Video player inladen...

Kon de dood van Julie Van Espen worden vermeden als het gerecht beter had gewerkt?

Vandaag publiceerde de Hoge Raad voor Justitie zijn rapport over het dossier Julie Van Espen. Wat weten we meer? En wat is het antwoord op de hamvraag: was de dood van Julie Van Espen vermijdbaar? Het blijft een hypothetische kwestie al wordt wel ondubbelzinnig duidelijk dat er "disfuncties" geweest zijn in dit dossier.

analyse
Dirk Leestmans
De auteur is journalist bij de themaredactie justitie van VRT NWS.

De brutale moord op Julie Van Espen schokte veel mensen. Die schok werd zo mogelijk nog groter toen al snel bleek dat de verdachte in deze zaak, Steve Bakelmans, al eerder veroordeeld was. Waarom liep een veroordeelde vrij rond?

Evident is Steve Bakelmans de verdachte in dit dossier en is hij het die voor het hof van assisen zal terecht moeten staan. Dat is de individuele verantwoordelijkheid van de verdachte en van hem alleen.

Vrijgelaten onder voorwaarden

Maar dat neemt niet weg dat de werking van Justitie in deze zaak niet echt een schoolvoorbeeld van efficiëntie te noemen is, sterker, justitie maakte in dit dossier zondermeer fouten (al spreekt men daar liever in termen van "disfuncties"). Die conclusie is helder in het rapport van de Hoge Raad voor de Justitie (HRJ). Een chronologie van het dossier maakt duidelijk wie in de fout ging.

Steve Bakelmans werd op 30 juni 2017 door de correctionele rechtbank van Antwerpen veroordeeld voor verkrachting (van zijn vriendin). Hij kreeg vier jaar effectieve gevangenisstraf.

Op die zitting vroeg het openbaar ministerie wel de onmiddellijke aanhouding maar de rechtbank ging daar niet op in. Merkwaardig detail, zo stelt de HRJ vast, is dat de rechtbank die de veroordeling uitsprak (op 30 juni) niet helemaal dezelfde was als diegene die de zaak inhoudelijk behandelde (op 9 juni). Eén van de drie rechters werd vervangen. Het is niet de essentie van de zaak, maar het zou toch goed zijn mochten dezelfde drie rechters een dossier onder hun verantwoordelijkheid houden van behandeling tot uitspraak.

De rechtbank die de veroordeling uitsprak, was niet helemaal dezelfde als diegene die de zaak inhoudelijk behandelde. Eén van de drie rechters werd vervangen.

Belangrijker zijn de voorwaarden waaraan Steve Bakelmans zich moest houden. De man zat voor dit dossier een tijdlang in voorarrest, maar werd door de raadkamer op 27 januari 2017 vrijgelaten onder een aantal voorwaarden (o.a. contactverbod met zijn slachtoffer, behandeling door een  therapeut….). En het moet ook gezegd worden dat Bakelmans zich netjes aan die voorwaarden hield.

Die voorwaarden werden hem opgelegd voor een periode van drie maanden, dus tot en met 27 april 2017. Maar vreemd genoeg werden ze nadien niet hernieuwd.

Daar is ogenschijnlijk geen zinnige reden voor te bedenken en ook in het rapport van de HRJ is ze niet te vinden. Waarom zouden die voorwaarden plots ophouden? Blijkbaar speelde er een automatisme. Omdat de man zich altijd aan de voorwaarden hield en omdat de rechtszaak tegen hem was ingeleid, werden de voorwaarden niet verlengd. Het is een uitleg die er niet echt een is. Om die reden ook pleit de Hoge Raad om dit systeem te herzien.

Geen vluchtgevaar

Dat betekent dat Steve Bakelmans niet alleen als vrij man verscheen voor de rechtbank, maar daar ook, ondanks een veroordeling tot vier jaar gevangenisstraf, als volledig vrij man kon vertrekken. Vanaf 27 april 2017 had de man zich niet te houden aan welke voorwaarden dan ook, werd bijgevolg ook door niemand gevolgd, en dat veranderde ook niet na zijn veroordeling.

De reden waarom de rechtbank niet inging op de vraag hem onmiddellijk aan te houden was louter formeel: geen vluchtgevaar. De rechtbank ging ervan uit dat de man zich wel spontaan zou aanbieden als hij opgeroepen zou worden door de gevangenis om zijn straf effectief uit te zitten. Het is een redenering die tot dan wel vaker gemaakt werd. Magistraten beweerden zelfs dat ze eigenlijk geen keuze hadden, wat niet helemaal juist is, maar hoe dan ook is er ondertussen een wetswijziging die de rechter meer mogelijkheden geeft iemand onmiddellijk aan te houden. O.a. de kans op recidive kan nu in overweging worden genomen.  

