1929 AP

Dag op dag 100 jaar geleden: in de VS mag geen druppel alcohol meer verkocht worden, "het begin van een hoop ellende"

Dag op dag 100 jaar geleden werden de Verenigde Staten "drooggelegd". Geen druppel alcohol mocht er nog geproduceerd, getransporteerd of verkocht worden. 13 jaar later zag de overheid de enorme sociale en economische gevolgen van de drooglegging in en werd het verbod in de prullenmand gegooid. "Als je iets verbiedt waar mensen behoefte aan hebben, creëer je alleen maar een hoop andere ellende."

Op 17 januari 1920 trad het 18e amendement van de Amerikaanse grondwet in werking: de productie, het transport en de verkoop van alcohol waren voortaan verboden in de Verenigde Staten, op een paar staten na. Die algehele drooglegging kwam er niet zomaar, al in de tweede helft van de 19e eeuw ijverden (christelijke) organisaties voor een totaalverbod.

De uit Europa afkomstige protestanten wilden in Amerika een christelijke heilstaat oprichten en in die filosofie paste alcohol niet

Frank Albers, docent Amerikaanse cultuurgeschiedenis (Universiteit Antwerpen)

Niet verwonderlijk, blikt Frank Albers, docent Amerikaanse cultuurgeschiedenis aan de Universiteit Antwerpen, terug. "Amerika was natuurlijk een land dat opgericht was door uit Europa afkomstige protestanten die daar een christelijke heilstaat wilden oprichten. En in die filosofie paste alcohol helemaal niet", vertelt hij in "De ochtend" op Radio 1. "Alcohol werd in die tijd zeker waargenomen als een groot probleem. Er werd toen flink gezopen in de VS, ook in Europa trouwens."

Hoewel de productie, het transport en de verkoop van alcohol vanaf 17 januari 1920 verboden waren, was thuis alcohol drinken dat niet, merkt Albers op. "Dat is nooit verboden geweest, ook niet in de strengste dagen. Dus als je erin slaagde om op de een of andere manier een fantastische fles whiskey in je woonkamer te hebben staan, dan mocht je die vrolijk leegzuipen zonder gearresteerd te worden." (De tekst gaat voort onder de audio.)

Beluister hier het gesprek met Frank Albers (docent Amerikaanse cultuurgeschiedenis) in "De ochtend":

1933 AP

Gigantische zwarte economie

Maar ook wat wel verboden was - productie, transport en verkoop - verdween uiteraard niet zomaar. Waar het verbod in het begin nog enigszins leek te werken, verhuisden de productie en handel van alcohol al snel ondergronds, naar het illegale circuit. "Die wet heeft een gigantische zwarte economie ontketend."

De Amerikanen sloegen ook massaal aan het hamsteren, nog voor de wet van kracht was. "In de periode tussen de aankondiging dat er zo'n wet zou komen - en dat was eigenlijk al tijdens de Eerste Wereldoorlog - en de uiteindelijke goedkeuring van dat wetsvoorstel hadden de mensen heel veel tijd. Ze wisten dat het er zat aan te komen en hebben heel veel alcohol gehamsterd."

In die jaren 20 ontstonden er in Amerika naar schatting 200.000 illegale cafés. In New York alleen al waren er aan het einde van de jaren 20 waarschijnlijk bijna 30.000

Frank Albers, docent Amerikaanse cultuurgeschiedenis (Universiteit Antwerpen)

En wie geen alcohol (meer) in huis had, vond makkelijk zijn weg naar plekken waar ze alsnog alcohol schonken: de zogenoemde speak easies of illegale cafés. "In die jaren 20 waarin de drooglegging heeft bestaan, ontstonden er in Amerika naar schatting 200.000 illegale cafés. Dat waren kroegjes waaraan je niet kon zien dat het kroegen waren. Dat leken gewone huizen aan de voorkant, maar daar konden mensen toch nog stiekem lekker alcohol drinken. In New York alleen al waren er aan het einde van de jaren 20 waarschijnlijk bijna 30.000 van die cafeetjes."

De Amerikanen produceerden en dronken, ondanks het verbod, met andere woorden vrolijk verder. En dat leidde uiteraard ook tot heel veel misdaad. Het criminele milieu heeft er in die tijd goed zijn geld mee verdiend. "De naam die dan uiteraard altijd valt, is Al Capone, de uit New York komende misdadiger van Italiaanse afkomst die in Chicago in die jaren miljoenen heeft verdiend aan het illegaal stoken en verkopen van alcohol."

New York, 1933. Vaten bier worden naar een restaurant op Broadway gebracht onder het toeziend oog van nieuwsgierige Amerikanen. De drooglegging is officieel voorbij.
1933 AP

Nooit genoeg agenten, nooit genoeg geld

Uiteindelijk, 13 jaar later, werd de wet teruggeschroefd en werd in het begin lichte alcohol weer toegelaten. Een van de redenen daarvoor was dat de Amerikaanse overheid inzag dat de wet gewoon niet te handhaven bleek.

"De wet was heel slecht voorbereid, was heel slecht ingevoerd. Je hebt natuurlijk agenten nodig om er aan de gigantische kusten van Amerika voor te zorgen dat er niet wordt gesmokkeld, dat er geen alcohol wordt geïmporteerd. En daarvoor hadden ze nooit voldoende mensen. De wet was ook altijd ondergefinancierd."

Men kreeg het onbehaaglijke gevoel dat dit een wet was die voornamelijk arme mensen viseerde

Frank Albers, docent Amerikaanse cultuurgeschiedenis (Universiteit Antwerpen)

"Daarnaast ontstond in die jaren ook wel de perceptie dat die wet voornamelijk de arbeidersklasse trof. Men kreeg het onbehaaglijke gevoel dat dit een wet was die voornamelijk arme mensen viseerde." Bovendien sneed de overheid met de wet ook in haar eigen vel: ze liep door het verbod gigantisch veel belastinginkomsten mis.

"De drooglegging had grote sociale en economische gevolgen die duidelijk maakten dat als je iets verbiedt waar mensen behoefte aan hebben, veel zin in hebben, je gewoon een hoop andere ellende creëert", besluit Albers. "Je creëert geweld, je creëert allerlei illegale circuits. Dus je kunt het maar beter weer toestaan."

Meest gelezen