Video player inladen...

Carl Plasschaert roeide solo Atlantische Oceaan over: is het alleen (nog) moeilijker en welke valkuilen zijn er zoal?

Carl Plasschaert heeft als eerste Belg ooit de Atlantische Oceaan solo overgestoken in een roeiboot. Plasschaert is gisterenavond in het kader van de Atlantic Challenge aangekomen op het Caraïbische eiland Antigua, aan de andere kant van de Atlantische Oceaan. Goed zeven weken geleden was hij vertrokken op het Canarisch eiland La Gomera voor een tocht van bijna 5.000 kilometer.

Plasschaert (41) bereikte Antigua na 50 dagen, 6 uur en 19 minuten. Hij eindigt daarmee tweede in de solo-categorie, achter de Brit Marcus Beale die het in 48 dagen, 21 uur en 51 minuten deed. De Atlantic Challenge is een van de zwaarste roei-uitdagingen ter wereld. Deelnemers kunnen er alleen, in duo of met drie, vier of vijf de Atlantische Oceaan oversteken. 

Een tiental dagen geleden bereikten de Gentse broers Damien en Bernard Van Durme al de aankomst in de categorie duo's, maar Plasschaert deed het dus helemaal alleen en dat maakte de uitdaging toch heel anders, vertelt hij in een gesprek met onze redactie. Wij pikten er vijf aspecten uit: het fysieke aspect, het eten, de mentale uitdaging, de gevaren en het technische: "Ik had de "luxe" om telkens aan één stuk te kunnen slapen." 

1. Alleen roeien heeft ook zijn voordelen

Terwijl de broers Van Durme een ritme aanhielden van 2 uur roeien, twee uur slapen (terwijl de ene sliep, roeide de andere) kon Carl Plasschaert zijn tijd zelf indelen. "Ik had de "luxe" om wat langer aan één stuk te kunnen slapen", vertelt hij daarover. Concreet: Plasschaert kon elke nacht een zestal uur (relatief ongestoord) slapen.

Om 6 uur 's morgens stond hij op om dan in blokken te werken van telkens twee uur roeien en een halfuur pauze, tot 10 uur 's avonds. "Dat was een voordeel dat ik had. 's Nachts is het namelijk moeilijker om te roeien omdat je de golven niet ziet komen." Dat slapen ging relatief goed, al moeten deelnemers altijd waakzaam blijven.

Ik had de "luxe" om 's nachts aan één stuk te kunnen slapen

2. Hoe eten plots een uitdaging kan worden

De regel van de organisatie is dat elke deelnemer 60 kilocalorieën (kcal) moet voorzien per kilogram lichaamsgewicht per dag op zee. Plasschaert woog voor vertrek 100 kilogram en moest dus 6.000 kcal voorzien. Die calorieën binnenkrijgen is helemaal niet evident, want het is geen haute cuisine midden op zee: in een pannetje maken deelnemers onder meer gevriesdroogde voeding klaar met heet water. 

Enerzijds moesten de deelnemers meer eten dan ze gewoon waren, anderzijds waren het niet de lekkerste gerechten die hen wachtten. Plasschaert was gewoon om 2.000 kcal te eten per dag, en zou dus drie keer zoveel moeten eten. Uiteindelijk heeft hij dat aantal nooit gehaald, en is zijn vetpercentage wel degelijk naar beneden gegaan. 

Ik heb na de aankomst in de spiegel gekeken en mezelf gewogen. Ik was 15 kg kwijt en merkte dat ik al m'n reserves had opgebruikt

De voeding bestond vooral uit gevriesdroogde maaltijden (die Plasschaert ondanks de zeven verschillende smaken niet altijd met evenveel enthousiasme binnenkreeg), shakes en energierepen voor directe suikers, tot zelfs chips. "De shakes die ik meehad worden door mensen die op dieet zijn gebruikt als maaltijdvervangers en bevatten dus de nodige eiwitten, mineralen en zouten, voor een goede balans."

Om er zeker van te zijn dat zijn vetgehalte niet te snel zou dalen, had Plasschaert ook 5 kilogram kokosvet bij. Hij moest er namelijk voor zorgen dat zijn vetgehalte op peil bleef: het gaat immers om inspanningen van heel lange duur, maar zonder hoge hartslag. Bij zo'n prestatie verbrand je veel vetten, zoals een langere fietstocht op een lager tempo.

"Ik heb die kokosvetten uiteindelijk niet genomen, omdat ik niet de indruk had dat ik veel vetten aan het verliezen was. Terwijl ik in werkelijkheid het eigenlijk nooit door had dat dat wel het geval was." En de wedstrijd heeft zijn sporen nagelaten: "Ik heb gisteren na aankomst eens in de spiegel gekeken en mezelf gewogen, en ik was 15 kilogram kwijt. En ik zie er eigenlijk niet meer zo gezond uit: je merkt gewoon dat je al je reserves hebt opgebruikt." 

