AFP or licensors

Italiaanse minister van Onderwijs stapt op omdat hij niet genoeg geld krijgt

Lorenzo Fioramonti, de Italiaanse minister van Onderwijs, stapt op omdat hij vindt dat hij niet genoeg middelen krijgt. Volgens hem zijn er miljarden nodig om de Italiaanse scholen en universiteiten te verbeteren. Maar dat geld werd niet vrijgemaakt.

Minister Fioramonti diende zijn ontslag maandag in bij de Italiaanse premier Giuseppe Conte, nadat in het Italiaanse parlement de definitieve begroting voor volgend jaar goedgekeurd was. Het nieuws is nu pas bekend geraakt. Fioramonti was pas in september aangesteld als minister. Toen al sprak hij klare taal en zei hij dat hij zou opstappen als het budget niet met 3 miljard euro verhoogd zou worden.

In een Facebook-post geeft Fioramonti meer uitleg bij zijn ontslag. "Ik had mijn functie opgenomen met als enige doel op een radicale manier de trend van tientallen jaren om te buigen die scholen, universiteiten en onderzoek in de problemen gebracht heeft." Volgens hem heeft de Italiaanse regering te weinig moed getoond om te investeren in een sector die "de echte toekomst voor ons allemaal" is.

In de korte tijd dat Fioramonti minister was, liet hij meermaals van zich horen. Zo stelde hij voor om (extra) belastingen in te voeren op vliegtickets, plastic en suikerrijk eten om geld voor onderwijs binnen te halen. Ook was hij voorstander van verplichte lessen over klimaatverandering.

Nieuwe klap voor premier Conte

Het ontslag is een nieuwe klap voor de regering van Giuseppe Conte, die nog geen vier maanden aan de macht is. Afgelopen zomer was de vorige regering gevallen. Die regering, ook geleid door Conte, was een samenwerking tussen de anti-establishmentpartij Vijfsterrenbeweging en het rechts-populistische Lega.

Het nieuwe kabinet bestaat uit de Vijfsterrenbeweging en de linkse Democratische Partij. Ook dat staat niet erg stevig in zijn schoenen. De twee regerende partijen hebben sterk uiteenlopende standpunten over allerlei thema's. Door samen te werken, hopen ze nieuwe verkiezingen te kunnen vermijden.