BELGA/DOPPAGNE

Hoe je eigen beleid maken en de kiezer niet verliezen? Wetenschappelijke data tonen waar knoop zit in regeringsvorming 

Ruim 200 dagen zijn intussen gepasseerd sinds de verkiezingen en nog steeds hebben we geen nieuwe federale regering. Zullen de liberalen samen met de socialisten en groenen in zee gaan of kan de N-VA uiteindelijk toch worden verzoend met de PS? Rond die hamvragen wordt nu al weken druk gespeculeerd en volgt de ene politieke uitspraak de andere op.  Maar wat zeggen de wetenschappelijke data over de tot nu toe onontwarbare knoop in de federale formatie? 

Vaststelling 1: N-VA en PS inhoudelijk amper te verzoenen

De politieke partijen die onderhandelen over de vorming van een nieuwe federale regering zoeken een antwoord op twee cruciale vragen: in welke coalitie kunnen ze het meest hun programma realiseren? En hoe zorgen ze ervoor dat ze bij de volgende verkiezingen kunnen scoren of niet te veel zullen verliezen? 

Om het antwoord op die eerste vraag te krijgen, zoeken de partijen naar coalities die inhoudelijk het best op elkaar aansluiten. Onderzoekers Isaïa Jennart en Stefaan Walgrave (Universiteit Antwerpen) hebben die oefening nu ook gedaan, op basis van ruim 80 beleidsvoorstellen uit de stemtest. Wat blijkt?

Paars-groen (een federale regering met liberalen, socialisten en groenen) is voor 60 procent homogeen. Aangevuld met CD&V komt de overlap op 61 procent. Het percentage wordt naar beneden gehaald door de rechtsere positie van Open VLD op sociaal-economisch vlak. Niet toevallig is er binnen die partij onenigheid over paars-groen. Paars-geel (N-VA met PS en de liberalen) is hoe dan ook veel minder homogeen en komt met 51 procent net boven de helft uit. Met de Vlaamse christendemocraten erbij is er 55 procent overlap. 

"Van de twee grote formules is paars-groen, eventueel aangevuld met CD&V, inhoudelijk de meest homogene", schrijven Jennart en Walgrave. "Die formule is voor de deelnemende partijen meer aantrekkelijk dan paars-geel omdat ze wellicht grotere delen van hun programma zullen kunnen realiseren."

Het water tussen de PS en de N-VA is bijzonder diep

De reden voor het verschil in homogeniteit tussen paars-groen en paars-geel heet de N-VA. De grootste Vlaamse partij heeft veruit de laagste overlapscore met andere Franstalige én Vlaamse partijen. "Met de PS is er een extreem lage overlap van amper 22 procent. Het water tussen beide protagonisten is effectief bijzonder diep", aldus professor Walgrave. Was dat trouwens niet de conclusie die de voormalige informateurs Geert Bourgeois en Rudy Demotte trokken?

Vaststelling 2: paars-groen ver van de kiezer

Paars-groen is inhoudelijk dus meer voor de hand liggend dan paars-geel. Maar dan komt de tweede cruciale vraag: hoe zal dat beleid tegemoetkomen aan de voorkeuren van de kiezer? Met andere woorden: hoe kunnen de partijen vermijden dat ze bij de volgende verkiezingen zullen afgestraft worden? Een dilemma, zo blijkt.

De stembusgang van 26 mei leverde een duidelijk beeld op: de Vlamingen stemden doorgaans op rechtse partijen, de Walen op links. In hun onderzoek tonen Walgrave en Jennart duidelijk aan dat een paars-gele (eventueel aangevuld met het oranje van CD&V) coalitie dichter aansluit bij de gemiddelde Belgische stemkeuze. 

"In vergelijking met paars-groen staat paars-geel duidelijk dichter bij de gemiddelde Belgische stemkeuze, zowel op sociaal-economisch als op sociaal-cultureel vlak", geven Walgrave en Jennart aan. Vooral op sociaal-cultureel vlak (denk aan kwesties zoals migratie en identiteit) kan je in theorie verwachten dat paars-groen ver van de kiezer zal staan, wat een risico op een electorale afstraffing met zich meebrengt.

Het verhaal is genuanceerder als we kijken naar de echte voorkeuren van de mensen. Op 26 mei hebben we dan wel gestemd op een partij, maar die stemkeuze werd mee beïnvloed door andere factoren dan de inhoud, en kiezers zijn het bovendien zelden 100 procent eens met alle voorstellen van hun partij.

Voor paars-groen dreigt sociaal-cultureel een electorale afstraffing, paars-geel staat op sociaal-economisch vlak verder van de kiezer

Uit het onderzoek van Walgrave en Jennart blijkt dat Walen een linksere beleidsvoorkeur hebben dan de Vlamingen, maar ook dat het verschil een stuk kleiner is in vergelijking met de zeer uitgesproken links-rechts tegenstelling in de resultaten van de verkiezingen.

"Paars-geel blijft hoe dan ook een veel betere match voor de sociaal-culturele voorkeuren van de Belgische kiezers. Maar op sociaal-economisch vlak sluit paars-groen iets beter aan bij de beleidsvoorkeuren van de gemiddelde Belgische kiezer. Hier loopt een paars-gele coalitie dus het gevaar om daar bij de volgende verkiezingen de rekening voor te betalen."

Conclusie: N-VA zit in een zetel, andere Vlaamse partijen verlamd

De bovenstaande grafieken en vaststellingen verklaren de huidige politieke realiteit: de twijfel bij Open VLD en CD&V. Paars-groen lijkt namelijk inhoudelijk de meeste evidente oplossing, maar het te verwachten beleid van zo'n coalitie strookt, zeker sociaal-cultureel, niet met wat de kiezer wil. N-VA zit dan weer in een zetel, schrijven Walgrave en Jennart. "Een coalitie met de PS is zo goed als uitgesloten, inhoudelijk heeft de N-VA daar niet veel bij te winnen.

"De federale oppositie zet de partij op rozen. Zelfs als een paars-groene coalitie tegen zijn natuur op sociaal-cultureel vlak toch meer een centrumkoers zou aanhouden, dan nog zal de N-VA als grootste Vlaamse partij dat beleid kunnen afdoen als een beleid dat de wensen van de kiezer niet weerspiegelt. Het is die angst van de andere Vlaamse partijen die de formatie wellicht het meest verlamt."