Video player inladen...

25 jaar na Switel-brand: "Ik zei tegen mijn moeder: ‘Hier sterven we’, maar ik heb haar uit die zaal gesleurd"

De zware brand in het Switel-hotel in Antwerpen, op oudejaarsavond 1994, staat in het collectief geheugen gegrift. De brand eiste een zware tol: 15 mensen stierven, 164 anderen raakten zwaar verbrand. Radio 2 Antwerpen sprak met drie getuigen van die avond: Nadine Venckeleer, die oudjaar vierde in het hotel, Leona Detiège, die haar eerste stappen als burgemeester van Antwerpen zette, en dokter Philippe Jorens, die zijn eerste wachtdienst in het UZA deed.

Nadine Venckeleer: "Elke nieuwjaar denk ik: hoe zou het met die gewonden zijn?"

Nadine Venckeleer (68) uit Deurne vierde oudejaarsavond 1994 met haar ouders in het Switel-hotel. In november was ze al eens in de bewuste zaal geweest voor het banket van de bank waar ze toen werkte. "De zaal was ruim en ik heb meteen erna geboekt voor oudjaar", vertelt Nadine. "Mijn moeder was dat jaar geopereerd en ik dacht: dan hoeft ze niets te doen. Er zal ambiance zijn en lekker eten."

Maar als ze op oudjaar weer in de zaal komt, valt het op dat er veel minder plaats was. "De zaal zat overvol. De tafels waren tegen elkaar geschoven zodat er niemand meer tussen kon. Mensen zaten bijna op elkaar. Op de vier hoeken van de dansvloer stonden vijfarmige kandelaars, zo hoog als een mens. Ik ging dansen en we zeiden tegen elkaar: niet te dicht tegen die kandelaars, want onze blouse zou eens vuur moeten vatten."

Op de hoeken van de dansvloer stonden vijfarmige kandelaars, zo hoog als een mens. We zeiden nog tegen elkaar: niet te dicht tegen die kandelaars, want onze blouse zou eens vuur moeten vatten.

Nadine Venckeleer

Nadine en haar ouders gaan weer aan tafel. "Mama zat naast me, papa zat over ons. Opeens zegt papa: "Die kerstboom schiet in brand". Ik trok mijn moeder mee aan haar arm. Ik heb haar zo hard geknepen dat ze blauwe plekken had."

Dan valt het licht uit en ontstaat er paniek. "We lagen op de grond en je wordt vertrappeld. Op zo’n moment worden mensen als beesten, iedereen wil overleven", zegt Nadine. "Ik had mijn moeder nog altijd vast. Op een bepaald moment zei ik: "Mama, we zijn eraan", maar ze antwoordde niet."

"Ik hoorde het gezoem van die brandende kerstboom naast me. Ik kon bijna niet ademen, maar ik wilde mijn moeder daar weg krijgen. Uiteindelijk heb ik haar uit de zaal getrokken, ik weet niet hoe. Ik werd zo sterk als de Hulk. Een man is ons nog achterna gelopen en heeft een schoen gegooid die mijn ma kwijt was."

We lagen op de grond en je wordt vertrappeld. Op zo’n moment worden mensen als beesten, iedereen wil overleven.

Nadine Venckeleer

Nadat Nadine haar moeder in veiligheid heeft gebracht, gaat ze op zoek naar haar vader. In de zaal zelf mag ze niet meer binnen van de brandweer, dus zoekt ze in de rest van het gebouw. "Ik liep rond als een gek. Toen zag ik al mensen buiten liggen die overleden waren. Ik keek naar de schoenen om te zien of mijn vader er niet bij was. Hij was er niet bij, gelukkig." Nadine krijgt het moeilijk als ze terugdenkt aan dat moment.

"We stonden weer aan de ingang van Switel en intussen was de brand al geblust. Rook, rook, rook. Dan kwam papa eraan in de verte, tussen twee brancardiers. Hij was in shock. We hebben elkaar vastgepakt zoals we nog nooit gedaan hadden." De vader van Nadine is verbrand aan zijn handen en oren. "Taxi in, naar Stuivenbergziekenhuis om mijn vader te laten verzorgen."

"Mijn moeder zag zwart en eerst dachten ze dat ze verbrand was. Maar dat was van het roet." Thuis konden ze het roet van hun lichaam wassen. "Het haar van mijn moeder heb ik drie keer moeten wassen omdat je de doordringende rook bleef ruiken. Maar we waren oh zo gelukkig dat we er levend uit zijn gekomen. Want die andere mensen konden het niet meer navertellen. Ik wel."

(tekst gaat voort onder de foto)

De volgende oudejaarsavonden bleven Nadine en haar ouders gewoon thuis. "Mijn moeder maakte haar oudejaarsdiner of we gingen iets halen bij de traiteur. Sindsdien ben ik ook niet meer naar optredens geweest of naar plaatsen waar een massa volk samen is. Daar voel ik me niet op mijn gemak."

