De schedel van een volwassen T. rex in het National Museum of Natural History in Washington D.C.
Eqdoktor/Wikimedia Commons/CC BY-SA 3.0

Tiener T. rex geeft zijn geheimen prijs

De Tyrannosaurus rex is zonder enige twijfel de beroemdste dinosaurus ter wereld. Met zijn lengte van 12 meter en zijn scherpe tanden in krachtige kaken die beenderen kunnen verbrijzelen, spreekt hij onmiskenbaar tot de verbeelding. Over jonge, nog niet volgroeide exemplaren en het groeiproces bij T. rex was echter nog niet veel geweten. Onderzoek van twee fossiele 'tieners' heeft nu uitgewezen dat de jonge exemplaren zeker geen aparte dwergsoort waren, waarschijnlijk op een andere manier aan hun voedsel kwamen dan de volgroeide exemplaren en dat ze nauwelijks groeiden in jaren waarin het voedsel schaars was.

'Groter is beter' lijkt wel de leuze van natuurhistorische musea wat dinosaurussen betreft, en veel musea stellen dan ook enkel hun grootste exemplaren ten toon en negeren de rest. 

"Historisch gezien is het zo dat veel musea de grootste, meest indrukwekkende fossielen van een dinosaurussoort verzamelden om die ten toon te stellen, en dat ze de andere exemplaren negeerden", zei doctor Holly Woodward. "Het probleem daarbij is dat die kleinere fossielen jonge dieren kunnen zijn. En dus hebben we lange tijd grote gaten gehad in onze kennis over hoe dinosaurussen opgroeiden, en T. rex vormt daar geen uitzondering op."

Woodward is hoogleraar anatomie aan het Oklahoma State University Center for Health Sciences en ze had de leiding over de nieuwe studie die een aantal van die gaten wil opvullen.

In de vroege jaren 2000 werden de fossiele skeletten van twee relatief kleine T. rex exemplaren uitgegraven in Carter County in de staat Montana door het Burpee Museum of Natural History in Rockford, Illinois. Ze kregen de bijnamen 'Jane' en 'Petey' en zouden bij leven iets groter geweest zijn dan een trekpaard en twee keer zo lang. 

Net de kleinere gestalte van Jane en Petey is wat hen zo enorm belangrijk maakt. Niet alleen kunnen onderzoekers nu bestuderen hoe de beenderen en de proporties veranderen naarmate T. rex tot volle wasdom kwam, maar ze kunnen ook paleohistologie gebruiken om meer te weten te komen over de groeisnelheid en de leeftijd van jongere exemplaren. Histologie is weefselleer, de studie van de weefsels van mensen, dieren en planten, en paleohistologie is de studie van de microstructuur - de structuur op microscopisch niveau - van fossiele beenderen.  

"Ik vind het altijd verbazingwekkend dat als je iets hebt als een enorm gefossiliseerd dinosaurusbot, te ontdekken dat het net zo goed gefossiliseerd is op het microscopische niveau", zei Woodward. "En door deze gefossiliseerde microstructuren te vergelijken met gelijkaardige elementen die in moderne beenderen gevonden worden, weten we dat ze inzichten verschaffen over de stofwisseling, de groeisnelheid en de leeftijd."

Een vergelijking tussen verschillende fossielen van T. rex (en een mens). 'Jane' is het kleinste, blauwe exemplaar.
Matt Martyniuk/Wikimedia Commons/CC BY-SA 1.2

Geen dwergsoort

Woodward en haar team sneden dunne schijfjes uit de beenderen van de achterpoten van Jane en Petey en onderzochten die onder een sterke vergroting. 

Het team stelde vast dat de kleine T. rex exemplaren net zo snel aan het groeien waren als moderne warmbloedige dieren als zoogdieren en vogels dat nu doen. Woodward en haar collega's ontdekten ook dat Jane en Petey tieners waren toen ze stierven. Door de jaarlijkse ringen in de beenderen te tellen, zoals men ook boomringen telt, stelden ze vast dat Jane en Petey respectievelijk 13 en 15 jaar oud geworden zijn. 

De studie maakt ook een einde aan de speculatie dat de twee kleine skeletten helemaal geen T. rex zouden zijn, maar een kleinere, verwante dwergsoort die men Nanotyrannus genoemd heeft. Op basis van de histologische studie van de beenderen komen de onderzoekers tot de conclusie dat de skeletten wel degelijk jonge T. rex-exemplaren zijn en geen nieuwe dwergsoort. 

Een mogelijke reconstructie van een volwassen T. rex. Mogelijk zijn de verhoudingen van de reconstructie niet helemaal juist.
Public domain

Verschillende niches

Woodward wees erop dat, aangezien het tot 20 jaar duurde voor een T. rex de volwassenheid en zijn maximale grootte bereikt had, het waarschijnlijk is dat T. rex ingrijpende veranderingen onderging bij het volwassen worden. Jonge exemplaren zoals Jane en Petey waren snelvoetig en hadden mesachtige tanden om mee te snijden, terwijl de volwassen exemplaren trager rondsjokten en beenderen verbrijzelden. De tanden van de tieners konden waarschijnlijk wel een been doorboren, maar het ook verbrijzelen konden ze nog niet en dus konden ze ook geen beenderen eten, in tegenstelling tot de volgroeide exemplaren.

Het lijkt dan ook waarschijnlijk dat de volwassen en jonge exemplaren een verschillende ecologische niche innamen, dat ze niet op dezelfde manier aan hun voedsel kwamen.  De volwassen exemplaren, die twee keer zo lang en wel tien keer zo zwaar waren als de tieners, namen de niche in van een grote carnivoor, terwijl de jongere exemplaren middelgrote vleeseters waren. De grootte van hun prooien zal ook afhankelijk geweest zijn van hun lichaamsgrootte, iets wat vandaag ook gezien wordt bij alligators. 

Ten slotte stelden de onderzoekers, dankzij de afstand tussen de jaarringen, nog vast dat een opgroeiende T. rex een aardig trucje kon: als voedsel gedurende een bepaald jaar schaars was, groeide hij niet zo veel, als voedsel daarentegen in overvloed aanwezig was, groeide hij erg snel. 

"De afstand tussen de jaarlijkse groeiringen legt vast hoe veel een individu groeit in de loop van een jaar. De afstand tussen de ringen bij Jane, Petey en zelfs oudere individuen is inconsistent - sommige jaren staan de ringen dicht bij elkaar, andere jaren liggen ze ver uit elkaar", zei Woodward. 

De studie van Woodward en onderzoekers van de Chapman University, Montana State University, Intellectual Ventures, Museum of the Rockies en het North Carolina Museum of Natural Sciences is gepubliceerd in Science Advances. Dit bericht is onder meer gebaseerd op een persbericht van het Oklahoma State University Center for Health Sciences.  

Jaarlijkse groeiringen in het dijbeen van BMRP 2002.4.1, beter bekend als Jane. Duidelijk is dat de jaarringen niet op dezelfde afstand van elkaar liggen.
H.N. Woodward et al. Science Advances 2020

Meest gelezen