Aurore Belot

Kan er in België nog een federale regering gevormd worden? Zo ging het eerder bij ons, en zo zit het nu in andere landen

Moeten we stilaan wanhopen dat er in dit landje nog een federale regering gevormd kan worden? Of is België echt een tweestromenland geworden – copyright Bart De Wever – waar de politieke tegenstelling te groot is om nog een compromis te vinden? Niet noodzakelijk: in het buitenland kan het wel. In Oostenrijk bijvoorbeeld, waar groenen en conservatieven samen regeren. “En dat werkt voorlopig.”

analyse
Fabian Lefevere
Fabian Lefevere is politiek journalist voor VRT NWS.

In wezen is het een even essentiële als simpele opdracht: zoek partijen bij elkaar die samen meer dan de helft van de zetels in de Kamer hebben, en dokter een compromis uit. Maar als je ziet hoe de politiek op federaal niveau kronkelt, is het dat niet. We zijn bijna 270 dagen ver, en vervroegde verkiezingen zijn al lang niet meer ondenkbaar. 

Koen Geens, die geprobeerd heeft om N-VA en PS bij elkaar te brengen, heeft die poging officieel dood verklaard. En de grote vraag is dan: wat nu? Weer Vivaldi (paars-groen aangevuld met CD&V) of toch maar vervroegde verkiezingen?

(Lees verder onder de foto)

Nicolas Maeterlinck

Is dat laatste echt een oplossing? Het probleem gaat er in elk geval niet mee weg. Integendeel, door het verwachte succes van het Vlaams Belang en de PVDA/PTB – zal het nog moeilijker worden om een federale regering te vormen.

Misschien zelfs onmogelijk, als de radicale partijen nog meer stemmen uit het politieke centrum weghalen. En eigenlijk is dat de essentie van het probleem. Er zijn te veel partijen op de markt met relatief kleine percentages achter hun naam. Dat is op zich niet slecht of goed, maar het vermindert wel de stabiliteit. 

De verhollandsing van de politiek

Misschien biedt het troost dat het probleem niet exclusief Belgisch is. Overal in Europa staan de gevestigde partijen onder druk van outsiders op links én rechts. Het fenomeen heeft zelfs een naam: Dutchification. Een kwaliteitskrant als The Financial Times omschreef dat vorig jaar nog als hét probleem van Europa, veel meer dan de opkomst van populistische partijen (ook al zijn die twee dingen niet uit elkaar te halen).

Kort samengevat betekent Dutchification dit: door de versnippering van het politieke landschap zijn er almaar meer partijen nodig om een regering te vormen. Zoals dat dus in Nederland het geval was, dat vroeger een keer rechtsom of linksom ging, of paars, maar dat exclusief deed met de grote machtspartijen: CDA, VVD of PVDA. En dat was het dan. 

(Lees verder onder de foto)

Ondertussen hebben eerst Pim Fortuyn en daarna Geert Wilders de Nederlandse politiek grondig hertekend. Rutte III moet nu met vier partijen regeren: CDA en VVD, maar ook ChristenUnie en D66. Het kiespubliek is al lang niet meer trouw aan een zuil of een partij, en waaiert alle richtingen uit. In Nederland veranderde bij de jongste verkiezingen bijna veertig procent van de kiezers van partij.

(In België was dat in 2014 zelfs 43,2 procent, terwijl het in 1985 nog 13,5% was, blijkt uit cijfers van de Belgische politologe Ruth Dassonneville, die doceert aan de universiteit van Montréal.) 

Door de versnippering in de politiek dreigt de politiek zelf in een vicieuze cirkel te belanden

Voor je het weet belandt de politiek in een vicieuze cirkel. Door de versnippering moeten de coalities niet enkel ruimer, vaak weigeren de klassieke partijen een samenwerking met de (radicale) nieuwkomers. Wat de opties verder beperkt. En ruimere regeringen – dat betekent dan weer vage regeerprogramma’s, die door hun exclusieven extra vatbaar worden voor de kritiek dat ze vastkleven aan de macht. Met weer nieuw succes voor de radicale outsiders in het verschiet. 

French fries

Met die Dutchification is het als met french fries: het komt niet uit het land waarnaar het vernoemd is (al moeten we op dat tweede wellicht trotser zijn dan op het eerste). Het fenomeen dook al in de jaren 90 op in België.