De rechtbank ging er van uit dat de man zich wel spontaan zou aanbieden als hij opgeroepen zou worden door de gevangenis om zijn straf effectief uit te zitten

Bakelmans gaat in beroep

Steve Bakelmans gaat tegen zijn veroordeling in beroep. Dat gebeurt op 27 juli 2017. Op 10 augustus 2017 belandt het dossier op het parket-generaal bij het hof van beroep in Antwerpen. Daar wordt het conform een intern toewijzingssysteem gegeven aan een magistraat van het openbaar ministerie die, gegeven de vakantie, het pas opendoet op 1 september. Terzijde, het intern toewijzingssysteem houdt rekening met de aard van het dossier en de specialisatie van de magistraat maar zedenzaken worden niet beschouwd als specialisatie en dus komt het ietwat lukraak terecht bij "een magistraat" verbonden aan de C 2 kamer van het hof van beroep.

Er bestaat een interne dienstnota van de procureur-generaal die zegt dat op een afzonderlijk blad zo nodig bijzondere aandachtspunten moeten vermeld worden maar voor dit dossier stond er op dat blad niets bijzonders. Blijkbaar was dit dossier voor het openbaar ministerie een dossier zoals zovele dossiers. Als het openbaar ministerie een instrument heeft om prioriteiten te bepalen, is het de vraag waarom dat instrument hier niet gewerkt heeft.

Als het openbaar ministerie een instrument heeft om prioriteiten te bepalen, is het de vraag waarom dat instrument hier niet gewerkt heeft

Pas op 8 maart 2018 wordt door het hof van beroep beslist de partijen in het dossier te dagvaarden voor een zitting op 9 mei 2018. In de dagvaarding staat ook dat voor de behandeling één uur werd bepaald wat er op wijst dat men echt wel van plan was de zaak ook effectief te behandelen.

Dat werd ook tijd want tussen het eerste moment dat het dossier bij het parket-generaal aankwam (op 27 juli 2017) en de (geplande) inhoudelijke behandeling (op 9 mei 2018) zitten ondertussen liefst ruim negen maanden.

Dat is erg veel en ook meer dan het streefcijfer dat het hof van beroep zichzelf had opgelegd. Dat was bepaald op 6 maanden en in de praktijk haalde men zelfs een beter gemiddelde, 4 maanden.

"Desastreuze gevolgen"

Maar ondanks deze vertraging werd er tot verrassing van velen door de voorzitter van de kamer C 2 op 4 mei, amper vijf dagen voor de geplande zitting, een brief gestuurd met de melding dat de zaak wegens "te veel werk" die dag niet inhoudelijk zou behandeld worden. Er zouden enkel conclusietermijnen uitgewisseld worden. De zaak zou inhoudelijk pas behandeld worden op 28 november 2018. Nog eens ruim een half jaar erbij... De Hoge Raad ziet voor deze beslissing geen enkele goede reden.

Er speelt nog iets. De (toenmalige) voorzitter van het Antwerpse hof van beroep reorganiseert zijn werking op 3 juli 2018. In functie van de beschikbare magistraten maakt hij een nieuwe dienstregeling. Dat is geen vrijblijvende oefening. Doordat hij over minder magistraten beschikt (een gevolg van de besparingspolitiek op justitie) moet hij het bestaande werk verdelen.

Overigens neemt de voorzitter deze beslissing met veel tegenzin maar hij zegt niet anders te kunnen. Hij laat aan de minister van Justitie wel herhaaldelijk weten dat dit "desastreuze gevolgen" met zich kan meebrengen. Maar, zo zegt hij, op al die brieven kreeg hij nooit een antwoord. 

Drastische reorganisatie

De Hoge Raad vindt de reorganisatie op zich een logische en verdedigbare zaak maar de wijze waarop de voorzitter de reorganisatie uitvoert, is wel heel erg drastisch. Hij sluit een correctionele kamer, de C 2 kamer. De dossiers die in de C 2 kamer in behandeling zijn,  worden verdeeld onder de overige kamers. Alle dossiers van de C 2 kamer die nog niet in behandeling zijn, gaan in de kast.

De voorzitter informeert, zoals het hoort, de procureur-generaal hiervan. De procureur-generaal zegt dat zoiets niet zondermeer kan en draagt de voorzitter op die dossiers eerst inhoudelijk eens te bekijken om te zien of er geen prioritaire dossiers tussen zitten, zaken die bv. omwille van de dreigende verjaring eerst moeten behandeld worden maar ook zaken die omwille van de aard van de feiten best niet langer kunnen blijven liggen, denk aan zedendossiers, denk aan het dossier van Steve Bakelmans. 

