Een van de onderzochte schedels. De blauwe stipjes geven meetpunten weer voor een vergelijkende analyse.
Ann Ross/North Carolina State University

Columbus had toch gelijk: in de Caraïben leefden woeste Cariben, maar of ze ook kannibalen waren, is onzeker

De verslagen van Christoffel Columbus over de Caraïben bevatten ijzingwekkende beschrijvingen van woeste plunderaars die nietsvermoedende Arawak-dorpen overvielen, de vrouwen ontvoerden en de mannen opaten, maar die verhalen werden lang afgedaan als mythen. Uit een nieuw onderzoek van precolumbiaanse schedels blijkt nu echter dat hij mogelijk toch de waarheid vertelde, al blijft het verhaal van het kannibalisme wel onzeker.

Wetenschappers onderzochten de schedels van vroege inwoners van het Caraïbisch gebied met het equivalent van gezichtsherkenningstechnologie, en konden zo verhoudingen blootleggen tussen groepen van mensen. Die maakten een einde aan al lang bestaande hypothesen over hoe de verschillende eilanden voor het eerst gekoloniseerd werden. 

Een verrassende bevinding was dat de Cariben, invallers uit Zuid-Amerika waarover het gerucht ging dat ze kannibalen waren, Jamaïca, Hispaniola en de Bahama's binnengevallen zijn. Dat deed de veronderstellingen teniet die al meer dan een halve eeuw golden, dat de Cariben nooit verder naar het noorden waren geraakt dan het eiland Guadeloupe, een flink eind zuidelijker dan Puerto Rico en Hispaniola. 

De tweede reis van Columbus naar de Caraïben met rechts het eiland Guadeloupe.
Keith Pickering/Wikimedia Commons/CC BY-SA 4.0

Columbus vertelde in zijn verslagen hoe de vreedzame Arawaks in wat nu de Bahama's zijn, geterroriseerd werden door plunderaars die hij verkeerdelijk beschreef als 'Caniba', aangezien hij dacht dat ze onderdanen waren van de Aziatische Grote Khan.

Zijn Spaanse opvolgers verbeterden enkele tientallen jaren later de naam naar 'Cariben', maar de gelijkaardig klinkende namen zorgden ervoor dat de meeste archeologen de verwijzingen toeschreven aan een verwarring: hoe konden er Cariben in de Bahama's geweest zijn als hun dichtsbijzijnde buitenpost in Guadeloupe bijna 1.500 kilometer meer naar het zuiden gelegen was?  

Maar schedels tonen aan dat de Cariben veel prominenter aanwezig waren in de Caraïben dan eerder gedacht, wat de beweringen van Columbus geloofwaardig maakt. 

Oude kopergravure van Columbus die begroet wordt door Arawaks bij zijn landing op Hispaniola op 6 december 1492.
Public domain

Drie afzonderlijke bevolkingsgroepen

Eerder studies steunden op artefacten zoals werktuigen en aardewerk om de geografische oorsprong en de bewegingen van mensen door het Caraïbische gebied te traceren in de loop van de tijd. Als men daar een biologische component aan toevoegt, geeft dat een scherper beeld van de geschiedenis van het gebied, zei Ann Ross, een professor biologie aan de North Carolina State University en de belangrijkste auteur van de nieuwe studie. 

Ross gebruikte 3D 'landmerken' op het gezicht, zoals de grootte van de oogkas of de lengte van een neus, om meer dan 100 schedels te analyseren die dateerden van 800 tot 1542 n.C. Deze landmerken kunnen dienen als een genetische benadering om vast te stellen hoe nauw mensen met elkaar verwant zijn. 

De analyse legde niet alleen drie duidelijk onderscheiden Caraïbische bevolkingsgroepen bloot, maar ook hun migratieroutes, wat "echt ongelooflijk" was, zei Ross.  

Een ceremoniële precolumbiaanse bijl uit een afvalberg van schelpen op het eiland Tobago.
John Hill/Wikimedia Commons/CC BY-SA 4.0

De analyse van de oude gezichten toont dat de eerste kolonisten in de Caraïben uit het schiereiland Yucathan kwamen, en naar Cuba en de noordelijke Antillen trokken, wat een eerdere hypothese ondersteunt die gebaseerd was op overeenkomsten bij stenen werktuigen.