Toen het Vlaams Belang – toen nog Vlaams Blok - het politieke landschap aan flarden scheurde met scores boven de twintig procent, werd de vorming van een bestuur plots problematisch. De stad Antwerpen was op dat vlak een voorloper: geconfronteerd met het succes van VB moesten burgemeesters Leona Detiège en Patrick Janssens monstercoalities van krimpende partijen op de been brengen om de stad te kunnen besturen.

Ook Vlaams en federaal zagen we regeringen die drie partijen of families nodig hadden om aan een meerderheid te komen. Hoe groter het stemmenaantal voor Vlaams Belang, hoe kleiner de marge voor de anderen.

Bekijk deze grafieken, en je ziet hoe de klassieke partijen aan macht en invloed hebben ingeboet. Zelfs een klassieke tripartite – een trio van christen-democraten, liberalen en socialisten - is in dit landje stilaan een ding uit het verre verleden, laat staan een regering met twee families. Wat niet enkel met het Vlaams Belang heeft te maken, maar natuurlijk ook met de opkomst van N-VA. 

(Lees verder onder de grafieken)

Hoe onderstaande grafiek lezen? Met de klassieke partijen worden de socialisten, liberalen en christen-democraten bedoeld. De niet-traditionele partijen zijn N-VA, Vlaams Belang, PVDA en Groen. Er kan gediscussieerd worden over wat een partij traditioneel of niet maakt, maar hier wordt bedoeld: die partijen die historisch  gezien geen deel uitmaakten van de macht. De radicalen zijn dan VB en PVDA. De situatie aan Franstalige kant is minder uitgesproken - wegens geen VB - maar PTB zorgt er wel voor een soortgelijke evolutie. 

In België treedt er, door de communautaire tegenstelling, een Dutchification in het kwadraat op. Zowel Vlaanderen als Franstalig België versnipperen, maar in een andere richting. De ene, met het succes van het Vlaams Belang naar rechts. De andere, met Ecolo en PTB, naar links. De vraag is dan: als het doorbreken van het cordon sanitaire tegen radicale partijen geen optie is, hoe doorbreek je de deadlock en overbrug je de kloof tussen partijen die er vaak heel andere standpunten op na houden.

Links met rechts: in Duitsland kan het

In het buitenland hebben ze wel wat ervaring op dat vlak. In Duitsland bijvoorbeeld hebben de traditionele partijen de jongste jaren stelselmatig marktaandeel verloren, de voorbije jaren vooral aan het rechts-radicale Alternative für Deutschland. Het maakt dat ook daar de opties beperkter worden. 

(Lees verder onder de grafieken)

Hoe onderstaande grafiek lezen? Met de grote twee wordt het socialistische SPD en de conservatieve Union van CDU en CSU bedoeld. De niet-traditionele partijen zijn de groenen, AFD en het communistische PDS en de partij die haar voor een stuk opvolgde, Die Linke. De radicalen zijn die Linke en AFD.   

In Baden-Würrtenberg bijvoorbeeld, de Duitse deelstaat waar Stuttgart de grootste stad is. Daar gingen de groenen van minister-president Winfried Kretschmann in zee met de conservatieven. Het rechts-radical Alternative für Deutschland is er met zo'n 15 procent de derde partij.

(Lees verder onder de foto)

Copyright 2019 The Associated Press. All rights reserved.

De groenen in Baden-Wurttenberg zijn geen fundi’s, verre van. De afstand met de conservatieven is er kleiner dan die tussen N-VA en PS. “Kretschmann, met zijn liefde voor het bedrijfsleven, zou bijna een conservatief kunnen zijn”, zegt Markus Pfalzgraf, journalist bij de regionale openbare omroep SWR.

Tussen groenen en conservatieven gaat het zelfs beter dan tussen groenen en socialisten

Markus Pfalzgraf, journalist SWR

“Maar het blijven natuurlijk groenen, en ze houden er behoorlijk andere standpunten dan de conservatieven op na, bijvoorbeeld als het over asielpolitiek gaat. Toch er is nooit een breuk geweest. Het gaat nu zelfs beter dan voordien, toen Kretschmann met de socialisten regeerde. Misschien omdat groenen en conservatieven goed beseffen dat ze zo sterk van elkaar verschillen en dat ze net daarom de ander iets moeten gunnen.”

