Inlichtingendiensten maakten nog nooit zoveel gebruik van telefoontaps, observaties en geheime huiszoekingen

De Belgische inlichtingendiensten maken steeds vaker gebruik van bijzondere inlichtingenmethoden om terroristen, extremisten en spionnen op te sporen. Dat schrijft De Morgen en De Tijd en blijkt uit het jaarrapport 2018 van het Comité I, dat de inlichtingendiensten controleert. Er is sprake van een stijging van meer dan 25 procent tegenover 2017 en een stijging van meer dan 80 procent tegenover 2013. 

In 2018 werd in totaal 2.445 keer een bijzondere inlichtingenmethode gebruikt door de de Belgische inlichtingendiensten. Het gaat bijvoorbeeld om het afluisteren van telefoongesprekken, het inkijken van mails, het openen van brieven, het plaatsen van camera's of het doorzoeken van huizen. In 2017 waren dat er 1923, in 2013 1387. 

De toename is vooral te zien bij de Staatsveiligheid. Vorig jaar vroeg de dienst bijvoorbeeld 6482 keer (gemiddeld 19 keer per dag) aan telecomoperatoren wie er gebruik maakte van een bepaalde telefoon of computer. Dat is bijna de helft meer dan in 2017.

De Staatsveiligheid gebruikte de meest verregaande 'specifieke' en 'uitzonderlijke' methodes vooral voor terrorisme- en radicaliserings-dossiers, maar ook in dossiers van spionage.