AFP or licensors

CO2-stijging in onze atmosfeer maakt dit jaar een van de grootste sprongen in 60 jaar, waarschuwt het Britse KMI

De CO2-concentratie in de atmosfeer zal dit jaar een van de grootste sprongen (op jaarbasis) naar boven maken sinds het begin van de metingen in 1958. Dat heeft het Met Office, de Britse weerkundige dienst, berekend. De stijging is deels het gevolg van de grootschalige Australische bosbranden, en het is opnieuw slecht nieuws voor de klimaatopwarming. Het is 3,3 miljoen jaar geleden dat we nog zoveel CO2 in de lucht hadden, en toen zag het er allemaal helemaal anders uit.  

De concentratie van CO2 in onze atmosfeer bepaalt in grote mate het tempo van de opwarming van de aarde, want het is het belangrijkste broeikasgas. Wetenschappers drukken die concentratie uit in ppm (parts per million). Er was een tijd dat we ruim onder de 400 zaten - in 1960 zaten we aan ongeveer 315 ppm - maar de concentratie bleef stijgen en wetenschappers waarschuwden jaren geleden nog voor de drempel van 400 als een gevaarlijk kantelpunt. Het is eigenlijk wiskunde: hoe hoger de concentratie aan ppm, hoe hoger de temperatuur zal blijven klimmen. 

De laatste keer dat we een vergelijkbaar hoge concentratie aan CO2 in de atmosfeer hadden, was 3 tot 5 miljoen jaar geleden. Het zeeniveau was toen 10 tot 20 meter hoger

Die symbolische 400 ppm ligt intussen al enkele jaren achter ons, en zal in mei klimmen naar 417, rekende het Met Office uit. Het jaargemiddelde zou rond 414 liggen, bijna 3 ppm hoger dan vorig jaar (om precies te zijn 2,74 ppm met een marge van 0,57 naar boven of beneden, red.). Dat lijkt weinig, maar het is wel degelijk heel veel, want normaal stijgt het 1 tot 2 punten per jaar. In 2014 werd voor het eerst de symbolische drempel van 400 overschreden.

De laatste keer dat we een vergelijkbaar hoge concentratie aan CO2 in de lucht hadden, was 3 tot 5 miljoen jaar geleden en zag de wereld er heel anders uit. Het was toen 2 tot 3 graden Celsius warmer, en het zeeniveau lag toen 10 tot 20 meter hoger dan vandaag, onderstrepen wetenschappers.

Dat het momenteel nog niet zover is, is omdat smeltend ijs een trage responstijd heeft op de opwarming: niet alles smelt zomaar meteen weg in zijn totaliteit. De ijskappen op Antarctica en in Groenland zijn immers immens groot.  

Nijlpaarden in de Theems en de Rijn

Klimaatexpert Pieter Boussemaere van de VIVES-hogeschool: "Algemeen gaan we ervan uit dat we deze toestand het laatst hadden 3 tot 3,3 miljoen jaar geleden. Wellicht zat er toen zelfs een beetje minder CO2 in de atmosfeer, tussen 350 en 400 deeltjes", vertelt hij. Wat we weten is dat het toen 2 graden warmer was dan de referentieperiode van bij de start van onze Industriële Revolutie, de fameuze tweegradengrens waarover we vaak praten in verband met het klimaatakkoord van Parijs. Momenteel is het wereldwijd al ongeveer 1,15 graden Celsius warmer, maar we hebben nu dus al genoeg CO2 in de atmosfeer gepompt om de temperatuur 2 graden te laten stijgen. Dat scenario kan eigenlijk enkel vermeden worden als we erin zouden slagen massaal CO2 uit de lucht te plukken door nieuwe technieken. 

Tijdens de voorbije 800.000 jaar was het slechts twee keer warmer dan vandaag. De laatste keer was tijdens het Eemiaan, zo'n 125.000 jaar geleden, weet Boussemaere. Het zou toen amper 0,5 graden warmer geweest zijn dan vandaag (anderhalve graad boven ons referentiepunt), maar dat maakt veel verschil: "Er leefden toen nijlpaarden in de Theems en de Rijn en de boomgrens reikte tot de noordelijke kaap van Noorwegen, wat nu toendra is." (lees door onder de grafiek)

De Keeling-curve toont de historische evolutie van het aantal ppm-deeltjes.

Opwarming is sneeuwbaleffect

Het gehalte aan CO2 in onze atmosfeer is cruciaal voor de opwarming van de planeet, maar de concentratie hangt af van heel wat factoren. Enerzijds van wat er wordt uitgestoten, anderzijds van wat de natuur opnieuw opneemt. Daarin spelen bijvoorbeeld verschillende types ontbossing een rol, maar ook onze oceanen.

In een jaar waarin de tropische Stille Oceaan warmer is, is het in vele streken op land warmer en droger, wat dan weer een negatief effect heeft op het vermogen van planten en bomen om te groeien, en dus op hun potentieel om CO2 uit de lucht op te nemen. Bovendien groeit dan het risico op bosbranden, wat dan weer tot een directe CO2-uitstoot leidt. 

Hoeveel kan de natuur zelf nog corrigeren?

Volgens het Met Office zal de impact van veranderende weerpatronen op ecosystemen de stijging van CO2 in de atmosfeer met 10 procent doen toenemen, en de bosbranden in Australië zouden daar voor een vijfde voor verantwoordelijk zijn. Richard Betts van het Met Office zegt dat we ook dit jaar minder op de natuur kunnen rekenen wat betreft het opnemen van CO2.

"De CO2-concentraties in de lucht zijn elk jaar blijven stijgen sinds 1958, voornamelijk door ontbossing en het verbranden van fossiele brandstoffen. Maar dat is niet altijd rechtlijnig gegaan, omdat onze ecosystemen ook CO2 opnemen (zowel bomen als bijvoorbeeld gesteente, red.), vooral tropische regenwouden. Maar in het algemeen kunnen we zeggen dat die respons voor het tweede jaar op rij zwakker zal zijn."  

De Australische bosbranden zijn een voorbeeld van hoe klimaatverandering zelf de klimaatverandering nog verder in de hand werkt, en dus zorgt voor een sneeuwbaleffect.