Video player inladen...

Iraakse bodybuilder die Saddams standbeeld neerhaalde, heeft spijt van zijn daad: "Gehuild tot ik bijna blind was"

Het is hét beeld van de Amerikaanse invasie in Irak in 2003. In Bagdad gaat een gespierde Irakees met een voorhamer de sokkel van het standbeeld van Saddam Hoessein te lijf. Hij wordt luid toegejuicht. Vandaag is Irak er echter slechter aan toe dan toen, vertelt hij.

Wanneer je de woonkamer van Khadim Al-Jabouri binnenstapt, valt het allemaal op z’n plaats. Dan wordt het zo logisch als wat dat het deze man is die in 2003, op dat plein in Bagdad, afstapte op dat reusachtige standbeeld van Saddam Hoessein, en het met een voorhamer te lijf ging. Overal in Jabouri’s huis hangen medailles en ingelijste foto’s uit zijn vorige leven als bodybuilder, trots poserend in een strak outfitje dat zijn torso nog meer in de verf zet. Als iemand zo’n krachttoer moest uithalen, dan hij wel.

Maar wanneer hij vertelt over die ene dag in april 2003, smelt die trots weg als sneeuw in de Iraakse zon. Meer zelfs, hij heeft er spijt van, herhaalt hij keer op keer. Zo veel spijt.

Motors voor Saddams zoon

“Het was 9 april 2003. We waren blij. We hadden gehoord dat de Amerikanen de buitenwijken van Bagdad hadden bereikt”, herinnert hij zich. “En ik wilde dat standbeeld al zo lang neerhalen. Dus nam ik mijn hamer en ging ik erheen.” De beelden van de bodybuilder die met zijn hamer inslaat op de sokkel van het standbeeld, gingen de wereld rond. 

Nochtans had Jabouri tot kort daarvoor nog zaakjes gedaan met de familie Hoessein. Zo had hij in 2003, vlak voor de invasie, nog een motorfiets hersteld voor Saddams zoon Uday. Dat deed hij wel vaker; soms bouwde hij een motorfiets om in een trike, een motor met drie wielen. Maar Jabouri had de verhalen van democratie en vrijheid gehoord, en hij gelóófde erin. Onder de dictatuur was het leven vreselijk, voor iedereen, herinnert hij zich.

Uit Khadim Al-Jabouri's persoonlijke collectie met krantenknipsels: een foto van 9 april 2003.

Alleen: er kwam geen vrijheid of democratie. “[De toenmalige Amerikaanse president] George W. Bush zei dat hij zich gesterkt voelde door mijn daad”, herinnert Jabouri zich. “En we waren blij. Tot hij het woord ‘bezetting’ in de mond nam.” 

Sektarisme

“Er veranderde helemaal niets. Meer zelfs: dag na dag verergerde de toestand in Bagdad. De corruptie en het aantal overvallen nam toe. Er werden milities opgericht.”

“Weet je, onder de dictatuur was er veel onrecht. Maar onder de regeringen die daarna volgden, kregen we alleen maar méér onrecht, méér dictatuur en méér onderdrukking. Dat deed me zo veel pijn. Ik heb gehuild tot ik er bijna blind van werd. Ik besefte dat de nieuwe machthebbers niet in het belang van het land handelden. Tot vandaag is er bijna geen infrastructuur, geen scholen voor de kinderen, geen ziekenhuizen. De werkloosheid is enorm. En dat terwijl we in 2003 een land in volle ontwikkeling waren, met een rijke cultuur.”

Op deze foto uit 2003, vlak voor de invasie, staat Al-Jabouri met een van de motorfietsen die hij herstelde voor de familie Hoessein.

“Hoewel Saddam een dictator was, was er toen tenminste nog geen sektarisme. Hij was onrechtvaardig, dat is waar. Een crimineel. Maar hij vermoordde soennieten, sjiieten én christenen. In mijn familie zijn er ook veel stromingen, soennieten en sjiieten, maar we zijn daar pas nà Saddam bij beginnen stilstaan. En dat geldt trouwens niet alleen voor Irak, maar voor de hele regio. Kijk maar: in Syrië, Jemen, Libanon… overal heeft het sektarisme de kop opgestoken sinds de invasie.”

Terug naar de middeleeuwen

Jabouri woont intussen al lang niet meer in Bagdad. Nadat hij zo bekend geworden was, voelde hij zich er niet langer veilig. Hij werd bedreigd door aanhangers van het oude en het nieuwe regime, zijn winkel werd vernield. Hij vluchtte met zijn familie naar Libanon en vroeg er asiel aan. Toen zijn aanvraag goedgekeurd werd en hem voorgesteld werd naar de VS te reizen, weigerde hij. Dat land dat religieuze oorlog en hongersnood naar zijn land had gebracht? Nooit. Samen met zijn gezin keerde hij terug naar Bagdad, en later naar Erbil in het noorden van Irak. Jabouri, 62 intussen, wil er zijn oude dag in alle rust doorbrengen.

Hij is een optimistische kerel, zegt hij. Wollah – “ik zweer het”. Maar wanneer ik hem vraag of het ooit nog veilig zou kunnen worden in zijn land, kijkt de oude krachtpatser zorgelijk. “Ik denk niet dat Irak een toekomst heeft. Onmogelijk. Ze hebben ons teruggestuurd naar de middeleeuwen. Minstens honderd jaar terug.”

Rudi Vranckx interviewde Khadim Al-Jabouri voor de eerste aflevering van De eeuwige oorlog. Die kan je nu bekijken op VRT NU.

Video player inladen...

Meest gelezen