Eupen

100 jaar Oostkantons en Duitstalige Gemeenschap: exoten, halve Duitsers of gewoon Belgen?

Dag op dag een eeuw geleden ontstond de Duitstalige Gemeenschap in ons land, een gevolg van het verlies van de Duitsers in WO I. Hoe is het die structuur én vooral de inwoners vergaan? Een terugblik.

De Eerste Wereldoorlog (1914-1918) heeft erin gehakt in onze contreien. Als compensatie voor de geleden schade tijdens de oorlog bepaalde het Verdrag van Versailles (in 1919) dat een Duits gebied Belgisch grondgebied moest worden. Op 10 januari kwam het officieel zo ver. Eupen, Sankt Vith en Malmedy (en hun periferie) werden onderdeel van de Belgische staat. Officieel Belgisch dus, al was de voertaal er Duits én kregen heel wat Duitsers plots een andere koning als staatshoofd.

Een overgangszone was het eigenlijk, zowel cultureel, historisch als taalkundig, tussen België en Duitsland dus. Sinds de fusiegolf én de herindeling van de gemeenten in 1977 is er sprake van drie kantons (Eupen, Sankt Vith en Malmedy), goed voor in totaal 11 gemeenten, die op hun beurt nog eens deelgemeenten hebben. Vreemd sprongetje: het kanton Malmedy behoort officieel wel tot de Oostkantons, maar het is ook een deel van de Franse Gemeenschap. Er wordt ook voornamelijk Frans gesproken, maar er zijn taalfaciliteiten voor de Duitstaligen.

De Oostkantons tellen goed 77.000 inwoners, vergelijkbaar met Vlaamse steden als pakweg Kortrijk en Aalst, maar dan wel gespreid over een veel grotere oppervlakte. Het wijst direct ook op dé troef van de regio: de weidsheid, de natuur, de ruimte en het daarbij horende toerisme.

Tijdens de bezetting in de Tweede Wereldoorlog gebeurde het omgekeerde: nazileider Adolf Hitler voegde het gebied opnieuw bij Duitsland. Met alle gevolgen van dien: de inwoners werden gezien als Duitse burgers en moesten dan ook dienen in het Duitse leger. Meer dan 8.000 mannen uit de Oostkantons moesten naar de Wehrmacht, zowat 2.000 onder hen overleefden het niet. Na de nederlaag van Hitler werden de kantons opnieuw Belgisch. Een pijnlijk litteken was de bijna totale verwoesting van Sankt Vith en Malmedy, in het Ardennenoffensief. De heropbouw volgde later wel.

De taalwetten van  1962 bezorgden alle gemeenten een tweetalig statuut, mét dus faciliteiten voor de anderstalige minderheid (in Malmedy bijvoorbeeld). Er kwam ook een eigen parlement, maar voor alle duidelijkheid: de Duitstalige Gemeenschap staat niet gelijk aan de Oostkantons, die omvatten meer dan alleen maar Duitstaligen.

Intussen is iedereen het gewoon: België heeft drie officiële landstalen, het Belgisch volkslied bestaat in drie talen en elke taalgemeenschap heeft een eigen parlement. En zo loopt het al jaren.

Een speling van de geschiedenis: de Vennbahn

De Vennbahn betekent letterlijk "spoorweg van de Venen", verwijzend naar de Hoge Venen, het natuurgebied in de Oostkantons. Dat was de spoorlijn, vooral belangrijk voor de zware industrie, die liep van Aachen naar Luxemburg. Een deel van die spoorlijn liep en loopt over Duits grondgebied, maar is als gevolg van het Verdrag van Versailles aan België toegewezen.

De spoorlijn wordt nu veel minder intensief gebruikt en de ongebruikte sporen hebben plaats gemaakt voor de Vennbahnradweg, een fietsroute. Maar enkele vierkante kilometer Belgisch grondgebied ligt dus nog altijd in Duitsland en een definitieve regeling (met eventueel compensaties) is er nog altijd niet.

"Bekeken als exoten, maar voelen ons zo niet"

Maar wie zijn die Oostkantonners, in die regio geprangd tussen Luik en Duitsland? En voelen ze zich nu Belg of niet? Andreas Kockartz, journalist bij de Duitstalige pagina's op vrtnws.be én inwoner van Eupen, weet er alles van: "Voor ons is het eigenlijk niets bijzonders. Wij zijn gewoon de Duitstalige Belgen. Ik voel wel dat we in het binnenland nog vaak worden bekeken als exoten, maar we voelen ons eigenlijk niet zo. Maar voor veel mensen zijn de Oostkantons blijkbaar iets bijzonders."

