Syrië erkent volkerenmoord op Armeniërs in Eerste Wereldoorlog

Het Syrische parlement heeft officieel erkend dat er in het Ottomaanse Rijk vanaf 1915 volkerenmoord is gepleegd op de Armeense minderheid. De parlementsleden verwerpen ook "alle pogingen om deze misdaad te ontkennen en de historische feiten te verdraaien", luidt het in de verklaring. Die komt er op het moment dat de spanningen tussen Syrië en Turkije, de historische erfgenaam van het Ottomaanse Rijk, hoog oplopen.

Met de goedkeuring van de resolutie wil Syrië waarschijnlijk Turkije provoceren. Soldaten van de twee buurlanden zijn slaags geraakt in het noordwesten van Syrië waar Turkije rebellen steunt.

Turkije bestrijdt fel dat er tijdens de Eerste Wereldoorlog sprake was van genocide op Armeniërs en de Turkse regering reageert doorgaans woedend als een land uitdrukkelijk stelt dat dit wel het geval was. Zo leidden onder meer de formele erkenningen van de massamoord als een genocide door de Duitse Bondsdag in 2016 en het Amerikaans Congres in december vorig jaar tot spanningen.

Ook nu veroordeelt het Turkse ministerie van Buitenlandse Zaken de erkenning met forse woorden. "Het is een hypocriete daad van een regime dat gedurende jaren een hele reeks bloedbaden heeft aangericht op zijn eigen bevolking (...), waardoor miljoenen mensen op de vlucht zijn geslagen, en dat gekend is voor zijn toevlucht tot chemische wapens", klinkt het in een mededeling. Voorts verwijt het ministerie Syrië "een humanitaire tragedie" te hebben veroorzaakt "aan onze grens".

De Armeense volkerenmoord had ruim een eeuw geleden plaats en kostte honderdduizenden tot mogelijk anderhalf miljoen Armenen het leven. Turkije geeft toe dat er veel Armeniërs die in het Ottomaanse Rijk woonden, zijn omgekomen in de oorlog, maar bestrijdt de opgegeven cijfers en ontkent dat er sprake was van systematisch georganiseerde uitroeiing van een bevolkingsgroep. Veel Armenen werden destijds gedeporteerd naar het noorden van het huidige Syrië.