Wat als u niet één, maar vijf stemmen had bij verkiezingen? Politicologen reageren op voorstel Geens (CD&V)

“Geef de kiezer vijf stemmen die hij vrij kan spreiden over de partijen.” Het is een opvallend voorstel van vicepremier Koen Geens (CD&V), als een soort kerstcadeau tijdens een interview met de krant Het Laatste Nieuws. Wat zeggen politieke wetenschappers over het idee, en wat kunnen we leren van gelijkaardige systemen in het buitenland? Politicoloog Steven Van Hecke (KU Leuven): “Dit kan heel averechts uitdraaien.”

1. Hoezo, vijf stemmen bij verkiezingen?

Staat u op de dag van de verkiezingen wel eens vertwijfeld in het stemhokje met de vraag: “hoe moet dat nu alweer?” Wel, u bent waarschijnlijk niet de enige. Met de verschillende bestuursniveaus in ons land en het systeem van lijst- en voorkeursstemmen is “kiezen” nu al niet eenvoudig.

België kent op dit moment een systeem waarbij elke kiezer één stem heeft. “Dat enkelvoudig stemrecht bestaat sinds 1919”, zegt expert ter zake professor Stefaan Fiers (KU Leuven), “al gold dat tot 1948 enkel voor mannen.” Je kan wel meerdere voorkeursstemmen uitbrengen, maar die mag je niet verdelen over verschillende partijen. Je mag dus niet “panacheren”, om het geleerd te zeggen.

Achteraf wordt naar alle stemmen in een kieskring gekeken, en worden de plaatsen in het parlement evenredig over de partijen verdeeld. Fiers vat samen: “We hebben nu dus een proportioneel kiesstelsel, met enkelvoudig stemrecht.”

Wat Koen Geens (CD&V) voorstelt, is om dat proportionele systeem te behouden, maar iedereen vijf stemmen te geven. “Panacheren”, je stemmen verdelen over verschillende partijen, moet dan wel mogelijk worden.

Zo kan “je bijvoorbeeld twee stemmen geven aan Groen, omdat je het klimaat belangrijk vindt, twee aan N-VA, omdat je een streng migratiebeleid wilt, en één aan CD&V, omdat wij rust en stabiliteit brengen”, zegt Geens. 

Koen Geens, vicepremier en minister van Justitie voor CD&V

2. Bestaat dat systeem al ergens?

“Zo’n systeem met meerdere stemmen is heel ongebruikelijk”, weet Fiers. Het bekendste en geprezen voorbeeld is Duitsland. Daar hebben kiezers twee stemmen: de Erststimme en de Zweitstimme.

“Met de Erststimme kies je een kandidaat in je kieskring. De kandidaat met de meeste stemmen wordt dan verkozen. Het gaat dus om een meerderheidssysteem zoals in Groot-Brittannië, wat grote partijen bevoordeelt. In de Bondsdag (het Duitse parlement, red.) wordt de helft van de zetels verdeeld volgens die Erststimme.”

“De andere helft van de parlementsleden wordt verkozen volgens de Zweitstimme, de "tweede stem": die stemmen worden proportioneel verdeeld, waardoor ook kleinere partijen in het parlement raken, zoals bij ons.” Duitsland heeft dus een “gemengd kiesstelsel”, het beste van twee werelden? “Het zorgt ervoor dat mensen strategisch kunnen stemmen. De Erststimme volgens hun hoofd, de Zweitstimme volgens hun hart”, zegt de professor. 

Video player inladen...

Een ander systeem met meerdere stemmen is het “block voting system”. “Elke kiezer heeft dan evenveel stemmen als er zetels zijn. Stel dat er in Brugge vier zetels te verdelen zijn, dan krijg je vier stemmen.” Maar dat systeem werkt altijd met kleinere kieskringen, en valt onder de meerderheidsstelsels. België had in principe zo'n systeem tussen 1831 en 1900, tot het proportioneel systeem werd ingevoerd. 

“En dan zijn er nog systemen waarbij je met een eerste stem je eerste voorkeur aangeeft, en als die politicus niet verkozen wordt, je een ‘alternatieve stem’ uitbrengt”, legt Fiers het “alternative vote system” (zoals in Australië) en “single transferable vote system” (Ierland) uit.

Je mag het voorstel van Geens niet verwarren met het “meervoudig stemrecht” dat in België bestond tussen 1893 en 1919. “Dat was een discriminerend systeem: toen hadden sommige mannen, zoals universitairen, de clerus of mensen met veel geld, tot drie stemmen bij de parlementsverkiezingen, en de gewone arbeider maar één”, zegt Fiers. Het exacte systeem zoals Geens het voorstelt, "dat bestaat volgens mij niet", zegt Fiers. 

3. Wat zou het effect zijn van zo'n hervorming?

Dat het systeem zoals Geens het voorstelt nog niet bestaat, heeft zo zijn reden. “Het zou eerst en vooral veel meer telwerk opleveren”, zegt de professor.

Geens zegt zelf dat de hervorming voor meer “nuance” moet zorgen: “Nu is die ene stem vaak een intuïtieve, emotionele opwelling van het moment.” Die visie is niet vreemd, nu de regeringsvorming al 212 dagen aansleept door het verdeelde politieke landschap. Maar is zo’n hervorming wel een oplossing? 

“Het is niet vreemd dat een politicus uit het centrum dit voorstelt”, ziet professor Steven Van Hecke, die samen met Fiers de Europese kiesstelsels bestudeerde. “Kijk bijvoorbeeld naar het onderzoek van politicoloog Stefan Walgrave. Dat toont aan dat de mening van kiezers wel vaak in het centrum ligt, maar dat ze niet volgens die mening stemmen. Voor sommige burgers is CD&V misschien niet de eerste keuze, maar wel de tweede”, gelooft Van Hecke.

“Maar het is even goed mogelijk dat overtuigde kiezers al hun stemmen aan Vlaams Belang of PVDA blijven geven”, vult Fiers aan. Dat deze hervorming stemmen van extreme partijen zal afsnoepen, is dus onzeker.

“Het kan heel averechts uitdraaien, of gewoon om een vestzak-broekzak-operatie gaan”, zegt Van Hecke. “Sommige kiezers zouden hierdoor misschien naast een proteststem, een stem in het centrum uitbrengen. Maar het kan evengoed omgekeerd: dat kiezers uit het centrum die kritisch zijn op vlak van migratie, nu ook voor Vlaams Belang zouden stemmen.”

4. Is dat geen manipulatie van wat de kiezers willen?

Zou deze hervorming niet de meningen van de kiezers manipuleren? “In elk systeem zijn er voor- en nadelen”, zegt Fiers. “Het is kwestie van steeds het systeem te kiezen dat beantwoordt aan de verzuchtingen van de bevolking én een werkbare meerderheid oplevert.”

“Het is dus goed om af en toe grondig over je kiessysteem na te denken”, zegt de professor. Daarvoor hebben we tot mei 2023. Daarna mag het kiessysteem niet meer aangepast worden voor de verkiezingen van mei 2024. “Maar let op met plotse hervormingen, zoals in Griekenland, waar de grootste partij in één ruk 50 extra zetels kreeg.” 

Van Hecke ziet dan ook andere mogelijke hervormingen, zoals een verhoging van de kiesdrempel, waardoor kleinere partijen moeilijker toegang krijgen tot het parlement, een andere verdeling van de kieskringen of een gedeeltelijke invoering van een meerderheidsstelsel. “En kijk toch ook eens naar Duitsland om inspiratie op te doen”, raadt Fiers aan. 

Meest gelezen