin van dit decennium.

Met andere woorden: de kloof tussen vrouwen en mannen is nog net zo groot als tien jaar geleden. 

Dit vertaalt zich naar onze plaats op de ranglijst. In 2010 stonden we op de 14e plek, nu op de 27e. Andere landen in de wereld boeken dus meer vooruitgang dan België, terwijl ons land rond hetzelfde niveau blijft hangen.

Buurlanden behalen wisselende resultaten

Onze buurlanden (Frankrijk, Nederland, Luxemburg en Duitsland) behalen wisselende resultaten. Frankrijk heeft een behoorlijke inhaalbeweging gemaakt de afgelopen tien jaar en staat in recente jaren beduidend hoger op de ranglijst dan België. 

Luxemburg en Nederland blijven rond dezelfde scores schommelen en duiken daarmee omlaag in de ranking. Duitsland scoort elk jaar iets beter en heeft al jaren een comfortabel hoge positie. 

Duitsland en Frankrijk zijn dus meer op weg naar gelijkheid dan België, terwijl Luxemburg en Nederland het juist minder goed doen.

Economische positie van vrouwen verslechtert

De economische positie van vrouwen in ons land en al onze buurlanden is de afgelopen jaren slechter geworden. En dat terwijl België in de eerste helft van dit decennium juist sprongen vooruit maakte - waarschijnlijk deels onder invloed van het vrouwenquotum.

Tot 2015 steeg het geschat inkomen van vrouwen in België, daarna nam dit juist weer af. Ook de inkomensongelijkheid, waarbij het gaat om gelijk loon voor gelijk werk, is niet verbeterd ten opzichte van tien jaar geleden.

Wel hebben inmiddels iets meer vrouwen hoge posities in overheden en het bedrijfsleven. Ook zijn er al een aantal jaar evenveel vrouwen als mannen die bijvoorbeeld werken als wetenschapper, technisch analist, of in een ander beroep waarbij iemand specialistische kennis nodig heeft. 

Volgens Liesbet Stevens, adjunct-directeur van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen, moet wat inkomensongelijkheid betreft wel opgemerkt worden dat het WEF die score baseert op een bevraging, en niet op harde cijfers. 

"Er is in België zeker een loonkloof, maar die is veel kleiner dan in andere landen. Daardoor scoort België bijvoorbeeld beter in de ranglijst van het European Institute for Gender Equality", zegt Stevens.

Toch ziet ook zij nog ruimte voor verbetering, in het bijzonder op het gebied van politieke vertegenwoordiging. "Zelfs met de ingevoerde vrouwenquota blijven vrouwen ondervertegenwoordigd in de top, met name bij de federale overheid. Op dat punt doen we het nog steeds slechter dan andere Europese landen."

Wat betreft vrouwen in de politieke top doen we het nog steeds slechter dan andere Europese landen"

Liesbet Stevens, adjunct-directeur Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen

Onderwijs is stabiel, gezondheid daalt

Op het gebied van onderwijs doet België het goed. Sinds enkele jaren kunnen evenveel vrouwen als mannen naar alle lagen van het onderwijs (primair, secundair en hoger onderwijs), en kunnen evenveel vrouwen als mannen lezen. 

Dit is bij onze buurlanden ook zo, behalve in Duitsland. Het land daalt al jaren drastisch op de ranglijst en bungelt nu op plek 103 van de 153 onderzochte landen van dit jaar. 

Bij gezondheid zijn twee factoren van belang: het aantal vrouwen dat levend geboren wordt ten opzichte van mannen, en het aantal jaar dat vrouwen gezond kunnen leven ten opzichte van mannen.

België en de buurlanden krijgen de afgelopen jaren steeds een iets lagere score voor gezondheid, waardoor landen als Mozambique, Sri Lanka en Syrië inmiddels hoger op de ranglijst staan.

Volledige gelijkheid pas over bijna 100 jaar

Met name op politiek gebied zijn vrouwen overal ter wereld duidelijk ondervertegenwoordigd. Soms zijn er helemaal geen vrouwen in het parlement of op ministerposten te vinden, vaak zijn het er simpelweg heel weinig.

Zelfs in IJsland, dat al elf jaar de ranglijst aanvoert, zijn vrouwen en mannen nog altijd niet gelijk vertegenwoordigd in de politiek. Alles bij elkaar verwachten de onderzoekers van het WEF dat volledige gelijkheid voor vrouwen pas over 99,5 jaar bereikt zal worden. 

In België staat de score voor politiek in 2019 net iets lager dan in 2010. Dat heeft met name te maken met het feit dat we tot vrij recent geen vrouwelijke regeringsleider hadden (het rapport gebruikt data tot juli 2019, vóór de benoeming van Sophie Wilmès als eerste vrouwelijke premier van België).

Maar ook het aantal vrouwelijke ministers is na 2015 weer sterk gedaald, tot een niveau dat nog lager ligt dan begin dit decennium. Wel zijn er tegenwoordig meer vrouwen in het parlement dan tien jaar geleden.

Wat vrouwelijke parlementariërs betreft horen ook Frankrijk en Luxemburg bij de stijgers. Duitsland en Nederland hebben juist minder vrouwen in het parlement, waarbij Nederland het hardste daalt. 

Op politiek gebied doen met name Duitsland en Frankrijk het beter dan België, hoewel ook hun scores niet boven de 0,5 uitkomen. Nog altijd meer ongelijkheid dan gelijkheid, dus.

Luxemburg en Nederland zijn net als België niet veel opgeschoten, maar hun totale score ligt lager. België haalt dit jaar dan ook voor het eerst in jaren Nederland in op de ranglijst.

Positie van vrouwen staat nog altijd onder druk

Het klinkt misschien mooi, dat België vijf plaatsen is geklommen, maar de positie van vrouwen is er ten opzichte van tien jaar geleden niet heel sterk op vooruit gegaan. Ons land heeft winsten geboekt, maar op andere terreinen juist verloren. 

Dat betekent bijvoorbeeld dat meer vrouwen in ons land werken dan tien jaar geleden, maar ook dat zij vaak nog altijd minder verdienen dan mannen. Vrouwen vinden net zo vaak hun weg naar de academische en specialistische beroepen als mannen, maar hebben het moeilijk om in de top van de politiek te geraken.

Liesbet Stevens van het Instituut voor de gelijkheid van mannen en vrouwen ziet wel positieve ontwikkelingen. Eerder dit jaar voerde het Instituut een studie uit naar de invloed van het vrouwenquotum van 2011 op het aantal vrouwen in de top van het bedrijfsleven. 

"Het percentage vrouwen in bestuursraden is toegenomen van 8 procent in 2008 naar bijna 30 procent in 2017," zegt Stevens. "Dat is een verbetering, maar we zijn er nog niet."

Meest gelezen