De goudstaaf van bijna twee kilogram werd in 1981 bij toeval gevonden bij werkzaamheden aan het Alameda-park in Mexico-Stad.
Instituto Nacional de Antropologia e Historia (INAH)

Goudstaaf gevonden in Mexico-Stad blijkt deel te zijn van door Cortés geplunderde Azteekse schatten

Een goudstaaf die in 1981 bij toeval gevonden werd bij het graven van een fundering nabij een park in Mexico-Stad, blijkt deel uit te maken van de Azteekse schatten die de Spaanse conquistadores mee probeerden te nemen toen ze in 1520 wegvluchtten uit Tenochtitlan, de hoofdstad van de Azteken. Dat blijkt uit een nieuwe chemische analyse van de staaf door het Mexicaanse Instituto Nacional de Antropologia e Historia (INAH).  

Het INAH maakt de resultaten van de test bekend enkele maanden  voor de 500e verjaardag van het hevige gevecht dat de Spaanse conquistador Hernán Cortés en zijn legertje dwong om tijdelijk te vluchten uit Tenochtitlan op 30 juni 1520. 

Een dag daarvoor hadden de Spanjaarden Azteekse edelmannen en priesters, en mogelijk ook de Azteekse keizer Moctezuma II (of Motecuhzoma) vermoord. Dat leidde tot een hevige aanval van de woedende Azteken en Cortés, zijn Spaanse soldaten en hun inheemse bondgenoten waren gedwongen te vluchten voor hun leven. 

Een jaar later zou Cortés terugkeren en de stad belegeren. De Azteken waren toen al danig verzwakt door Europese ziektes waartegen ze geen weerstand hadden en doordat hun bevoorradingsroutes afgesneden waren, zodat Tenochtitlan voor het grijpen lag voor de Spanjaarden. 

Weergave uit de 17e eeuw van het beleg van Tenochtitlan door Cortés en zijn troepen.
Public domain

Röntgenfluorescentie

De goudstaaf werd door een bouwvakarbeider bij toeval gevonden in 1981 tijdens het graven van funderingen in de binnenstad van Mexico-Stad, op een diepte van zo'n 5 meter. Mexico-Stad is gebouwd op de ruïnes van de Azteekse hoofdstad Tenochtitlan, en op de plaats van de werkzaamheden aan het Alameda-park liep vroeger een kanaal dat de Spanjaarden gebruikt zouden kunnen hebben om te vluchten.

De staaf weegt 1,9 kilogram en is 26 centimeter lang, 5,4 centimeter breed en 1,4 centimeter hoog. Gedurende 39 jaar was het niet duidelijk waar de staaf vandaan kwam. 

Uit een chemische analyse met röntgenfluorescentie is nu gebleken dat de staaf gemaakt is tussen 1519 en 1520, wat samenvalt met de tijd waarin Cortés beval dat voorwerpen die gestolen waren uit de schatkamers van de Azteken, omgesmolten moesten worden tot staven die makkelijker naar Europa getransporteerd konden worden.  

Cortés en zijn inheemse geliefde La Malinche worden ontvangen aan het hof van Moctezuma. In 1519 werd Cortés hartelijk ontvangen aan het hof maar hij werd al snel een ongewenste gast toen hij en zijn manschappen zich de schatten van de Azteken begonnen toe te eigenen en  van Moctezuma een soort van gijzelaar in zijn eigen paleis maakten.
Public domain

Zwaar beladen met goud

Historische verslagen beschrijven Cortés en zijn mannen als zwaar beladen met goud dat ze hoopten mee te nemen tijdens hun vlucht uit de hoofdstad, in wat nu bekend staat als "Noche Triste", de droevige nacht. 

"De gouden staaf is een uniek historisch bewijs van een buitengewoon ogenblik in de wereldgeschiedenis", zei archeoloog Leonardo Lopez Lujan, die aan het hoofd staat van opgravingen in de buurt van het park, waar ooit het heiligste heiligdom van de Azteken stond.

Tot de recente tests uitwezen dat de staaf verbonden is met de vlucht uit Tenochtitlan, hadden onderzoekers van de laatste stuiptrekkingen van het Azteekse rijk enkel historische documenten om op voort te gaan als bronnen, voegde Lopez Lujan eraan toe. 

Een meer uitgebreide en technische beschrijving van de tests die uitgevoerd zijn op de goudstaaf verschijnt in Arqueologia Mexicana. Bron: Reuters.