3. Vijftig dagen eenzaamheid, maar: "Me nooit echt eenzaam gevoeld"

Alleen op zee is mentaal meestal een grotere uitdaging dan met twee, maar voor Plasschaert viel dat mee, tenminste tot de slotweek. "In het begin ging het goed. Ik was niet ziek, had geen materiaalpech, de boot deed het fantastisch. Ik zat op roze wolkjes, al is die uitdrukking misschien wat raar gekozen. Op een bepaald moment dacht ik zelfs: als het dít is, dan haal ik het met twee vingers in de neus."

Maar toen kwam de loodzware slotweek: de wind viel stil en er waren minder golven, zodat de boot ook minder vooruit werd gestuwd richting einddoel. De warmte van de Caraïben viel als een loden blok op Plasschaerts' schouders: "Op dat moment is je lichaam ook meer afgetakeld. Je komt dan in de hitte van de Caraïben, zonder wind, zonder beschutting. Dan heb ik het zwaar gehad, mentaal ook. De laatste vijf dagen zijn voor mij het zwaarste geweest."

In de Caraïben viel de snelheid plots sterk terug, terwijl het doel net zo dichtbij kwam

Doordat de wind stilviel en hij het moeilijker kreeg, vorderde Plasschaert plots veel trager: "Terwijl het vroeger tot 75 mijl per dag was, was het nu, denk ik, soms maar 30 mijl per dag. Ik wist dat vrouw en kinderen hier aan het wachten waren, en je wilt er gewoon bij, je wil zo snel mogelijk naar die aankomst. Je voelt je schuldig dat zij daar zitten te wachten." 

Tegen die tijd begint ook het gebrek aan comfort te wegen: de kleren in de kajuit die vol zout hangen, de eentonige maaltijden. "Mijn grootste angst was om van boord te vallen zonder beveiliging en de boot te verliezen. Maar het gevoel van 'ik ben hier zo eenzaam en hulpeloos' heb ik nooit gehad." Plasschaert kwam uiteindelijk een viertal dagen na schema aan. 

De boot is zeer veilig en goed getest, en kan stormen doorstaan, maar je staat er alleen voor, en wat als...? "Met de technologieën van tegenwoordig... je kan misschien 24 uur in het water dobberen, maar als je de juiste noodsignalen hebt uitgestuurd, dan was ik ervan overtuigd dat ik gered kon worden." 

4. Het technische aspect: vermijd botsingen, en poets de boot langs onderen

Het gaat om meer dan slapen en roeien (en blijven roeien). Ook het technische aspect speelt mee, en moet in soloboten door één persoon opgevolgd worden. Om de tien dagen moest Plasschaert het water in springen om de onderkant van de boot te reinigen en weer glad te maken. Er zetten zich immers snel schelpen, algen en ander zeeleven vast op de bodem, wat het vaartuig een pak meer wrijving geeft.

In het water springen kan uiteraard enkel met een reddingslijn om het lichaam, maar als roeier moet je toch een 'klik' in je hoofd maken, zegt Plasschaert, zelfs al ben je een uitstekend zwemmer - in 2013 zwom hij al eens het Kanaal over tussen Dover en Frankrijk. De grootste angst is immers dat je op één of andere manier de boot zou kwijtraken. 

Het alarm ging af: er naderde een groot containerschip

Een automatisch sturingsmechanisme helpt bij het zoeken naar de juiste richting, en een AIS-systeem detecteert als een radar andere schepen in de buurt, om te waarschuwen voor mogelijke botsingen.

Eén keer kwam Plasschaert in de buurt van een groot containerschip dat op weg was naar New York. In zo'n geval zoeken beiden radiocontact om af te spreken wie waar vaart. ""Wij komen achter u door", vertelden ze me, "toen was ik gerustgesteld." Over de hele rit had Plasschaert zo'n viertal van deze gesprekken. 

5. Het Kanaal overzwemmen of de Atlantic overroeien?

Het is niet Plasschaerts eerste stunt. In 2013 zwom hij al eens het Kanaal over tussen Cap Gris Nez in Frankrijk en Dover. "Het is allebei heel uitdagend, zowel fysiek als mentaal, en toch heel verschillend. Als je het Kanaal overzwemt, dan kan je in principe elk moment opgeven mocht je dat willen, en bestaat die verleiding dus ook. Dat kon hier niet: als je in die boot stapt, dan weet je dat je er niet af kan. Hier moet je meer in je lot berusten. Desnoods doe je 100 dagen over, maar je moet en zal aankomen in die boot. En dat is een groot voordeel." 

Bekijk hier beelden uit "Het Journaal":

Video player inladen...

Bekijk hier de Facebookpost van Atlantic Campaigns:

Meest gelezen