Om de vijf jaar, bij elke herdenking, krijgt Nadine telefoontjes. "Je staat weer in de krant, zeggen ze dan. Er is een foto (zie hierboven) die telkens opnieuw opduikt en waar mijn moeder en ik op te zien zijn. Op dat moment besefte ik niet eens dat er een foto genomen was. Het is net alsof je jezelf ziet in een andere wereld. Met dat vuur op de achtergrond. Het lijkt niet echt. Maar het was het wel."

Er is een foto die telkens opnieuw opduikt en waar mijn moeder en ik op te zien zijn. Het is net alsof je jezelf ziet in een andere wereld.

Nadine Venckeleer

Op de foto is ook een man te zien die zijn armen in de lucht steekt. "Hij probeerde de mensen te bedaren", vertelt Nadine. "Die man is overleden, heb ik later gehoord." Nachtmerries heeft Nadine nooit gehad. Het heeft wel heel wat tijd gekost om de ramp te verwerken.

"Het slijt, zoals alles slijt in het leven, maar een grote ramp blijft je altijd bij. Het ergste vind ik: die andere mensen die voor hun leven verminkt zijn. Elke nieuwjaar denk ik: hoe zou het die mensen zijn? Waren ze er maar nooit geweest, op dat feest."

Bekijk onze video met getuigenissen en archiefbeelden van de fatale nacht (lees verder onder het filmpje): 

Video player inladen...

Leona Detiège: "Over levenloze lichamen stappen op oudejaarsavond, dat verwacht je niet"

Leona Detiège (77) zou pas om middernacht burgemeester Bob Cools opvolgen, maar kreeg een uur voordien al een oproep. "Ik was oudjaar aan het vieren bij mijn zus. Rond 23 uur kreeg ik een telefoontje van de hoofdcommissaris die zei dat ik dringend naar het Switel-hotel moest komen. Ik antwoordde dat ik nog geen burgemeester was, maar hij zei dat het lang zou duren. Mijn schoonbroer heeft me naar daar gebracht."

Toen Detiège een kwartier later arriveerde, was er geen vuur meer te zien. "De vuurbal was intussen gedoofd, maar alle slachtoffers waren al gevallen" vertelt ze. "Het eerste wat ik zag waren de lichamen van overleden mensen die naast het hotel lagen en waar ik moest over stappen om binnen te gaan. Dat is niet bepaald wat je verwacht op een oudejaarsavond."

Leona Detiège (2e van rechts) op een persconferentie over de ramp.

Voor Detiège was meteen duidelijk wat van haar werd verwacht, na overleg met de gouverneur, de hoofdcommissaris van de politie en de brandweercommandant. "Ik coördineerde de hulpverlening en hield contact met de pers. Radio en televisie hebben een fantastische rol gespeeld. Er was een staking bij de politie, maar omdat de brand in het nieuws kwam, kwamen heel wat agenten onmiddellijk helpen.

Wat Detiège geraakt heeft, is de grote solidariteit van buurtbewoners. "Die hebben mensen met brandwonden bijgestaan en proberen te verzorgen tot de hulpdiensten er waren. De taxichauffeurs hebben ook geholpen om mensen naar ziekenhuizen te brengen. In de zaal waren 450 mensen aanwezig, ongeveer één derde van hen raakte gewond, je kan je voorstellen dat het een enorme wirwar was. Het was mooi om zien dat mensen spontaan begonnen te helpen."

De patiënten lagen daar als mummies, helemaal ingepakt. Je weet niet wat hun de komende jaren nog te wachten staat. Dat was een vreselijke situatie.

Leona Detiège

De hulpdiensten hadden de handen vol om de slachtoffers naar gespecialiseerde brandwondencentra te brengen in Antwerpen, Brussel, Neder-Over-Heembeek, Nederland en Duitsland. "De volgende dag ben ik met de commissaris naar het brandwondencentrum in het Stuivenbergziekenhuis gegaan om patiënten te begroeten. Voor zover dat kon", zegt Detiège. "Ze lagen daar als mummies, helemaal ingepakt. Je weet niet wat hun de komende jaren nog te wachten staat. Dat was een vreselijke situatie."

Toen haar taak erop zat, kon ze niet meteen slapen. "Rond 4 uur ‘s ochtends ben ik naar huis gegaan met mijn schoonbroer. "We hebben nog een hele tijd nagepraat. Je hebt zoiets meegemaakt en het gaat niet om te zeggen: "Ik kruip in mijn bed en het is gedaan". Je moet dat verwerken."

Als er veel vuurwerk wordt afgestoken of als er kaarsen in de buurt van kerstbomen worden gezet, ga ik altijd kijken of ze niet te dicht staan en of er geen brandgevaar is.

Leona Detiège

Korte tijd later besliste de stad om het vuurwerk te verplaatsen naar de Schelde om het brandgevaar voor de binnenstad zoveel mogelijk te beperken. Ook voor Detiège persoonlijk liet de ramp sporen na. "Als er veel vuurwerk wordt afgestoken of als er kaarsen in de buurt van kerstbomen worden gezet, ga ik altijd kijken of ze niet te dicht staan en of er geen brandgevaar is."

