Zomaar het minimumpensioen verhogen tot 1.500 euro is onverantwoord

Met zijn opening richting een minimumpensioen van 1.500 euro lijkt N-VA-voorzitter Bart De Wever minstens de Vlaamse socialisten te verleiden richting een regering met de N-VA. Professor arbeidseconomie Stijn Baert noemt een loutere verhoging van het minimumpensioen als politiek smeermiddel evenwel onverantwoord. 

opinie
BAHNMULLER FRANK
Stijn Baert
Stijn Baert is professor arbeidseconomie aan de Universiteit Gent en Universiteit Antwerpen.

Bien joué, Bart De Wever. “Als we erin slagen meer koeken te bakken, dan kunnen we die best uitdelen aan wie nu een laag pensioen heeft”, zo klonk het pleidooi van de N-VA-voorzitter voor de verhoging van het minimumpensioen tot 1.500 euro dit weekend ongeveer. En dat volstond blijkbaar om de bijna zekere preformatie van een paars-groen kabinet af te wenden en het zoeken naar een regering van de N-VA met de socialisten extra tijd te geven. Die verhoging van het minimumpensioen wordt door politiek analisten dan ook omschreven als “een smeermiddel” en “een zoenoffer”.

Die laatste omschrijvingen zijn best ongepast als je er beter over nadenkt. Om minstens twee redenen.

Boemerang

Langs de ene kant zijn de laagste pensioenen voor wie een hele carrière gewerkt heeft echt onbehoorlijk. In een land met een enorm hoge belastingdruk zou een minimumpensioen van 1.500 euro voor deze mensen inderdaad het minimum moeten zijn. Of zij nu werkten als ambtenaar, werknemer of zelfstandige, het zou niet mogen uitmaken. Deze maatschappelijke uitdaging verdient dan ook beter dan de duiding als een pion in een politiek spel. 

Langs de andere kant is de verhoging van het minimum­pensioen naar 1.500 euro, zeker wanneer het om 1.500 euro netto gaat, financieel geen bagatel en dus veel te duur om een “zoenoffer” te noemen. Deze verhoging zou, als ze niet ingebed is in een bredere hervorming van onze pensioenen, tot 3 miljard euro extra uitgaven voor de sociale zekerheid kunnen leiden. Terwijl die momenteel al op een tekort van vele miljarden afstevent. 

In een land met een enorm hoge belastingdruk zou een minimumpensioen van 1500 euro het minimum moeten zijn

Het simpelweg verhogen van het minimumpensioen zou op die manier een boemerangeffect hebben: op middellange termijn wordt onze sociale zekerheid helemaal onbetaalbaar en moeten we allemaal een stap terugzetten qua sociale bescherming. Een loutere verhoging van het minimumpensioen als politiek compromis zou doen denken aan een koppel dat een diepe relatiecrisis oplost door een extra kind te maken. Op korte termijn een bindmiddel, op langere termijn compleet onverantwoord.

Een duurzame hervorming moet dan ook uit veel meer bestaan dan uit een loutere verhoging van het minimumpensioen. Hogere pensioenuitgaven zullen moeten gekoppeld worden aan hogere inkomsten doordat meer Belgen langer werken vooraleer ze dit hogere pensioen krijgen. Als we de pensioenen hervormen, dan zal het, gegeven de budgettaire toestand in ons land, geven en tegelijk nemen moeten zijn. 

Gelijkgesteld

Wat betekent dat in de praktijk? Cruciaal is dat parallel met verhogen van het minimumpensioen scherp wordt gesteld wat we exact verstaan onder een volledige carrière. Momenteel is het zo dat de gemiddelde Belgische werknemer een derde van die carrière in zogenaamde “gelijkgestelde periodes” zit. Dat zijn periodes waarin men niet aan het werk is, maar de pensioenopbouw toch doorloopt.

Tot wat deze situatie kan leiden, toont het verhaal van de Waalse vriendinnen Virginie en Caroline dat eerder in de media besproken werd. Virginie kreeg na 40 jaar te hebben gewerkt als zelfstandige minder pensioen dan Caroline die 33 jaar werkloos was geweest.

Een loutere verhoging van het minimumpensioen zou dus eerder ontmoedigen om te werken dan aanmoedigen

Het zomaar verhogen van het minimumpensioen zonder deze gelijkgestelde periodes te hervormen, zou de kans op dergelijke situaties enkel vergroten. Een grote groep Belgen zou hetzelfde pensioen ontvangen – schattingen gaan uit van 45% van de werknemers die exact het minimumpensioen zouden krijgen – terwijl sommigen veel meer effectief gewerkte maanden op de teller zullen hebben dan anderen. Net het omgekeerde van het “loon naar werken”-discours van de Vlaamse regering dus.