De volgende golf waren mensen uit de kuststrook van Venezuela en Colombia die Arawak spraken, en die naar Puerto Rico migreerden tussen 800 en 200 v.C., een tocht die ook blijkt uit aardewerk. 

De vroegste inwoners van de Bahama's en Hispaniola - het eiland waar nu de Dominicaanse Republiek en Haïti op liggen -, kwamen echter niet uit Cuba zoals algemeen gedacht werd, maar uit de noordwestelijke Amazone op het vasteland. Rond 800 n.C. trokken ze noordelijk naar Hispaniola en Jamaica, en vervolgens naar de Bahama's, waar ze zich al volledig gevestigd hadden tegen de tijd dat Columbus er aankwam. 

"Ik stond al jaren voor raadsels omdat ik die component van de Bahama's niet had", zei Ross. "Die overblijfselen waren echt de sleutel. Dit zal ons perspectief veranderen op de volkeren en het bevolken van de Caraïben." 

Een kaartje met de vroegste kolonisatiegolven naar de Caraïben.
Colleen Young co-author of the Scientific Reports paper

Meillacoïde aardewerk

Voor curator Keegan lost de ontdekking een puzzel op die hem al jaren hoofdbrekens bezorgd had: waarom een bepaald soort aardewerk dat Meillacoïd genoemd wordt, in Hispaniola opduikt rond 800 n.C., in Jamaica rond 900 en in de Bahama's rond het jaar 1000.

"Waarom was dit aardewerk zo verschillend van al de rest dat we zagen? Dat zat me dwars", zei Keegan. "Het is logisch dat het Meillacoïde aardewerk verbonden is met de expansie van de Cariben." 

Het plotse verschijnen van Meillacoïde aardewerk stemt ook overeen met een algemene herverdeling van mensen in het Caraïbische gebied na een 1.000 jaar lange periode van rust, wat nog een aanwijzing is dat de "Carib-invallers in beweging waren", zei Keegan.  

Voorbeelden van Meillacoïde aardewerk.
William Keegan/Florida Museum of Natural History

Iedereen een mensenetende Carib

En wat met de verhalen over kannibalisme, was daar iets van waar? Mogelijk wel, zei Keegan. 

Arawaks en Cariben waren vijanden, maar ze leefden vaak naast elkaar en huwden soms zelfs met elkaar voor er bloederige vetes uitbraken, zei hij. 

"Het is bijna een 'Hatfields en McCoys' situatie, zei Keegan. "Misschien was er wel enig kannibalisme mee gemoeid. Als je je vijanden bang moet maken, is dat een zeer goede manier om het te doen." De Hatfields en McCoys zijn twee Amerikaanse families die in de late jaren 1800 een bloederige vete uitvochten langs de grens tussen West-Virginia en Kentucky. 

Of het nu correct was of niet, de Europese perceptie dat de Cariben kannibalen waren, had enorme gevolgen voor de geschiedenis van het gebied, zei Keegan. De Spaanse monarchie stond er in het begin op dat de inheemse bevolking betaald werd voor haar arbeid en met respect behandeld werd, maar ze kwam terug op die stelling nadat ze rapporten had gekregen waarin stond dat ze weigerden zich te bekeren tot het christendom en menselijk vlees aten. 

"De kroon zei, 'Welaan, als ze zich zo gaan gedragen, dan kunnen ze tot slaaf gemaakt worden", zei Keegan. "En plotsklaps werd iedere inheemse inwoner van het hele Caraïbische gebied een Carib, wat de kolonisten betrof." 

De studie van Keegan, Ross, Michael Pateman van het Turks and Caicos National Museum en Colleen Young van de University of Missouri is gepubliceerd in Scientific Reports. Dit artikel is gebaseerd op een persbericht van het Florida Museum of Natural History.

Een ets van Theodore de Bry uit 1596 met het Europese beeld van de 'wilden' uit de Nieuwe Wereld: kannibalen in Brazilië roosteren mensenvlees.
Public domain

Meest gelezen