Elk mag scoren

Er zijn twee manieren om sterk verschillende partijen te doen samenwerken in een regeringscoalitie.

Ofwel ga je voor het compromis, een grootste gemene deler, waar iedereen zich in kan vinden. Zoals in België vaak gebeurd is. Maar als de partijen inhoudelijk te ver afwijken, krijg je zo vage regeerprogramma’s die niet opkunnen tegen de duidelijke verhalen van de radicale partijen.

De andere optie is om de verschillen te omarmen. Zoals ze in Oostenrijk, waar de (behoorlijk rechtse) conservatieven van kanselier Sebastian Kurz sinds deze zomer met de groenen regeren. Ook daar zie je hoe de traditionelen – vooral de socialisten  – hun aanhang zagen verschrompelen. 

(Lees verder onde de grafiek)

En voorlopig werkt de wat onnatuurlijk ogende coalitie, zegt politoloog Reinhardt Heinisch van de universiteit van Salzburg. “Ze zijn overeengekomen dat ze elk een ding mogen doen dat de andere haat.”

(Lees verder onder de foto)

Copyright 2020 The Associated Press. All rights reserved.

“Dat betekent dat de groenen een ecologischer belastingsysteem mogen uitwerken, zelfs als dat betekent dat het de bedrijven en de consument geld kost. Daarvoor kregen ze een superministerie van infrastructuur, energie en milieu. We hadden daar altijd drie ministers voor in het verleden. De conservatieven mogen dan weer harde immigratieregels opleggen. Dat is de deal, en tot nog toe houdt iedereen zich aan de afspraken.”

De coalitie van groenen en de conservatieven van kanselier Kurz lijkt misschien tegennatuurlijk, voorlopig werkt ze

Ook in Oostenrijk weten ze wat Dutchification inhoudt. Zeker de socialisten zijn er maar een schim meer van zichzelf. Al sinds de jaren negentig is het radicaal-rechtse FPÖ van wijlen Jorg Haider er een belangrijke speler. Maar regeren met de FPÖ was nooit een succes. In 2000 ontstond er een diepe kloof in de partij tussen de meer gematigden en de radicalen, waardoor de partij een onbetrouwbare partner werd. En vorig jaar sloeg een nieuwe regeringsdeelname van FPÖ stuk op schandalen met verschillende hooggeplaatste partijleden.

“Als je radicaal-rechts wil kapot maken, is het wellicht een goeie strategie om ze in de regering op te nemen”, zegt Heinisch. “Maar om te regeren werkte het niet.”

En nu, met de groenen, dus wel. “De meeste kiezers zijn niet zo bezig met politiek en ideologie. Dat is vooral een probleem van politici. In Oostenrijk ziet het publiek vooral een regering die twee belangrijke zaken belooft: we zorgen voor een beter klimaat en we beschermen jullie tegen de dreiging die van asielzoekers uit gaat. En dat is op het eerste zicht heel aantrekkelijk.”

De meeste kiezers zijn niet bezig met ideologie en in Oostenrijk krijgen ze een regering die twee belangrijke zaken belooft: deal: we zorgen voor een beter klimaat en we beschermen jullie tegen de dreiging van asielzoekers

Reinhardt Heinisch, politoloog van de universiteit van Salzburg

En in België?

Kan er dan echt geen federale regering gevormd worden met N-VA en PS? Wellicht wel, naar Oostenrijks en Duits voorbeeld zijn er deals denkbaar waarmee zowel PS als N-VA zich kunnen profileren.

De ene – bijvoorbeeld – met een verdere regionalisering van een aantal bevoegdheden of een strenge aanpak van de asielkwestie, de andere met meer en betere sociale bescherming, zoals een hoger minimumpensioen.

Maar alles hangt natuurlijk af van de mate waarin de partijen bereid zijn om risico’s te nemen. Of misschien willen ze de al een paar keer afgeketste Vivaldi-coalitie weer een kans geven. Misschien was de episode-Geens zelfs een stukje theater om N-VA te kunnen lozen. Of misschien mikken sommigen echt op vervroegde verkiezingen.

In de Wetstraat valt niets uit te sluiten. Maar de ironie wil dat er zelfs voor vervroegde verkiezingen niet meteen een meerderheid zal gevonden worden. Zo uitzichtloos is de situatie ondertussen.