Is er nog een toekomst voor onafhankelijke media?

Charlie Magazine, het onlinemagazine met een vrouwelijke blik op de wereld, is niet meer. Te weinig inkomsten en geen structurele steun van de overheid zijn de boosdoeners. Is er nog een toekomst voor onafhankelijke media? Volgens professoren Karen Donders en Ike Picone zouden kleine en grote nieuwsmedia aan hetzelfde zeel voor gedegen journalistiek moeten trekken, en meer moeten samenwerken. Want alle media hebben het vandaag moeilijk.

opinie
Karen Donders en Ike Picone
Karen Donders en Ike Picone zijn professor aan de vakgroep Communicatiewetenschappen, Vrije Universiteit Brussel.

Charlie Magazine houdt ermee op. Na vijf jaar is het gedaan met het magazine dat volgens vriend en vijand kwaliteitsvol was, een nieuwe stem in het nogal geconsolideerde magazinelandschap. Het gaat niet meer, zo zei hoofdredacteur Jozefien Daelemans. Volgens haar is het zo goed als onmogelijk geworden voor kleine initiatieven om het hoofd boven water te houden. Ze geeft daarvoor tal van redenen, niet in het minst een falend mediabeleid dat een visie ontbeert over journalistiek, mediaconcentratie en diversiteit. Diverse collega’s traden haar al bij.

Zo schreef Wouter Verschelden een vlammend betoog waarin ook hij stelt dat 170 miljoen subsidies geven aan bpost voor de verdeling van kranten en magazines niet meer van deze tijd is en allerminst ecologisch verantwoord, zeker als er tegelijkertijd (weliswaar op Vlaams niveau) beknibbeld wordt op de vrij kleine projectsubsidies voor innovatieve, journalistieke projecten. 

Het is een punt waar Media21, de organisatie die die kleinere initiatieven - die zich soms situeren van links naar rechts op het politieke spectrum - vertegenwoordigt, al heel lang op klopt. Ook Lotte Lambrecht van Apache schrijft dat het in Vlaanderen bijna onmogelijk is geworden een onafhankelijk medium in de lucht te houden. Niet iedereen is het daarmee eens. Jeroen Denaeghel, journalist voor onder meer Bahamontes, Eos en Humo, schrijft op Twitter “Een magazine dat goed genoeg is verkoopt zichzelf”. Subsidies zijn niet nodig. Als iets goed is, is er vraag. Punt. 

Is het in Vlaanderen bijna onmogelijk geworden om een onafhankelijk medium de lucht in te houden?

Wat is het nu? Is het onmogelijk voor onafhankelijke journalistiek om economisch rendabel te zijn? Kan diversiteit zonder subsidies? Faalt de overheid, op federaal en/of Vlaams niveau? Het antwoord op die vraag is niet ja of neen en zou best de anekdotiek van Charlie Magazine, dat het niet redde, en Bahamontes, dat het dus blijkbaar wel goed doet, overstijgen. 

Kan onafhankelijke journalistiek economisch rendabel zijn?

Journalistiek kan economisch rendabel zijn. Dat maken talrijke kleinere initiatieven en ook de grotere mediabedrijven in en buiten Vlaanderen iedere dag opnieuw duidelijk. Het is evenwel niet makkelijk. Er is heel wat wetenschappelijke literatuur die aantoont dat de zogenaamde bereidheid tot betalen voor journalistiek vaak laag is, zeker ten opzichte van andere types van content zoals sport of fictie. Die bereidheid tot betalen neemt toe in heel wat West- en Noord-Europese landen, maar toch bijzonder traag.

New York Times pakt graag uit met stijgende abonnementscijfers en ook The Guardian heeft succes met haar leden- en giftenmodel. Maar dit zijn Engelstalige topmerken, met een internationaal bereik, die dus de nodige schaal hebben om hun inkomstenmodel te ondersteunen.

De bereidheid tot betalen voor journalistiek neemt toe in heel wat West- en Noord-Europese landen, maar toch bijzonder traag

Crowdfunding, een ander financieringsmodel, lukt in exceptionele gevallen, maar is zeker in kleine markten vaak niet rendabel genoeg. Onderzoek dat wij bij SMIT, aan de Vrije Universiteit Brussel, en met het Reuters Institute for the Study of Journalism aan Oxford University doen over de online nieuwsmarkt wijst bovendien uit dat de bereidheid tot betalen beperkt is.

Zo gaf 90 procent van de Vlamingen in een enquête in 2018 aan, ongeacht leeftijd, dat het weinig waarschijnlijk is dat ze zouden (bij)betalen voor nieuws van bepaalde bronnen die ze goed vinden in de komende 12 maanden. Veel marge op inkomsten uit lezersbijdragen lijkt er dus niet te zijn.

Tegelijkertijd staat het advertentiemodel onder druk. Grote platformspelers zoals Facebook hebben er de facto voor gezorgd dat advertentieruimte niet meer schaars is. Online is ze quasi oneindig. Dat en de schaal van deze giganten zorgden voor een enorme druk op de prijzen die voor online commerciële communicatie betaald worden. Systemen zoals real time bidding zijn hierin zeker geen medestander van lokale initiatieven. Met andere woorden: goede, onafhankelijke journalistiek kan economisch rendabel zijn, maar het is verre van makkelijk. Nu moeilijk gaat ook natuurlijk. 

Kan diversiteit bestaan zonder subsidies?

