Een jongetje en een meisje doen de vaat onder het wakend oog van hun moeder.

Huishoudelijk werk bijna gelijk verdeeld tussen meisjes en jongens

Hoewel vrouwen in de VS nog steeds bijna dubbel zo veel huishoudelijk werk verrichten als mannen, is de verdeling ervan tussen jongens en meisjes in het gezin bijna gelijk. Jongens zijn de laatste jaren meer huishoudelijk werk gaan doen en meisjes minder. Dat blijkt uit een nieuw onderzoek. Volgens de onderzoekers zal die trend zich ook voortzetten in hun volwassen leven. 

De onderzoekers van de University of Michigan (U-M) en de South China Normal University bestudeerden veranderingen tussen 1983 en 2015 in het huishoudelijk werk en ook in het 'marktgebonden' werk - werk dat buitenshuis verricht werd tegen betaling.

Huishoudelijk werk was voor hen de dagelijkse sleur van de vaat doen, stof afnemen en stofzuigen, maar werk dat door een poetsdienst verricht werd of activiteiten zoals tuinieren of het zorgen voor de kinderen vielen er niet onder, zei een van de auteurs van de nieuwe studie, Frank Stafford, een professor economie aan de U-M.   

In 1983 verrichten getrouwde mannen 6,4 uur huishoudelijk werk per week en 40,1 uur betaald werk, in 2015 was dat 7,8 uur en 40,4 uur. Het aantal uren dat getrouwde vrouwen betaald werk verrichten, steeg van 19,1 in 1983 naar 28,2 in 2015, terwijl het aantal uren huishoudelijk werk dat ze voor hun rekening namen, daalde van 26,9 naar 15,4.

Volwassen vrouwen verrichten dus nog steeds bijna dubbel zo veel huishoudelijk werk als mannen maar bij jongens en meisjes tussen 13 en 18 jaar ligt dat nu anders. 

In 2002 besteden tienerjongens 2,5 uur aan huishoudelijk werk per week, tienermeisjes namen toen ook bijna het dubbele voor hun rekening, 4,7 uur namelijk. Maar in 2014 ziet de situatie er helemaal anders uit en doen de beide geslachten bijna even veel huishoudelijk werk: 3,1 uur per week voor de jongens, 3,5 uur voor de meisjes.   

Volgens de onderzoekers is het waarschijnlijk dat de meer gelijke verdeling van het huishoudwerk tussen meisjes en jongens zich ook zal doorzetten als ze volwassen zijn en zo de verandering op lange termijn naar een meer gelijke verdeling van het werk tussen mannen en vrouwen zal bestendigen. 

Een meisje maakt een raam schoon met een spons.
Elva Etienne

Minder huishoudelijk werk in totaal

"Als jonge mensen vroeger trouwden, zagen we bij vrouwen een radicale ommekeer naar veel meer huishoudelijk werk en minder betaald werk, terwijl dat bij mannen omgekeerd was", zei Stafford. "Nu gaat het niet meer om zo'n ingrijpende herverdeling. Vrouwen doen nog steeds meer, maar ze nemen als ze getrouwd zijn niet meer zo veel bijkomend huishoudelijk werk op zich als vroeger."

Het is ook zo dat het totale aantal uren dat aan huishoudelijk werk besteed wordt in de VS tussen 1983 en 2015 gedaald is. Getrouwde koppels verrichten in 1983 gemiddeld 33,3 uur huishoudelijk werk per week tegenover 23,2 uur in 2015. En ook bij de tieners is er tussen 2002 en 2014 een daling van zo'n 35 minuten per week. 

Volgens Stafford zit de technologie daar voor iets tussen. In plaats van de vaat met de hand te doen, gebruiken families nu vaker een vaatwasmachine en meer families kopen ook kant-en-klare gerechten.   

Het totale aantal werkuren - betaalde werkuren en uren huishoudelijk werk - is zowel voor mannen en vrouwen ongeveer hetzelfde gebleven tussen 1983 en 2015. 

In 1983 besteedden getrouwde mannen gemiddelde 46,5 uur aan betaald en huishoudelijk werk, vrouwen 46 uur. In 2015 werkten mannen in totaal 48,2 uur binnen- en buitenshuis, getrouwde vrouwen 43,6 uur. En aangezien het aandeel van het huishoudelijk werk kleiner geworden is, betekent dat dat in 2015 er meer tijd ging naar werk dat geld in het laatje bracht. 

"Het totale volume aan werk is stabiel gebleven", zei Stafford. "We zien een beweging naar betaald werk met een hogere waarde en weg van de routine van het huishoudelijk werk. Door deze verschuiving krijgen we grotere economische bijdragen van vrouwen en een aanzienlijke economische groei." 

De studie van Frank Stafford en zijn Chinese collega Ping Li is bekendgemaakt op de jaarlijkse bijeenkomst van de American Economic Association. Dit artikel is gebaseerd op een persbericht van de University of Michigan.