2013 Photothek

Bijna helft van huishoudens in ons land bestaat uit alleenwonenden of alleenstaande ouders

Op 1 januari 2019 telde België 4.948.398 huishoudens waarvan er 1.718.738 alleenwonenden en 489.175 alleenstaande ouders waren (respectievelijk 35 procent en 10 procent van de huishoudens), samen dus goed voor 2.207.913 huishoudens of 45 procent. In 1999 was dat nog maar 39 procent. Dat blijkt uit cijfers van Statbel, het Belgische statistiekbureau.

In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest komen alleenwonenden en alleenstaande ouders verhoudingsgewijs het meest voor met 58 procent van de 551.243 huishoudens op 1 januari 2019.

Het Vlaams Gewest telt 2.815.769 huishoudens waarvan 40 procent alleenwonenden en alleenstaande ouders.

In het Waals Gewest zijn 48 procent van de 1.581.386 huishoudens  alleenwonenden en alleenstaande ouders.

Lees verder onder de afbeelding.

Het Vlaams Gewest telt 8 procent alleenstaande ouders en 32 procent alleenwonenden, dus een stuk minder dan het Waals Gewest (12 procent en 36 procent) en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (12 procent en 46 procent).

Alleen Brusselse en Waalse gemeenten in top 10

In absolute cijfers spant Antwerpen de kroon, maar als we naar de percentages kijken, krijgen we een volledig ander beeld: niet minder dan 6 Brusselse gemeenten staan in de top 10 lijst met het hoogste percentage huishoudens, bestaande uit alleenwonenden en alleenstaande ouders.  In de Brusselse gemeente Elsene loopt het percentage van alleenwonenden en alleenstaande ouders op tot 70 procent van de huishoudens. Opmerkelijk is ook dat geen enkele Vlaamse gemeente in die top 10 voorkomt.

Lees verder onder de afbeelding.

De toename van het aantal alleenwonenden en alleenstaande ouders is voor beide gezinsvormen vaak het gevolg van de toename van het aantal echtscheidingen

Patrick Deboosere, professor demografie VUB

Professor demografie Patrick Deboosere van de Vrije Universiteit Brussel benadrukt bij de cijfers wel dat het niet om de helft van de bevolking gaat. "Wanneer we op individueel niveau gaan kijken, gaat het voor alleenwonenden om ongeveer een 15 procent van de bevolking, voor eenoudergezinnen is dat ongeveer 10 procent. Dat komt omdat een gezin gemiddeld uit iets meer dan twee personen bestaat", verklaart Deboosere. 

"De toename van het aantal alleenwonenden en alleenstaande ouders is voor beide gezinsvormen vaak het gevolg van de toename van het aantal echtscheidingen", legt Deboosere uit. "Toch zijn andere fenomenen die achter de cijfers zitten erg verschillend voor de beide gezinsvormen.  Alleenstaande oudergezinnen bestaan voor een groot deel uit sociaal zwakkere, kwetsbare huishoudens. Omdat ze het financieel en emotioneel vaak moeilijker hebben, komen ze vaker alleen te staan. Bij de alleenwonenden zien we verschillende redenen waarom mensen alleenstaand zijn. De welvaart is over het algemeen toegenomen waardoor singles makkelijker alleen kunnen wonen, maar het kan ook gaan om bejaarde mensen die langer zelfstandig kunnen blijven wonen wanneer ze hun partner verliezen."

Lees verder onder de afbeelding.

Het aantal oudere alleenwonenden is afgelopen jaren sterk toegenomen in absolute cijfers. Mensen leven langer, dus het aantal oudere mensen neemt toe. "Hoe ouder de leeftijd, hoe meer alleenstaanden", bevestigt professor Deboosere. "Bij de 90-plussers is bijna de helft (44 procent) alleenstaand.  Bij de tachtigers is dat 39 procent, maar dat was twintig jaar geleden in die leeftijdscategorie 45 procent, dus daar is relatief gezien eigenlijk een daling. We zien dat koppels dankzij de hogere levensverwachting langer intact blijven."