29 januari tot 4 februari 1945: België opnieuw helemaal bevrijd

In deze reeks geven we elke week een overzicht van de belangrijkste gebeurtenissen in het laatste jaar van de Tweede Wereldoorlog. Het laatste stukje België dat in het Ardennenoffensief werd veroverd, is bevrijd. Op de twaalfde verjaardag van het naziregime is er in Duitsland geen reden om te vieren. En het Rode Leger staat op nog geen 70 km van Berlijn. 

Amerikaanse tanks zijn op 2 februari het dorp Krewinkel in het uiterste oosten van België binnengetrokken. Het was het laatste Belgische stukje grondgebied dat nog in Duitse handen was.

Daarmee is heel België voor de tweede keer bevrijd, drie maanden na de voltooiing van de eerste bevrijding. De tweede Duitse bezetting beperkte zich tot een dunbevolkt deel van de Ardennen, maar de bevrijding ervan ging tergend langzaam door het slechte weer en de taaie weerstand van de Duitsers. 

Amerikaanse troepen op 28 januari bij Herresbach in de richting van Krewinkel. Foto bovenaan : aanvoer van munitie bij Herresbach.

Voor de bewoners van het grensgebied met Duitsland is het gevaar nog niet geweken. De Duitsers houden vanaf de stellingen van de Westwall, net over de grens, de streek nog onder vuur. Zelfs het zwaar verwoeste Sankt Vith staat nog bloot aan de Duitse artillerie.

Op één uitzondering na – het Luxemburgse stadje Vianden op de Duitse grens – zijn de Duitse troepen nu helemaal terug op de stellingen waar ze stonden bij het begin van het Ardennenoffensief, anderhalve maand geleden. Intussen zijn er wel meer dan 80.000 van hen gedood, gewond of krijgsgevangen gemaakt en hebben ze meer dan 300 tanks verloren. 

Amerikanen reinigen het kanon van een Shermantank in Luxemburg.

Nabij het Belgische grensdorp Rocherath hebben de Amerikanen op 1 februari de Westwall-bunkers bij het kruispunt Wahlerscheid veroverd.

In december was hier nog zwaar gevochten. De Amerikanen kregen toen het strategische kruispunt, dat ze Heartbreak Crossroads zijn gaan noemen, in handen, maar de dag daarop begon het Ardennenoffensief.

Daardoor  moesten ze die plek weer opgeven en zich naar Elsenborn terugtrekken. Mede door hun weerstand aldaar konden de Duitse troepen niet doorbreken in het noordelijke deel van de Hoge Venen.   

Het kruispunt Wahlerscheid kort na de herovering door de Amerikanen. Links de weg naar Monschau, rechts naar  Rocherath (België). De weg in het midden loopt naar de Duitse linies.

Intussen hebben de Amerikanen op Duits grondgebied de aanval ingezet op de dammen aan de Roer, even voorbij Monschau. Met die dammen, die samen meer dan 100 miljoen kubieke meter water bevatten, kunnen de Duitsers het peil van de Maas in Nederland regelen. Eerder poogden bommenwerpers tevergeefs de dammen te vernietigen.

Twaalfde verjaardag van het naziregime

Op 30 januari is het twaalf jaar geleden dat Adolf Hitler tot rijkskanselier werd benoemd, waarna hij vrijwel meteen de macht in Duitsland naar zich toe trok. 

Buiten het nazirijk wordt er niet aan getwijfeld dat deze twaalfde verjaardag tevens de laatste is. Maar de nazipropaganda bulkt van optimisme.

Zoals gewoonlijk heeft Hitler voor deze verjaardag een radiotoespraak gehouden. Daarin zei hij overigens weinig nieuws. Hij ontkent niet dat Duitsland moeilijke momenten beleeft. Maar hij twijfelt niet aan de steun van “de Almachtige” en roept de Duitsers op fanatiek te blijven strijden tot de eindzege, om zo Europa tegen "het Oosten" te beschermen.