Ze blijft oudejaar vieren bij haar zus en dan komt de brand nog elke keer ter sprake. "Het is logisch, denk ik, dat daar nog iedere keer over gepraat wordt, zelfs nu nog, 25 jaar later."

Philippe Jorens: "We moesten ons behelpen"

Philippe Jorens was in 1994 begonnen als arts op de dienst intensieve zorg van het UZA in Edegem. Omdat hij minder ervaring had, stelden zijn collega’s voor om zijn eerste wachtdienst op oudejaarsavond te doen. "Dat was helemaal anders dan nu", vertelt hij. "We hadden geen gsm, er waren geen sociale media, er was alleen een semafoon: een bieper waarmee je opgeroepen kon worden."

Iets voor middernacht bracht Jorens zijn schoonmoeder naar huis. "Ik reed op de brug over de A12, maar mijn semafoon ging niet af. Blijkbaar was het systeem overbelast. Vanuit de rijkswachtkazerne in Wilrijk zag ik de ene politiecombi na de andere richting stad vertrekken en ik dacht: "Hier is iets grondig mis". Toen ik bij mijn schoonmoeder aankwam, belde mijn vrouw op de vaste lijn en zei: "Je moet rechtstreeks naar het ziekenhuis, er is een ramp gebeurd’."

Het brandwondencentrum in het Stuivenbergziekenhuis was overbelast, daarom werden patiënten ook naar andere ziekenhuizen gebracht. "Van zodra ik arriveerde in het UZA, iets na middernacht, kwamen de eerste patiënten aan", zegt Jorens. "De meesten hadden al een buisje in de keel gekregen in Stuivenberg, omdat bij zwaar verbrande patiënten niet alleen de huid maar ook de keelholte en de luchtwegen opzwellen. In enkele uren tijd hadden we 18 beademde patiënten opgenomen op onze dienst intensieve zorg."

(tekst gaat voort onder de foto)

Veel van de slachtoffers waren meer dan 80 procent verbrand en zij hadden aangepaste zorgen nodig. Speciale baden bijvoorbeeld. "Er was maar één rollend bad, en we hadden er 18 nodig. Ook aangepaste verbanden en zalf moesten naar het ziekenhuis worden gebracht. Het was geen chaos, maar we moesten ons behelpen."

Nog een moeilijkheid: veel slachtoffers waren onherkenbaar. "De familie was wanhopig op zoek. De politie faxte foto’s van wie het zou kunnen zijn. Op zo’n fax is dat een zwart silhouet met een grijze zone rond. Zo konden we mensen niet identificeren." Sommige hulpverleners hadden daar iets op gevonden. "Ze hadden patiënten onder het blauwe doek of het laken dat onder hen wordt gelegd, hun naam laten schrijven voor het buisje in de keel werd gestoken. Daarna kan je niet meer schrijven, dan word je in slaap gedaan. Zo wisten we wie het was."

De politie faxte foto’s om de slachtoffers te kunnen identificeren. Op zo’n fax is dat een zwart silhouet met een grijze zone rond. Zo lukte dat niet.

Philippe Jorens

In de ziekenhuizen was er een enorm tekort aan personeel. Bij de dokters en verpleegkundigen in het UZA was er een grote solidariteit. "Veel verpleegkundigen zijn spontaan naar het ziekenhuis gekomen om hun collega’s te helpen toen ze hoorden over de ramp", vertelt Jorens. "De dagen erna zijn we hier ook allemaal gebleven. Heel veel mensen hebben meerdere shiften na elkaar gedraaid omdat niet iedereen makkelijk bereikbaar is in de nieuwjaarsperiode."

Een van de slachtoffers die in het UZA werd opgevangen, was de dochter van Rocco Granata. “Heel lieve man, heel bescheiden”, vertelt Jorens. "Hij was hier ’s nachts en hij was natuurlijk volledig van slag. Achteraf heeft hij ons veel erkenning geven, iedereen die hier in het UZA en in het brandwondencentrum voor zijn dochter heeft gezorgd en zijn best heeft gedaan." Zo is een bijzondere band ontstaan met Rocco Granata. Hij was ook aanwezig op het huwelijksjubileum van Philippe Jorens en zijn vrouw. "Ik ben bijzonder dankbaar dat hij een korte speech is komen geven. Niet iets wat je met veel patiënten tegenkomt."

Rocco Granata heeft ons veel erkenning gegeven, iedereen die hier in het UZA en in het brandwondencentrum voor zijn dochter heeft gezorgd en zijn best heeft gedaan.

Philippe Jorens

Jorens denkt nog regelmatig terug aan die nacht. "Niet alleen omdat het mijn eerste wachtdienst was, dat is iets bijzonders, maar ook doordat de patiënten zo zwaar verbrand waren. En door de banden die er gesmeed zijn. Ik spreek er nog regelmatig over met verpleegkundigen die er toen bij waren. Sommige rampen blijven je in de loop der jaren bij, ook Switel. Dat kruipt niet in je koude kleren."