"Ik ben graag Belg van Duitse cultuur, zo simpel is dat. Ik geniet van het beste van beide werelden. Ik ben een prototype van een Belg: geboren en getogen in Eupen, ik heb gestudeerd in Luik en ik werk in Brussel voor een Vlaamse instelling. Belgischer kan niet. En wat er nog bijkomt: mijn partner is een Duitse."

Door onze autonomie is er een positieve identificatie, gevoelens tegen iets of iemand zijn verdwenen 

Andreas Kockartz, geboren en getogen in Eupen

Maar hoe Duits voelen de inwoners van de Duitstalige Gemeenschap zich nog? "Duitsland is een buurland waar we eigenlijk bij horen. De regio Aachen of Monschau is ook een stuk Heimat: we winkelen daar, sommigen werken daar, we hebben daar familie en vrienden, we genieten van de cultuur daar, maar we zijn bovenal graag Belgen."

Vroeger was alles scherper afgetekend, meent Kockartz: "Je had vroeger mensen die een afkeer hadden van Duitsland. Er was ook een tegenrichting met inwoners die liever Duitser waren geweest, of gebleven. Of terug wilden keren naar Duitsland. Maar in de loop van de generaties zijn die gevoelens afgezwakt. Dat is aan het verdwijnen eigenlijk, dat is weg, dat voel je niet meer. Door de autonomie van onze steden en dorpen is er een positieve identificatie met de Duitstalige Gemeenschap. En dat is mooi. Wij zijn niet tegen iets of iemand, maar wél voor onze eigen mensen."

"Ideologische verschillen zijn bij ons veel kleiner"

De Vlaamse regeringsvorming was al een moeilijk verhaal, dat van de federale regering is helemaal complex, in de Duitstalige Gemeenschap lijkt alles altijd vlot te gaan. Een vlotter werkend politiek bestel lijkt het. "Juist, maar de wegen bij ons zijn klein. Iedereen kent iedereen. En de partijen komen snel tot een overeenkomst."

"Ideologisch zijn de verschillen tussen de partijen ook veel kleiner dan in Vlaanderen of Wallonië. Politici bij ons weten waar de mensen mee bezig zijn, misschien is het daardoor eenvoudiger om tot een akkoord te komen", meent Kockartz. "Wij moeten niet meedoen aan de stratego die je nu overal ziet. En ja, we zijn een rijke welvarende regio, zeker vergelijkbaar met Vlaanderen. Al hebben we in steden als Eupen ook wel armoede en werkloosheid. Niet veel, maar het bestaat."

Op dit moment is Oliver Paasch (van de Pro Deutschsprachige Gemeinschaft) de minister-president van de Duitstalige Gemeenschap. Hij regeert samen met socialisten en liberalen. Zijn voorganger, Karl-Heinz Lambertz (van de Sozialistische Partei), zit het parlement voor.

Schoonheid, natuur, toerisme én werkgelegenheid

De Oostkantons lokken best wel wat toeristen. Duitsers, maar zeker ook Vlamingen en Walen. Niet toevallig want het gebied kan rekenen op aantrekkelijke natuur, op mooie steden en dorpen, er is ruimte, er zijn veel toeristische voorzieningen en er ligt al eens sneeuw. Een recept voor succes, zo blijkt. 

De Hoge Venen en onze bossen moet je absoluut gezien hebben

Wat moet je absoluut gezien hebben in de Oostkantons? "Zeker weten: de Hoge Venen. En onze bossen. Ik geniet daar elke keer opnieuw van. Onze natuur is zo mooi, daarom wil ik ook nooit mijn streek verlaten. En steden als Eupen en Sankt Vith zijn zeer de moeite waard. En de ligging is perfect. In het hart van de regio Maas-Rijn. Brussel is niet ver, Luik is niet ver, Keulen is niet ver, Aachen zeker niet. En we zijn snel in Maastricht of Luxemburg. We zitten overal dichtbij, maar we kunnen blijven wonen waar we nu wonen", klinkt Kockartz.

Maar niet alleen toeristen hebben de streek ontdekt, ook... Duitsers. "Veel Duitsers zijn naar hier gekomen om er te wonen. Ook al door de hoge vastgoed- en huurprijzen van woningen over de grens. Een beetje te vergelijken met de instroom van Nederlanders rond Antwerpen of in de Kempen. En die Duitsers zijn zeer welkom. Alleen maar liefde."

Dag op dag, 100 jaar na datum, vieren de Oostkantons een eeuwfeest. "Het is achteraf gezien een goede zaak gebleken. Nu is dat zeer positief. Het is ooit anders geweest door de oorlogen. Maar dat is het verleden."

Ons jongerenjournaal "Karrewiet" trok naar het Koninklijk Atheneum in Eupen. Voelen de kinderen daar zich Duits of eerder Belgisch? Bekijk hier de reportage:

Video player inladen...

Meest gelezen