Hitler met zijn propagandaminister Joseph Goebbels (rechts) bij een bezoek aan een filmstudio,  in betere tijden.

De toespraak lijkt weinig indruk te maken. Volgens een rapport van de Sicherheidsdienst laten de Duitsers hardop twijfels horen over de goede afloop van de oorlog. Alle propaganda en de toespraak van Hitler lijkt daar niets aan te verbeteren.   

Op deze 30e januari is de historische film Kolberg in première gegaan. Een superproductie in kleur van de naziregisseur Veit Harlan. Die toont hoe energiek en moedig Duitsers zich indertijd verdedigd hebben tegen de legers van Napoleon. In de film grijpen de burgers spontaan naar de wapens om het vaderland te verdedigen. 

Scène uit de film Kolberg.

Propagandaleider Goebbels gaf zelf opdracht voor de film, die de vechtlust van de Duitse bevolking moet aanwakkeren nu een nieuwe invasie voor de deur staat. Er zijn kosten noch moeite voor gespaard. Zelfs enkele duizenden soldaten van de Wehrmacht werden bij de veldslagscènes ingezet als figuranten.

De film druipt van heroïsme en propaganda: sommige dialogen zijn rechtstreeks op Goebbels eigen uitspraken gebaseerd. 

Fragmenten uit de film 'Kolberg'. Langspeelfilms in kleur waren toen nog uitzonderlijk. De Duitsers hadden daarvoor hun eigen procedé (Agfacolor). 

Kolberg komt voorlopig alleen uit in enkele zalen in Berlijn. De dag van de première is de film ook vertoond in de Duitse marinebasis van La Rochelle op de Franse kust, die alleen nog met duikboten te bereiken is.   

Speer: de oorlog is verloren

Precies op de verjaardag van het naziregime heeft de Duitse minister van bewapening Albert Speer Hitler een zeer pessimistisch memorandum overhandigd. Daarin staat onomwonden dat de Duitse oorlogseconomie niet meer verder kan.  

Het verlies van Opper-Silezië is fataal geweest voor de Duitse wapenproductie, aldus het rapport. Er kunnen onmogelijk nog voldoende wapens, munitie en tanks worden gemaakt om aan de behoeften van het front te voldoen. 

Speer (tweede van links) met Hitler voor een maquette voor stadsvernieuwing, voor de oorlog. Aanvankelijk was hij de favoriete architect van Hitler.

Door het verlies van de mijnen in Opper-Silezië en de bombardementen op het Ruhrgebied is ook de kolenproductie ineengestort. Aardolie kan nauwelijks nog worden aan­gevoerd. De aanmaak van syntheti­sche benzine is vrijwel stilgevallen omdat de meeste fabrieken daarvoor zijn vernietigd. Straks kunnen er nauwelijks nog auto’s of treinen rijden, laat staan tanks.

Hitler, die ooit veel vertrouwen had in Speer, reageert bijzonder kil op het memorandum. Hij zegt dat het naar defaitisme neigt. Hij verbiedt het aan wie dan ook door te geven en zegt dat hij alleen daar conclusies uit mag trekken. 

Evacuatie over zee loopt uit op zware scheepsramp

Nog op 30 januari heeft de massale evacuatie uit het oosten van Duitsland voor de grootste scheepsramp ooit gezorgd.

Al meer dan een week organiseert de Duitse marine onder de naam ”Operatie Hannibal” deze evacuatie. Oorlogs- en koopvaardijschepen worden naar de havens aan de Oostzeekust gebracht om Duitse burgers en gewonde militairen over zee te evacueren. Steeds meer inwoners van die streek vluchten in paniek voor het Rode Leger.

