De sporenlichamen - de 'bloemen' - van een slijmzwam in amber (pijltje), samen met een poot van een hagedis (onderaan). Alexander Schmidt, University of Göttingen and Scientific Reports

100 miljoen jaar in amber: oudste fossiele slijmzwam ooit ontdekt

De meeste mensen denken bij wezens die vastzitten in amber aan insecten of spinnen die levensecht bewaard zijn gebleven in fossiel boomhars. Een internationaal team van paleontologen en biologen heeft nu echter de oudste slijmzwam ontdekt die ooit geïdentificeerd is. Het fossiel is zo'n 100 miljoen jaar oud en is uitzonderlijk goed bewaard in amber uit Myanmar.  

Slijmzwammen, ook myxomyceten genoemd,  zijn een groep vreemde eukaryote organismen - organismen met een celkern. Vroeger werden ze vaak tot de schimmels gerekend, nu worden ze vaker bij de supergroep Amoebozoa ingedeeld, eencelligen met een amoebe-achtige vorm. 

Slijmzwammen zijn microscopische organismen die het grootste deel van hun tijd doorbrengen als beweeglijke eencelligen in de bodem of in rottend plantenmateriaal, waar ze bacteriën eten. Als voedsel echter schaars is, en mogelijk ook onder andere omstandigheden, klonteren ze echter samen en maken dan complexe, prachtige en delicate lichamen.

Fulgio septica, de 'dog vomit' slijmzwam. Public domain

Zo'n lichaam wordt een plasmodium genoemd en de meeste ervan zijn enkele centimeters groot, er zijn er echter ook die een oppervlakte van enkele vierkante meters kunnen halen. In deze staat kunnen slijmzwammen zich ook voortbewegen - ze laten dan een slijmspoor achter - en zijn ze gevoelig voor chemische stoffen in de lucht, waardoor ze actief op zoek kunnen gaan naar voedselbronnen. 

Nog in deze staat kunnen ze zich geslachtelijk voortplanten en ze vormen dan sporenorganen die enkele tot ontelbare sporen loslaten. Die sporen worden dan op hun beurt opnieuw de eencellige amoeben. Het zijn vooral deze sporenorganen die we kunnen zien: de losse amoeben zijn microscopisch klein en zitten in plantaardig materiaal en de plasmodia zijn erg teer en vergaan snel. Ook de sporenorganen zijn doorgaans geen lang leven beschoren maar soms blijven ze toch iets langer behouden. 

De sporenorganen van Metatrichia vesparium. Katja Schulz/Wikimedia Commons/CC BY-SA 2.0

Slechts derde fossiele sporenorgaan

Aangezien fossiele slijmzwammen extreem zeldzaam zijn, is het zeer moeilijk gebleken om hun evolutionaire geschiedenis te bestuderen. Tot nu toe zijn er slechts twee bevestigde meldingen van fossielen van sporenorganen en die zijn slechts 35 tot 40 miljoen jaar oud. 

De ontdekking van fossiele slijmzwammen is erg onwaarschijnlijk omdat ze niet lang leven en de onderzoekers van de universiteiten van Göttingen en Helsinki en het American Museum of Natural History in New York waren dan ook zeer verwonderd over de reeks gebeurtenissen die geleid moeten hebben tot het bewaard blijven van het nu geïdentificeerde fossiel. 

"De fragiele sporenorganen werden hoogstwaarschijnlijk van de schors van een boom getrokken door een hagedis, die ook vast kwam te zitten in de kleverige boomhars, en ze werden er uiteindelijk door ingesloten, samen met het reptiel", zei professor Jouko Rikkinen van Helsinki. Een poot van de hagedis zit ook in de ambersteen ingesloten.

De hagedis heeft de sporenorganen overigens losgetrokken in een vrij vroeg stadium, toen de sporen nog niet vrijgegeven waren, wat nu waardevolle informatie oplevert over de evolutionaire geschiedenis van deze fascinerende organismen.  

De sporenorganen in de amber van naderbij bekeken. Alexander Schmidt, University of Göttingen and Scientific Reports

Bepaald geslacht

De onderzoekers waren verbaasd door de ontdekking dat de slijmzwam makkelijk kan toegeschreven worden aan een geslacht van slijmzwammen dat vandaag nog steeds bestaat, namelijk Stemonitis. "Het fossiel geeft unieke inzichten in de lange levensduur van de ecologische aanpassingen van myxomyceten", zei paleontoloog professor Alexander Schmidt van de universiteit van Göttingen, de belangrijkste auteur van de studie over het fossiel. 

"We interpreteren dit als een bewijs voor sterke milieuselectie", zei Rikkinen. "Het lijkt erop dat slijmzwammen die zeer kleine sporen verspreidden met behulp van de wind een voordeel hadden."

Het vermogen van slijmzwammen om een stadium van cryptobiose of schijndood te ontwikkelen gedurende hun levenscyclus, een toestand die jaren kan duren, heeft waarschijnlijk ook bijgedragen aan de opmerkelijke gelijkvormigheid van het fossiel met zijn dichtste hedendaagse verwanten, zo zeggen de onderzoekers. 

De studie van de onderzoekers van de universiteiten van Helsinki en Göttingen en van het American Museum of Natural History in New York is verschenen in Scientific Reports. Dit artikel is gebaseerd op een persbericht van de Universiteit van Göttingen. 

Sporenorganen van hedendaags exemplaren van het geslacht Stemonitis, die erg lijken op de sporenorganen in de 100 miljoen jaar oude amber. Jason Hollinger/Wikimedia Commons/CC BY-SA 2.0
De slijmzwam Trichia decipiens, gefotografeerd in Wales. Janet Graham/Wikimedia Commons/CC BY-SA 4.0
De slijmzwam Tubifera ferruginosa. Miika Silfverberg/Wikimedia Commons/CC BY-SA 2.0
Een slijmzwam uit het geslacht Ceratiomyxa uit Rusland. Vihljun/Wikimedia Commons/CC BY-SA 3.0