Rawpixel Ltd.

We moeten jongeren de ruimte geven om online te blunderen

Het brandt opnieuw in Frankrijk. Voor zover de gele hesjes zich (even) stilhouden, heeft tiener Mila de aandacht naar zich toegetrokken door onbezonnen uitspraken op Instagram. Gevolg: aanhangers van de radicale islam bedreigen haar met verkrachting en de dood, omdat ze hun godsdienst flagrant heeft beledigd. In de hele nasleep van het incident kunnen we ons dit afvragen: hoe "schuldig" is een jongere als die een onbezonnen uitspraak doet op sociale media? En hoe kunnen we zaken als deze voorkomen?

opinie
Benedikte Van Eeghem
Benedikte Van Eeghem is communicatiemedewerker bij OCMW Brugge, copywriter, tekstredacteur en blogger. Ze schrijft over de actualiteit, opvoeding, sociale thema's en de dingen die haar 'positief' wakker houden.

De vraag stellen is één ding, er een genuanceerd antwoord op formuleren iets anders. De hele kwestie rond Mila raakt immers aan datgene wat we in onze samenleving als bijzonder kostbaar goed beschouwen: de vrijheid van meningsuiting. Voor wie het maatschappelijk debat en pluralisme huldigt, is niks essentiëler dan je mening mogen formuleren zonder dat je er achteraf het gelag voor betaalt.

Maar vrijheid van meningsuiting houdt even goed in dat je een meer behoudsgezinde kijk op de dingen kunt hebben. En dus mag verkondigen dat het niet oké is, wanneer iedereen openlijk zegt wat hij te zeggen heeft, of trapt waartegen hij meent te mogen trappen. Wie dat gedrag afwijst, baseert zich op zijn interpretatie van "vrije meningsuiting". En die begint altijd waar ze voor een ander eindigt.

Daartussenin zit intussen al anderhalf decennium het online debat verweven. Het wereldwijde web is the place to be voor iedereen die een mening heeft en ze met de wereld wil delen. U doet het misschien, ik doe het sowieso, we doen het in wezen allemaal. Voor zover we niet "liken" of "disliken" wat er op sociale media gebeurt, bepaalt de selectie van wat we (niet) lezen hoe we tegen de wereld aankijken. En: hoe onze mening daardoor gevormd wordt, of we ze nu online gooien of niet.

Zoonlief

Feit is in elk geval dat volwassenen 100 procent verantwoordelijk zijn voor wat ze online posten en poneren. Maar bij jongeren en kinderen ligt het anders. Dat werd "bij ons thuis" recent nog eens duidelijk, toen de jongste een flagrante haatmail ontving van een klasgenootje. Het bericht was verstuurd via de account van de school. In niet mis te verstane woorden stond er te lezen dat de afzender zoonlief niet moest. Het statement werd met een resem uitroeptekens bevestigd, van een negenjarige, aan een negenjarige. Zoiets komt bij een ouder even hard binnen als wanneer een volgeling van deze of gene religie zijn geloof virtueel geschoffeerd ziet worden.

In niet mis te verstane woorden stond er te lezen dat de afzender zoonlief niet moest

Als slachtoffer van zo’n uitval heb je in wezen altijd de keuze. Ofwel ga je voor de frontale tegenaanval, katapulteer je haat in veelvouden terug en haal je desnoods nog wat betrokken partijen over de hekel. Ofwel kies je voor de gematigde respons, overschouw je de context en kaart je het voorval aan bij bevoegde instanties/leidinggevenden.

Zo kun je het probleem discreet ontzenuwen, zonder publieke vingerwijzing of beschuldiging. Die laatste piste is de meest intensieve maar ook de meest raadzame. Het gezond verstand laten primeren, zeg maar, in plaats van het conflict te heiligen wanneer er minderjarigen op de digitale barricaden staan.

Digitaal fatsoen

Je zou uiteraard kunnen opwerpen dat een "banale" haatmail in schoolcontext peanuts is in vergelijking met een meisje dat een hele geloofsgemeenschap provoceert. Point taken. We spreken over globale impact versus lokale impact. Instagram versus e-mail. Het tweede is stukken makkelijker in de kiem te smoren. Maar los daarvan gaat het wel twee keer om een impulsieve reactie, van (heel) jonge burgers.

Van hen weten we dat ze niet voortdurend weloverwogen beslissingen nemen: kinderen kunnen dat niet, jongeren evenmin. Precies daarom is het aan ons, volwassenen, om het mandaat van opvoeder ter harte te nemen en het jonge volk diets te maken hoe je de online discussie voert. Zonder dat we ons op extremisme beroepen.

Als we willen dat de "Mila’s" in deze wereld van digitaal fatsoen een erezaak maken, hebben we aan die opdracht alvast een hele kluif. Lees: we moeten de doelgroep de ruimte aanreiken om te mogen blunderen, het krediet om zich te herpakken en de tijd om daar een levenshouding van te maken. Op het web en daarbuiten. Zo investeren we in een (digitale) attitude die de haat niet promoot, uitschuivers correct bijstuurt en iedereen de kans geeft om zich te herpakken. Alleen zo worden van de pot gerukte uitvallen systematisch tot hun ware proporties herleid.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.

Meest gelezen