Vluchtelingen in Oost-Pruisen

Op 30 januari stapte een massa vluchtelingen op het passagiersschip Wilhelm Gustloff in de haven van Gdynia (eigenlijk een Poolse stad, door de Duitsers in “Gotenhafen” omgedoopt). Dit grote schip is eigendom van de nazi-vrijetijdsorganisatie Kraft durch Freude en kan normaal 1900 passagiers vervoeren. Door de enorme toeloop vertrok het schip echter met wellicht meer dan 10.000 mensen aan boord (het precieze aantal is niet bekend). 

De Wilhelm Gustloff bij het begin van de oorlog. Het 200 meter lange schip (25.000 ton) diende tijdens de oorlog voor troepentransporten en als hospitaalschip.

In de avond vuurde een Sovjetonderzeeër vier torpedo’s af op de Wilhelm Gustloff. Het schip zonk in zowat een uur. Tegen het advies van de militairen in was de kapitein vrij ver uit de kust gaan varen.

Het aantal reddingssloepen was veel te klein voor alle opvarenden. Duitse oorlogsschepen in de buurt kwamen snel te hulp, maar ze konden niet veel meer dan duizend mensen redden. Het totale aantal omgekomenen ligt wellicht rond de 9000, zowat zes keer het dodental van de Titanic in 1912.   

Duitse vluchtelingen ingescheept in de haven van Pillau in Oost-Pruisen.

Sovjetoffensief stopt op 70 km van Berlijn

Er is een einde gekomen aan het grote offensief van het Rode Leger in Polen.

De Duitse legers hebben zich grotendeels teruggetrokken achter de Oder, de laatste natuurlijke barrière voor Berlijn. Daardoor staan de legers van maarschalk Zjoekov nu op sommige plaatsen op nog geen 70 km van de Duitse hoofdstad.  Nabij de stad Küstrin (Pools: Kostrzyn) zijn ze zelfs over de rivier geraakt. Küstrin wordt als “vesting” verdedigd en is helemaal omsingeld.  

Sovjettroepen aan de Oder met (Amerikaanse) Ford-amfibievoertuigen.

In het noordelijke kustgebied (met inbegrip van de "Poolse corridor naar de zee"), weten de Duit­sers stand te houden, net als in het omsingelde Poznań .

Duitse soldaten aan de Oder bij Zehden (nu Cedynia in Polen).

Sommige Sovjetgeneraals zouden meteen naar Berlijn willen doorstoten, maar de Stavka, het opperbevel in Moskou, beval op 2 februari de opmars te stoppen.  

"Zjoekov bestormt de Oderlinie", zo meldt de Amerikaanse legerkrant The Stars and Stripes. Volgens de krant is de strijdkreet van het Rode Leger: "Alle wegen leiden naar Berlijn", iets wat met een blijk op de kaart duidelijk wordt.

In drie weken tijd is het Rode Leger opgerukt van de Weichsel (Vistula) naar de Oder. Sommige divisies hebben in drie weken bijna 400 km afgelegd en kunnen best een pauze gebruiken. 

Een 75 mm-kanon van het Rode Leger aan de Oder.

De Stavka, en ook maarschalk Zjoekov, zijn van mening dat eerst de noordflank moet worden beveiligd. In het noorden, langs de Oostzeekust, staan nog altijd Duitse legers. 

Sovjetsoldaten ergens in Duitsland. Vermoedelijk wordt de klok aangepast aan de Russische tijd.

Meer naar het zuiden, in Silezië, rukken de legers van maarschalk Konjev iets langzamer op, maar ook hier moeten de Duitsers wijken. Ze pogen een corridor in stand te houden naar de Silezische hoofdstad Breslau (Pools : Wrocław), die steeds meer ingesloten raakt.

Duitse troepen trekken zich terug nabij Breslau op 2 februari.

Het grootste deel van de bevolking van Breslau is op de vlucht geslagen, maar de stad zelf – een van de grootste van Duitsland – moet op bevel van Hitler tot het uiterste worden verdedigd. 

