"Subnivale" plantengroei op ongeveer 4.900 meter hoogte op de Ama Dablam, een berg in de Himalaya in het oosten van Nepal. Karen Anderson

Steeds meer gras en struiken rond de Mount Everest en in de Himalaya

Het plantenleven rond de Mount Everest, de hoogste berg ter wereld, en in een groot deel van de Himalaya breidt uit. Dat hebben wetenschappers kunnen vaststellen op basis van satellietbeelden. Hun bevindingen liggen in lijn met eerdere onderzoeken over de snelheid waarmee het ijs in de Himalaya smelt als gevolg van de klimaatopwarming. Wat de gevolgen van de toegenomen plantengroei kunnen zijn, is nog niet duidelijk.

Wetenschappers van de universiteit van Exeter, in Groot-Brittannië, hebben onderzocht hoe de zogenoemde subnivale vegetatie in de Himalaya in de loop der jaren is geëvolueerd. Die "subnivale vegetatie", dat is de plantengroei in de zone tussen de boomgrens (de grens tot waar bomen voorkomen, erboven is het te koud, te winderig of te droog) en de sneeuwgrens (de grens waarboven altijd sneeuw blijft liggen). Het is de hoogst gelegen zone waar nog plantengroei mogelijk is.

Ze bekeken die evolutie in een vrij groot gebied, de Hindu Kush Himalaya. Die strekt zich uit over 4,2 miljoen km², van Afghanistan in het westen over Pakistan, India, Nepal, China, Bhutan en Bangladesh tot Myanmar in het oosten. Het is de bron van tien van de belangijkste rivieren in Azië en bevat het grootste volume aan ijs en sneeuw buiten de Noord- en de Zuidpool.

Overal meer grassen en struiken

De zone met subnivale plantengroei is afgelegen en onherbergzaam, bijna ondoordringbaar. Gekenmerkt door vooral lage plantengroei, met grassen en struiken, met sneeuw die blijft liggen in de koude seizoenen en dan weer smelt. Het is een ecosysteem op zich, maar moeilijk om te bereiken, veel is er nog niet over bekend.

Daarom gebruikten de wetenschappers beelden van de Landsat-satellieten van de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA, uit de periode 1993 tot 2018. Daarop konden ze vaststellen dat het gebied met plantengroei 5 tot 15 keer groter is dan het gebied met permanente gletsjers en sneeuw.

(tekst gaat voort onder de foto)

Karen Anderson

Het gebied met plantengroei werd afgebakend op een hoogte tussen 4.150 en 6.000 meter boven de zeespiegel. De wetenschappers deelden het voor hun onderzoek nog eens op in vier aparte hoogtezones. De resultaten varieerden naargelang de hoogte en de locatie, maar ze stelden vast dat in elke hoogtezone de plantengroei was toegenomen doorheen de jaren.

Het ging telkens om een kleine,  maar wel betekenisvolle toename. Vooral in de zone tussen 5.000 en 5.500 meter was de toename aan plantengroei het sterkst. Rond de Mount Everest was er in elk van de vier hoogtezones aanzienlijk meer plantengroei.

Gevolgen voor "de watertorens van Azië"?

Dit onderzoek bekeek niet wat de mogelijke oorzaak van de toegenomen plantengroei zou kunnen zijn. De bevindingen liggen wel in lijn met eerdere studies en modellen die zeggen dat de zones waar de temperaturen te laag zijn voor planten om nog te kunnen groeien, steeds kleiner worden. Een gevolg van de klimaatopwarming.

"Er is al veel onderzoek gebeurd naar het smelten van ijs in de Himalaya, waaronder een studie die aantoonde dat de snelheid waarmee het ijs smelt, tussen 2000 en 2016 verdubbeld is", zegt Karen Anderson van de universiteit van Exeter. "Het is belangrijk om dat op te volgen, maar het gebied met subnivale plantengroei is veel groter dan het gebied met permanente sneeuw en ijs. En over de rol van dat gebied in de waterkringloop weten we heel weinig."

"Sneeuw valt en smelt hier met de seizoenen, en we weten niet welke gevolgen de veranderende plantengroei zal hebben op dit aspect van de waterkringloop. En dat is van levensbelang". De Hindu Kush Himalaya wordt niet voor niets ook wel eens "de watertorens van Azië" genoemd. Meer dan 1,4 miljard mensen zijn voor hun watervoorziening afhankelijk van dit gebied.

(tekst gaat voort onder de foto)

Subnivale plantengroei op ongeveer 4.900 meter hoogte op de Ama Dablam, een berg in de Himalaya in het oosten van Nepal. Karen Anderson

Opwarmen of afkoelen?

Het is niet duidelijk op welke manier een toegenomen plantengroei de watervoorziening zou kunnen beïnvloeden. Studies in de Noordpool suggereerden een opwarming van de omgeving, omdat de planten meer licht opnemen en de bodem verwarmen. Dat zou volgens Anderson slecht nieuws betekenen voor de Himalaya. "Het subnivale gebied is waar seizoenssneeuw vastgehouden wordt. Als het warmer is, kan dat sneller smelten en is er een verhoogde kans op overstromingen."

Maar dat betekent daarom nog niet dat datzelfde scenario ook geldt voor de Himalaya. De enige studie die daarover uitgevoerd werd, in Tibet, suggereert namelijk dan weer dat het water dat de planten via hun bladeren verspreiden, veeleer een verkoelend effect zou hebben.

"We weten echt niet veel over dit gebied in de Himalaya en we moeten hier veel meer onderzoek naar doen", zegt Anderson. De wetenschappers plannen nu nieuwe studies en veldwerk om hun bevindingen te toetsen aan de realiteit.

Meer lezen?