De meer interessante vraag is of we voldoende diversiteit en pluralisme in het journalistieke landschap kunnen hebben zonder subsidies. En op dit vlak stellen we vast dat mediaconcentratieonderzoek aangeeft dat dat zeer moeilijk is in kleine mediamarkten en eigenlijk, als je bijvoorbeeld kijkt naar het werk van Professor Victor Pickard (University of Pennsylvania) en zijn laatste boek Democracy without Journalism, ook in grotere markten zoals de Verenigde Staten. Regionale media, nicheproducten of kranten en magazines die vertrekken vanuit een bepaalde al dan niet ideologische insteek sneuvelen bij de vleet. 

In een democratische samenleving moeten we er vanuit gegaan dat een diverse en pluralistische journalistiek zorgt voor beter geïnformeerde burgers

Je kan dan zeggen dat dit nu eenmaal het resultaat is van de wens van de consument en de marktwerking, maar we zijn er in een democratische samenleving natuurlijk altijd wel vanuit gegaan dat een diverse en pluralistische journalistiek zorgt voor beter geïnformeerde burgers en dus een sterkere en meer weerbare democratie.

Niet enkel omdat een aantal mensen naast De Standaard of Het Laatste Nieuws, ook nog Humo, Charlie of doorbraak.be aan hun nieuwsrepertoire toevoegen. Maar ook omdat de kleinere journalistieke titels vaak ook een impact hebben op de agenda en verslaggeving van de grotere mediabedrijven. Als we de diversiteit en journalistiek in het journalistieke landschap willen behouden is er toch op zijn minst een alarmsignaal dat niet per se vandaag, maar al ettelijke jaren afgaat.

Faalt de overheid op federaal en/of Vlaams niveau?

De oplossing ligt volgens velen voor de hand: de overheid moet het oplossen. Dat klopt, deels. Het is juist dat er meer belang gehecht zou moeten worden aan diversiteit en pluralisme in het journalistieke landschap. Het is iets dat we lezen in ieder regeerakkoord, in iedere beleidsnota Media en in iedere beleidsbrief, van deze maar ook van vorige Vlaamse regeringen. Maar dit resulteerde tot hiertoe vooral in een nogal ad-hoc aanpak.

Op federaal niveau zou men daarnaast ook eens moeten kijken naar de subsidies van de postbedeling

Het Vlaamse Fonds voor de Journalistiek was een goed initiatief, maar er zat toch bijzonder weinig geld in om de ambities te realiseren, en werd opgeborgen alvorens het nog maar de kans kreeg zich te bewijzen. Het MIX, een initiatief van Ingrid Lieten dat innovatie in de mediasector moest ondersteunen, werd eveneens vrij snel afgeschaft zonder dat er veel lessen uit getrokken werden.

Grotere spelers konden ondertussen blijven rekenen op distributie- en transformatiesteun. Meer middelen zijn dus nodig, maar er zou wel een duidelijker plan tegenover moeten staan en ook een engagement om op het moment van rendabiliteit een deel van die middelen terug te storten aan de overheid zodat die weer zuurstof kan geven aan nieuwe initiatieven. 

Kleine en grote nieuwsmedia zouden op zich aan hetzelfde zeel voor gedegen journalistiek moeten trekken

Op federaal niveau zou men daarnaast ook eens moeten kijken naar de subsidies van de postbedeling. Wij pleiten geenszins voor het linea recta afschaffen van deze maatregel. Er zijn belangrijke redenen waarom de postbedeling gefinancierd wordt, maar in functie van het afnemende belang van print zouden de subsidies wel gradueel verminderd moeten worden en kunnen de vrijgekomen middelen naar journalistieke projecten gaan, zowel bij grotere als kleinere mediaspelers.

De btw-tarieven van print en digitaal nieuws gelijktrekken op 6 procent, zoals onlangs werd beslist, is daarbij al een goede beslissing geweest. Het is alvast een manier om de spanning tussen nieuwe, digital first en traditionele nieuwsmedia te ontmijnen. Want nu positioneren deze spelers zich steeds tegenover elkaar, maar niets is minder waar natuurlijk.

Het is dus geen verhaal van enkel subsidies, maar van subsidies en een grotere responsabilisering in de journalistieke sector zelf

Kleine en grote nieuwsmedia zouden op zich aan hetzelfde zeel voor gedegen journalistiek moeten trekken. Alle journalistieke media hebben het moeilijk. Waarom dan niet meer samenwerkingspistes verkennen? Waarom niet De Morgen en Apache in bundel aanbieden? Waarom niet eens doorlinken naar een artikel van een nieuw journalistiek initiatief om zo wat bekendheid te genereren ervoor?

Dat lijkt nu misschien een naïef voorstel van wereldvreemde academici die niet begrijpen dat je eyeballs vooral op de eigen sites moet houden. Hoewel dat klopt op de korte termijn, negeer je daarmee dat interesse voor journalistiek meer interesse voor journalistiek genereert. Een VRTNWS consument zal dus vaak ook richting de sites van Het Nieuwsblad of De Standaard gaan en waarom niet doorbraak.be, Newsweek of … 

Het is dus geen verhaal van enkel subsidies, maar van subsidies en een grotere responsabilisering in de journalistieke sector zelf. Minister van Media Benjamin Dalle gaf eerder al aan met de mediasector over de duurzaamheid van journalistiek in Vlaanderen samen te willen zitten. Laat dat vooral gebeuren vanuit de eigen belangen, vanuit gedeelde belangen en, als het even kan, ook met het belang van de mediagebruiker en de samenleving in het hoofd.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.