Franse dwangarbeiders begroeten hun Sovjet-bevrijders nabij Hindenburg in Opper-Silezië (Pools: Zabrze).

Goerdeler terechtgesteld

In de Plötzensee-gevangenis in Berlijn is Carl Friedrich Goerdeler opgehangen, een van de spilfiguren van het Duitse verzet tegen de nazi’s.

Goerdeler was een conservatief monarchist en een diepgelovige protestant. Hij had in het begin met Hitler meegewerkt. Hij was opgestapt als burgemeester van Leipzig omdat de nazi’s er het standbeeld van de Joodse compo­nist Mendelssohn hadden weggenomen. Sindsdien begon hij te complotteren, hoewel hij als een soort informele adviseur relaties met het regime bleef onderhouden.  

Goerdeler (rechts vooraan) in 1934 als burgemeester van Leipzig terwijl Hitler (naast hem) de eerste steen legt van een monument voor de componist Richard Wagner. Zowel Mendelssohn als Wagner zijn in Leipzig geboren, maar werden door het naziregime totaal anders behandeld.
Bild 102-01318A

De samenzweerders die op 20 juli 1944 een mislukte staatsgreep uitvoerden, hadden hem aangewezen als kanselier van een antinaziregering. Goerdeler zelf was kort daarvoor al ondergedoken omdat de Gestapo hem zocht. Hij werd in augustus door iemand herkend en verklikt. In september is hij door het Volksgerechtshof ter dood veroordeeld.

Goerdeler was nogal indiscreet. De Gestapo ontdekte bij zijn papieren veel compromitterende documenten en hijzelf zou ook namen van andere samenzweerders hebben genoemd. 

Goerdeler (staande) op zijn proces voor het Volksgerechtshof. Links vooraan de beruchte voorzitter van het hof, Roland Freisler.

Zijn executie is wellicht uitgesteld omdat prominente SS’ers hem nog in zijn cel om adviezen vroegen.

Samen met hem werden nog twee tegenstanders van het regime terechtgesteld: de Pruisische oud-minister Johannes Popitz en de jezuïet Alfred Delp.

Popitz was een vriend van Goerdeler en eveneens een conservatief die eerder met de nazi’s had samengewerkt. Pater Delp was niet in het complot betrokken, maar behoorde tot de “Kreisaukring” van de eerder terechtgestelde antinazi Helmuth James von Moltke. 

Links Popitz, rechts pater Delp.

Zwaar bombardement op Berlijn doodt beruchte nazirechter

Berlijn heeft in de avond van 3 februari zijn zwaarste bombardement tot nog toe gekend. Bijna duizend Ame­rikaanse bommenwerpers (voornamelijk B-17 “Vliegende Forten”) wierpen in minder dan een uur meer dan 2.000 ton springbommen en 250 ton brandbommen af.

Meer dan tweeduizend gebouwen zijn totaal ingestort, duizenden andere min of meer zwaar beschadigd. Men schat dat er 50.000 woningen vernield of onbewoonbaar zijn, waardoor minstens 120.000 mensen dakloos zijn geworden. 

Een B-17 gooit bommen boven Berlijn.

Daarbij is het stadscentrum en in het bijzonder de regeringswijk zwaar getroffen. Twee grote spoorwegstations zijn totaal vernield. Het Stadtschloss (voormalig koninklijk paleis) is voor een groot deel afgebrand. De Rijkskanselarij is beschadigd en de hele regeringswijk zit zonder water of elektriciteit.

Het dodenaantal is nog niet bekendgemaakt. De geallieerden schatten dit op 25.000. Onder de slachtoffers bevinden zich veel dwangarbeiders, die geen toegang tot de schuilkelders hadden. 

