Dit onopvallende stukje rots is in werkelijkheid verglaasd hersenweefsel van een man uit Herculaneum.
AFP or licensors

Zwarte "rotsscherven" blijken hersenen die ontploft en verglaasd zijn door uitbarsting Vesuvius in 79 n.C.

Het ziet er uit als stukjes onopvallende, glanzende, zwarte rots, maar in werkelijkheid zijn het verglaasde fragmenten van de ontplofte hersenen van een slachtoffer van de uitbarsting van de Vesuvius in 79 n.C. Dat hebben Italiaanse en Britse antropologen en archeologen ontdekt. Het is de eerste keer dat het fenomeen van verglazing van hersenen door een vulkanische uitbarsting is vastgesteld.

Herculaneum was een vakantieoord voor rijke Romeinen dat ten noordwesten van de vulkaan Vesuvius ligt, terwijl het meer bekende Pompeï aan de zuidoostkant ligt.

Het ligt ook dichter bij de vulkaan en terwijl Pompeï bedekt raakte door een dikke laag as, werd Herculaneum getroffen door een zogenoemde pyroclastische stroom, een verwoestende massa van vaste of half vloeibare lava, gas, rotsen en as die temperaturen kan bereiken boven 800 graden en snelheden van meer dan 700 km/u. Als gevolg daarvan werd het stadje bedekt met een 20 meter dikke laag lava. 

De meeste inwoners van Herculaneum waren blijkbaar op tijd gevlucht voor de rommelende vulkaan, maar in een aantal huizen aan de kust werden er zo'n 300 menselijke overblijfselen ontdekt. 

In de jaren 60 werden op een verkoold houten bed de overblijfselen van een man gevonden, van wie men denkt dat hij de conciërge was van het Collegium Augustalium, het centrum van de cultus van keizer Augustus. 

Toen onderzoeker Pierpaolo Petrone eind 2018 de overblijfselen van de man bekeek, viel hem op dat er in zijn uiteengebarsten schedel iets glinsterde. Dat bleek een vreemd, zwart, glasachtig materiaal te zijn.   

Het verkoolde bed waarop de resten van de conciërge gevonden werden.
P.P. Petrone

520 graden Celsius

Een team onder leiding van Petrone, een forensisch antropoloog aan de Universitá di Napoli Federico II, stelde vast dat het glasachtige materiaal eiwitten en vetzuren bevatte van haar en hersenweefsel. Het hersenweefsel was verglaasd, een proces waarbij weefsel bij hoge temperaturen verbrand wordt en glas wordt. 

Uit onderzoek van het verbrande hout waarop de stoffelijke resten gevonden werden, bleek dat de maximum temperatuur 520 graden Celsius moet geweest zijn. 

"Dat doet veronderstellen dat extreme stralingswarmte in staat was lichaamsvet te doen ontbranden en zacht weefsel te laten verdampen", zo zeggen de onderzoekers. 

De flits van extreme hitte werd gevolgd door een snelle daling van de temperatuur, een fenomeen waarover weinig geweten is maar dat geholpen heeft om het hersenmateriaal te verglazen. 

"Het is de eerste keer dat verglaasde overblijfselen van menselijke hersenen gevonden zijn die het gevolg zijn van hitte geproduceerd door een uitbarsting", zo zeiden de beheerders van de archeologische site, die de ontdekking 'sensationeel' noemden. Archeologen vinden zelden menselijk hersenmateriaal terug, en als dat wel het geval is, is het meestal zeepachtig van consistentie.

In de borstbeenderen van het slachtoffer werd overigens ook nog een gestolde sponzige massa aangetroffen. Volgens de onderzoekers is dat eveneens een unicum voor een archeologische site en valt het te vergelijken met wat er gebeurd is met slachtoffers van recentere historische gebeurtenissen zoals de bombardementen met brand- en brisantbommen op Dresden en Hamburg in de Tweede Wereldoorlog.     

Kaartje van de vulkaan Vesuvius met de omvang van het door de uitbarsting in 79 n.C. getroffen gebied.
Mapmaster/Wikimedia Commons/CC BY-SA 3.0

DNA?

Antropoloog Petrone legt zich al enige tijd toe op het onttrekken van DNA-sequenties uit beschadigd en gedegradeerd DNA.

Dat heeft al toegelaten om familieverbanden te vinden tussen een aantal mensen van wie de resten in Herculaneum gevonden zijn. Zo bleek onder meer dat zeven vrouwen en drie mannen die met elkaar verwant waren, allemaal uit het Midden-Oosten kwamen, zodat men aanneemt dat het slaven waren.

Petrone hoopt dat ook de hersenen van de conciërge nog meer informatie kunnen opleveren. "Als we erin slagen het materiaal opnieuw te verhitten en het vloeibaar te maken, zouden we misschien DNA van dit individu kunnen vinden", zo zei hij aan het persbureau AFP. "Dat wordt de volgende stap."

 De studie van Petrone en zijn Italiaanse en Engelse collega's is gepubliceerd in het New England Journal of Medecine. Bronnen:  Parco Archeologico di Ercolano, Associated Press, Agence France-Presse.  

De foto van bovenaan het artikel in haar geheel.
AFP or licensors