Bovendien zullen de hogere minimumpensioenen betaald moeten worden via (hogere) bijdragen van wie effectief aan het werk is. Een loutere verhoging van het minimumpensioen zou dus eerder ontmoedigen om te werken dan aanmoedigen. In de terminologie van Bart De Wever: het simpelweg verhogen van de pensioenleeftijd brengt het bakken van meer koeken verder af. 

Als we de pensioenen hervormen, dan zal het, gegeven de budgettaire toestand in ons land, geven en tegelijk nemen moeten zijn

Wat nodig is, is duidelijk. We moeten de gelijkgestelde periodes in de pensioenopbouw verminderen. Niet voor moeders op zwangerschapsverlof – de hele maatschappij plukt de vruchten van hun fertiliteit, zij betalen sowieso al een prijs op de arbeidsmarkt – en niet voor wie ernstig ziek is. Maar wel bijvoorbeeld voor wie langdurig werkloos is.

Nu is het al zo dat de pensioenopbouw verlaagt bij langdurige werkloosheid, maar deze afname moet versterkt en vervroegd worden en er moeten minder uitzonderingen gelden. Vanzelfsprekend is werkloosheid niet iets waar iemand bewust voor kiest, maar dat wie langdurig werkloos is geweest op het einde van zijn/haar carrière iets langer moet werken om tot een volledig pensioen te komen, is toch niet volstrekt asociaal?

Uitwegen

Daarnaast is het belangrijk om parallel met het verhogen van het minimumpensioen paal en perk te stellen aan de vluchtwegen uit onze arbeidsmarkt. In het bijzonder moet een eventuele verhoging hand in hand gaan met het volledige uitdoven van het SWT (het vroegere brugpensioen). Dit systeem, dat oudere werknemers een toeslag geeft op hun werkloosheidsvergoeding bij herstructureringen, zodat zij in de praktijk niet opnieuw terugkeren naar de arbeidsmarkt, is niet meer van deze tijd. Het dateert van een periode waarin er veel werklozen waren en weinig vacatures. Nu de situatie omgekeerd is, kunnen we het ons niet meer permitteren menselijk kapitaal uit de arbeidsmarkt te duwen.

Als we de welvaart in ons land willen verzekeren, dan is er geen andere keuze dan met meer mensen langer te werken

Ten slotte zijn er nog een heel aantal andere drempels die langer werken bemoeilijken en dus best tegelijk geruimd worden. Het gaat dan vooral om zaken die de regering-Michel beloofd heeft om te doen op het moment dat de verhoging van de pensioenleeftijd naar 67 jaar werd aangekondigd. Er ging een lijst van zware beroepen komen, zodat duidelijk zou worden wie een uitzondering zou krijgen op deze pensioenleeftijd. En de koppeling tussen onze lonen en onze anciënniteit, die oudere werknemers duur en daardoor minder aantrekkelijk maakt voor werkgevers, ging afgezwakt worden.

Beide plannen zijn gesneuveld samen met de val van de regering-Michel. Een volgende federale regering zal ze moeten uitvoeren om langer werken in de praktijk te brengen, maar evident wordt dat niet, omdat deze niet alleen winnaars maar ook verliezers zullen maken. De verzekering van minstens 1.500 euro pensioen zou een mooie compensatie kunnen zijn voor hen van wie op dat moment meer verwacht wordt. De troefkaart van een verhoging van het minimumpensioen mag dan ook niet te vroeg uitgespeeld worden.

Conclusie

Als we de welvaart in ons land willen verzekeren, dan is er geen andere keuze dan met meer mensen langer te werken. De Vlaamse en Waalse regering rekenen niet toevallig op de verhoging van de werkzaamheidsgraad met vijf procentpunt om hun begrotingen te laten sluiten. Een grondige pensioen­hervorming is noodzakelijk om die ambitie haalbaar te maken. De extra inspanningen die in die context van de Belg gevraagd zullen worden, lijken realistischer als er ook iets tegenover staat. Een hoger minimumpensioen niet inbedden in een globale pensioenhervorming, zou dan ook een gemiste kans zijn.

Nicolas Maeterlinck

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.