Het Berlijnse Stadsslot na het bombardement.  Alleen de westvleugel met de (uitgebrande) koepel staat nog recht.. De ruïnes zijn in 1950 opgeblazen door het toenmalige Oost-Duitse regime. Begin deze eeuw is beslist het paleis herop te bouwen. Die wederopbouw zou in 2020 voltooid zou moeten zijn.
Bildarchiv Preußischer Kulturbesitz/Carl Weinrother
De Ridderzaal van het slot voor en na het bombardement.

Het bekendste slachtoffer is wellicht Roland Freisler, de voorzitter van het Volksgerechtshof. Deze fanatieke nazirechter was berucht voor de processen tegen de samenzweerders tegen Hitler, die nog altijd lopen. De beklaagden werden daarin geregeld uitgescholden en vernederd door de voorzitter.

Freisler is door een neergestorte balk gedood toen hij op weg naar een schuilkelder was. Hij leidde net het proces tegen Fabian von Schlabendorff, die als adjudant van generaal von Tresckow een van de actiefste samenzweerders was.

Roland Freisler (midden) bij de opening van een van zijn showprocessen.

Naschrift: de plotse dood van Freisler zal het leven redden van Fabian von Schlabendorff, de officier die ooit een bom in het vliegtuig van Hitler plaatste (die echter niet afging). Na de oorlog zal Schlabendorff informatie leveren over de misdaden van de nazi’s en onder meer rechter in het Duits Grondwettelijk Hof worden. 

"Grote Drie” bijeen op de Krim

Nabij de badplaats Jalta op de Krim is de conferentie begonnen tussen de leiders van de drie geallieerde grote mogendheden.  Dat zijn Josif Stalin, de communistische partijleider en regeringschef van de Sovjet-Unie, Franklin Roosevelt, de president van de Verenigde Staten, en Winston Churchill, de Britse eerste minister.

Het is de tweede gezamenlijke top van de "Grote Drie". De vorige vond 14 maanden geleden plaats in de Iraanse hoofdstad Teheran. De drie leders zijn vergezeld van een uitgebreide staf ministers, militaire bevelhebbers en raadgevers. 

Roosevelt (rechts) bij zijn aankomst op het vliegveld bij Jalta, waar hij wordt verwelkomd door Sovjetminister van Buitenlandse Zaken Molotov  (links, met zwarte muts).  De president ziet er duidelijk verzwakt uit. Omdat hij aan de benen verlamd was, nam hij meteen plaats op een jeep.

Het was Stalin die Jalta als ontmoetingsplaats voorstelde, waar het weer in de winter heel wat milder is dan in Moskou. Stalin houdt er niet van zijn land te verlaten (bij de top in Teheran was het de eerste keer dat hij dat deed sinds hij aan de macht is). Voor Roosevelt is het voor het eerst in zijn presidentschap dat hij op Europese bodem is.

Roosevelt, wiens gezondheid niet zo goed is, is met een oorlogsschip vanuit Amerika gevaren naar het Britse eiland Malta in de Middellandse Zee. Daar heeft hij op 2 februari vooraf overleg gepleegd met Churchill. De dag daarop zijn de Britse en Amerikaanse delegaties vanop Malta met vliegtuigen naar de Krim vertrokken. Op 4 februari arriveerde Stalin en begon de conferentie. 

Begroeting van Roosevelt (links) en Churchill (rechts). De Britse premier wilde in Jalta zoveel mogelijk met de Amerikanen op één lijn staan, maar dat zou hem niet lukken.

Opdat de Amerikaanse president zich niet te veel zou moeten verplaatsen, logeert hij met zijn delegatie in het Livadiapaleis, de vroegere zomerresidentie van de Russische tsaar en de plaats waar ook de conferentie zelf doorgaat. Stalin en Churchill verblijven elk in een somptueuze villa van de Russische adel, in de buurt.

Tsaar Nicolaas II (groetend) met zijn zoon (in wit uniform) voor het Livadiapaleis ten tijde van de Eerste Wereldoorlog.
De patio van het Livadiapaleis. Hier zou op het einde van de top de persconferentie van de Grote Drie werden gehouden.

