Een eenzame kever in hartje Brussel. KBIN

Verstedelijking leidt tot minder soorten en lagere aantallen ongewervelden

Verstedelijking doet de soortenrijkdom sterk dalen en decimeert de populaties. Dat is de conclusie van een vergelijking van een waaier aan ongewervelde diersoorten in verstedelijkte en landelijke gebieden. Zo zijn er in dicht bebouwde gebieden tot 85 procent minder vlinders dan in landelijk gebied. "Steeds meer landelijk gebied bebouwen is nefast voor de fauna", zeggen de onderzoekers, die ervoor pleiten om de groene ruimtes in de stad met elkaar te verbinden. 

België is met gemiddeld 371 inwoners per vierkante kilometer een van de meest verstedelijkte landen van Europa. Ook wereldwijd is de bouwwoede groot: de bebouwde oppervlakte zal tussen 2000 en 2030 verdrievoudigd zijn.

Onderzoekers vermoeden al langer dat natuur- en landbouwgebied omzetten in een stadsomgeving een negatief effect heeft op de biodiversiteit, op het aantal verschillende soorten. Maar in welke mate, dat was tot nu toe niet duidelijk.

Biologen van de Université catholique de Louvain (UCL), Katholieke Universiteit Leuven (KU Leuven), Universiteit Gent (UGent), Universiteit Antwerpen (UAntwerpen) en het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN) hebben dat nu systematisch onderzocht.

Ze selecteerden 27 gebieden – van 3 bij 3 kilometer – in en rond Gent, Antwerpen en Brussel: 9 landelijke, 9 half-verstedelijkte en 9 sterk verstedelijkte. En in die gebieden kozen ze telkens 3 kleinere zones – 200 bij 200 meter – met verschillende graden van bebouwing. In landelijk gebied liggen namelijk ook dorpskernen en binnen een grootstad heb je ook groenere zones. Zo kon men nagaan of stadsnatuur evenveel biodiversiteit vertoont als natuur op het platteland.

Een kruisspin in haar web  aan een huis. Stefan-Xp/Wikimedia Commons/CC BY-SA 3.0

Lagere aantallen... van minder soorten

De biologen bemonsterden die 81 geselecteerde plekken regelmatig met vangnetten en vallen, en bekeken van tien ongewervelde diergroepen hoe talrijk en hoe soortenrijk ze waren. Ze onderzochten raderdiertjes, watervlooien, dag- en nachtvlinders, loopkevers, spinnen, motten, krekels, sprinkhanen en slakken.

Hun eerste conclusie was dat hoe dichter bebouwd een gebied is, hoe minder talrijk de spinnen en insecten er zijn. De impact bleek het grootst op de dagvlinders, waarvan er in verstedelijkt gebied 85 procent minder exemplaren zaten dan in landelijk gebied.

Een tweede conclusie was dat ook de soortenrijkdom voor de meeste diergroepen lager ligt in meer verstedelijkt gebied. "Verschillende stedelijke locaties bevatten vaker dezelfde soorten, omdat maar een beperkt aantal soorten kan gedijen in een verstedelijkte omgeving. Je krijgt dus een sterke vervlakking van de fauna", zei professor Frederik Hendrickx van het KBIN en de UGent, een van de senior auteurs van de studie. 

Een grote vos-vlinder op een schutting. Hagen de Merak/Wikimedia Commons/CC BY-SA 2.5

Verstoord en versnipperd

De invloed van verstedelijking op het milieu is complex.

"De belangrijkste reden voor de achteruitgang is hoogstwaarschijnlijk dat het leefgebied van vele soorten er continu verstoord en versnipperd wordt", zei Hendrickx. "Er is ook lucht-, water- en bodemverontreiniging, en hinder door licht, geuren en geluiden. Daarnaast heb je in dichter bebouwde gebieden ook een andere waterhuishouding door het vele asfalt en beton. Die houden ook warmte vast, waardoor in steden een ander microklimaat heerst, het zogenoemde hitte-eiland-effect."

Die typisch stedelijke levensomstandigheden ‘vervlakken’ de diversiteit van de fauna. Alleen de soorten die van nature aangepast zijn aan een verstoorde omgeving, overleven in verstedelijkt gebied.

"Dat wordt duidelijk als je kijkt naar de kenmerken van de soorten die we nog in de stad terugvinden. Alleen soorten die zich heel goed kunnen verbreiden, zijn in staat om de verstoorde omgeving steeds opnieuw te koloniseren en er populaties op te bouwen. Soorten die zich niet via de lucht over grote afstanden kunnen verspreiden, worden integraal uit het verstedelijkt milieu gefilterd, met een dramatische achteruitgang van de soortenrijkdom tot gevolg", zo zei professor Hendrickx.

Gewone tuinslakken op een boom. © Andrew Dunn/Wikimedia Commons/CC BY-SA 2.0

Groene ruimtes beschermen en verbinden

De onderzoekers bekeken ook hoe men het verlies aan biodiversiteit door verstedelijking een halt kan toeroepen.

De resultaten suggereren dat een betonstop én het behoud en de bescherming van grote met elkaar verbonden stukken natuurlijk leefgebied de meest effectieve manier is.

"Groene ruimte in de stad is nodig om een aangename en gezondere stadsomgeving te creëren, maar ze blijkt het verlies aan biodiversiteit door verstedelijking niet te compenseren. Stadsplanners zouden prioriteit moeten geven aan het beschermen en verbinden van natuurlijke habitatrelicten [overblijfselen van natuurlijke leefgebieden] wanneer ze de groene infrastructuur in de stad verder ontwikkelen", zo besloot Hendrickx.

De studie is gepubliceerd in Global Change Biology. Dit artikel is gebaseerd op een persbericht van het KBIN.

Een raderdiertje, gefotografeerd door een microscoop in water dat rijk is aan algen. Danelle Vivier/Wikimedia Commons/CC BY-SA 3.0