De PG zegt dat wel maar ziet achteraf er niet op toe dat er ook effectief gevolg gegeven werd aan zijn standpunt. Dat gevolg werd er namelijk niet onmiddellijk aan gegeven.

77 dossiers vallen uit de kast

Op 3 april 2019 wordt een nieuwe voorzitter van het hof van beroep benoemd. Die nieuwe voorzitter doet die screening wel. Hij stelt vast dat 77 dossiers in de kast zitten waaronder enkele die het label "prioritair" verdienen omwille van de dreigende verjaring, de politieke gevoeligheid maar ook omdat het over gevoelige zedenzaken gaat. 

Om die reden neemt de nieuwe voorzitter de beslissing alle dossiers terug uit de kast te halen en de C 2 kamer opnieuw te openen. Al die dossiers stonden gepland om te behandelen einde mei, begin juni. De zaak van Steve Bakelmans stond gepland op een inleidingszitting op 5 juni 2019.

Zo ver kwam het niet. De reden daarvoor kennen we inmiddels: uitgerekend op dezelfde dag dat die opdracht door de voorzitter van de hof van beroep gegeven wordt, 6 mei 2019, wordt Steve Bakelmans aangehouden op verdenking van moord op Julie Van Espen. Een dramatische samenloop van omstandigheden.

Nu wel onmiddellijk aangehouden

Twee dagen later, gealarmeerd door die feiten, komt er een nieuwe opdracht. Op 8 mei 2019 wordt de zaak van Steve Bakelmans opgeroepen om ze effectief op 5 juni te behandelen. Op 26 juni 2019 wordt Bakelmans veroordeeld tot de maximumstraf van 5 jaar. En wat in eerste aanleg niet gebeurde, gebeurt nu wel. De man wordt op de zitting onmiddellijk aangehouden.

Het argument dat destijds niet aanvaard werd, wordt nu wel aanvaard: vluchtgevaar. Dat is post factum beschouwd ironisch en cynisch tegelijk

Het argument dat destijds niet aanvaard werd, wordt nu wel aanvaard: vluchtgevaar. Dat is post factum beschouwd ironisch en cynisch tegelijk. Want wat is de zin van iemand aan te houden die al aangehouden is (in het kader van de moord op Julie Van Espen).

Zou Julie nog in leven zijn geweest?

Maar vooral: mocht het argument van het vluchtgevaar in eerste aanleg aanvaard zijn geweest, zat Steve Bakelmans wellicht in de gevangenis en kon hij de moord op Julie Van Espen niet gepleegd hebben. Iemand die op 30 juni 2017 een straf van vier jaar effectief krijgt, zit (normaal gesproken) twee jaar later nog steeds vast. Al moet ook gezegd worden dat dit een interpretatie achteraf is. 

Een vraag waar minder stellig kan op geantwoord worden is deze: mocht de zaak voor het hof van beroep sneller en efficiënter behandeld zijn geweest, voor de 4e mei 2019, had Steve Bakelmans dan de mogelijkheid de moord op Julie Van Espen te plegen. Of, nog veel scherper gesteld, is door de traagheid van justitie kunnen gebeuren wat gebeurd is?

Dat is een zuiver hypothetische vraag. Want het is nog maar de vraag wat de uitspraak in het hof van beroep zou geweest zijn. Theoretisch zou het kunnen dat de man een effectieve celstraf kreeg maar dan nog is de vraag of hij ook onmiddellijk naar de gevangenis zou gestuurd zijn. Het kan ook zijn dat Steve Bakelmans een probatiemaatregel zou gekregen hebben of een straf met (gedeeltelijk) uitstel.

Verschillende onregelmatigheden

Maar los daarvan blijkt uit dit rapport wel dat justitie fouten maakte. Dossiers zondermeer in de kast steken zonder ze inhoudelijk te screenen, negen maanden laten verlopen tussen het ontvangen van een dossier en het laten voorkomen van een dossier, en een zedenzaak "wegens te veel werk" uitstellen van begin mei tot eind november, kan moeilijk goed gepraat worden.

Het siert de Hoge Raad voor Justitie dat hij met dit onderzoek de vinger op de wonde legde

Het siert de Hoge Raad voor Justitie dat hij met dit onderzoek de vinger op de wonde legde. Van de 77 dossiers die in de kast lagen, is er nu eentje grondig uitgespit. Wat er met de 76 andere dossiers ondertussen gebeurd is, is onduidelijk.

Maar duidelijk is wel, zo zei Christian Denoyelle van de Hoge Raad, dat alle actoren binnen politie en justitie een topprioriteit moeten geven aan dossiers van seksueel geweld. 

Bekijk het verslag uit "Het Journaal" hier:

Video player inladen...

Meest gelezen