In Jalta zal nauwelijks worden gespro­ken over de strijd tegen Duitsland.  Aan de komende Duitse nederlaag wordt niet meer getwijfeld. Des te meer belangstelling is er voor wat er daarna moet gebeuren. En er is ook nog de oorlog met Japan, waar de Sovjet-Unie tot nu toe niet aan deelneemt. 

De Amerikaanse legerkrant "Stars and Stripes" geeft een overzicht van de kwesties die de Grote Drie in Jalta zullen behandelen, onder andere : "Welke regering en grenzen voor Polen?", "Zal Frankrijk zijn status als grote mogendheid herwinnen?",  "Hoe zal de nieuwe wereldorganisatie (de VN) werken?" en bij Spanje : "Zullen de geallieerden optreden tegen Franco?".

Stalin stelt hoge eisen. Hij wil een enorme schadevergoeding van Duitsland. Om te vermijden dat de Sovjet-Unie op­nieuw wordt aangevallen moet ze worden omringd door een "cordon sanitaire" van staten die met haar "bevriend" zijn.

Stalin beseft dat zijn positie is ver­sterkt nu zijn legers nog geen honderd kilometer van Berlijn staan. 

Colmar in geallieerde handen

De geallieerden hebben na een lange strijd de Franse stad Colmar in het zuiden van de Elzas ingenomen.

Maandenlang hebben de Duitsers zich in de streek rond Colmar weten te handha­ven, waar ze een mogelijke bedreiging vormden voor de meer noordelijk gelegen geallieerde stellingen, zeker toen er in januari een Duits offensief in het noorden van de Elzas uitbrak. 

Franse troepen rijden het bevrijde Colmar binnen.

Vanaf 20 januari begonnen Franse en Amerikaanse divisies beetje bij beetje de "zak van Colmar" op te ruimen. De stad zelf werd niet rechtstreeks aangevallen, maar systematisch ingesloten. Op 2 februari volgde de finale aanval van Amerikaanse infanteristen en Franse tanks tot het centrum van de stad. 

De Duitsers bieden nog verzet ten oosten van Colmar maar ze worden steeds verder naar de Rijn teruggedreven. 

Foto van de propagandadienst van het 1ste Franse Leger : een Franse soldaat tussen twee vrouwen in traditionele Elzasser klederdracht. Aan de muur een prent van een soldaat van de Franse Revolutie.

Colmar was de belangrijkste Franse stad die nog in Duitse handen was, naast enkele bezette havensteden op de kust.

In het noorden van de Elzas zijn er geen Duitse aanvallen meer. Een volledig Duits legerkorps is vanuit de Elzas overgebracht naar het Oostfront. Maar de troepen houden ter plekke wel stand. De Duitse linie loopt tot vlak voor de stad Haguenau, waar duizenden inwoners in de kelders moeten leven. 

De bevelhebber van het 1ste Franse Leger, generaal de Lattre de Tassigny, decoreert in Colmar Amerikaanse militairen.

Prins Karel bezoekt Antwerpen

De Belgische prins-regent heeft een bezoek ge­bracht aan een zwaargehavend Antwerpen.

Sinds oktober worden Antwerpen en omgeving dagelijks door gemiddeld een twintigtal V1's en V2's getroffen. Dat is meer dan Londen ooit te verduren kreeg.

Prins Karel (helemaal rechts) in de Antwerpse haven, naast burgemeester Camille Huysmans.

In Antwerpen zelf zouden al meer dan duizend doden zijn gevallen en 10.000 huizen beschadigd. Alle kinderen zijn geëvacueerd. In Blankenberge alleen al zitten meer dan 10.000 Sinjoren.

Maar het doel van de V-aanvallen, de vernietiging van de haven, blijft uit.  De haven blijft gewoon doorwerken. Om de vij­and geen inlichtingen te bezorgen mag de pers niets over de schade melden.