75 jaar geleden: Spanningen tussen geallieerde bevrijders en burgers nemen toe

Van het grote enthousiasme van de bevrijdingsdagen in september 1944 blijft in België na een tijdje niet veel meer over. De oorlog sleept aan en de permanente aanwezigheid van honderdduizenden geallieerde soldaten zorgt voor spanningen. 

Dit is een bijdrage van Peter Schrijvers. Hij doceerde aan universiteiten in Australië, de VS en Zwitserland en is momenteel historisch adviseur voor Liberation Garden, het nieuwe bevrijdingsmuseum dat zijn deuren opent in Leopoldsburg in 2021. Hij is auteur van zes boeken over de Tweede Wereldoorlog, waaronder De schaduw van de bevrijding: België, 1944-1945. Illustratie en eindredactie: Jan Ouvry.

De geallieerde bevrijding van België wordt vaak herleid tot de septemberdagen van 1944 en clichés van kussen, kauwgom en chocolade. Maar ook na de eerste bevrijdingsweken blijven honderdduizenden geallieerde soldaten aanwezig in ons land. Operatie Market Garden mislukt waardoor België tot in de lente van 1945 een belangrijke springplank blijft richting nazi-Duitsland. Bovendien zorgt het Ardennenoffensief er in de winter van 1944-45 voor dat geallieerde troepen grote delen van het land voor een tweede keer moeten bevrijden.

De langdurige aanwezigheid van grote aantallen bevrijders in uniform zorgt voor toenemende spanningen met de burgerbevolking waarvan de herinneringen vaak teloor zijn gegaan te midden van de clichés. Tegelijk symboliseren vooral de Anglo-Amerikaanse troepen een aantal nieuwe waarden die het begin doen vermoeden van een nieuwe wereld.

Verwelkoming van de Britse en Amerikaanse bevrijders op een muur in Marcinelle, "We hebben vier jaar op jullie gewacht, we houden van jullie". Beginfoto: "Tussen alle mooie meisjes die werken in Camp Tophat hebben de Amerikaanse soldaten Jeannie Grange tot miss uitverkoren". Antwerpen, juli 1945. Meer over Camp Tophat verder. Bron NARA.

‘Overpaid, Oversexed, and Over Here’

Vooral de passie die oplaait tussen Belgische vrouwen en het leger jonge mannen zorgt al vlug voor heel wat ongenoegen. “De Duitsers zijn nog maar pas vertrokken,” schrijft De Gazet van Antwerpen afkeurend, “en horden vrouwen zwermen al rond de Tommies. In geen tijd wordt er kennis gemaakt en afgesproken en worden intimiteiten uitgewisseld zoals tussen oude vrienden.”

Scene bij de bevrijding van Brussel, september 1944 .

Gechoqueerde inwoners uit Gent beweren dat nauwelijks enkele dagen na de bevrijding meer en meer gebruikte condooms beginnen rond te slingeren op straat en in parken. Naarmate de gevolgen van ongebreidelde passie almaar duidelijker worden, nemen de spanningen toe. In maart 1945 staat er in koeien van letters te lezen op de muur van het ziekenhuis in Tongeren: “Hoeveel meisjes zijn zwanger? Wij wijzen naar de mannen van de USA.”

Danspartij georganiseerd door het Amerikaanse Rode Kruis in Antwerpen ( collectie NARA ).

Naast het probleem van ongewenste zwangerschappen baart ook de toename van geslachtsziekten heel wat zorgen in een klimaat van wat Belgische criminologen tijdens de bevrijding voorzichtig omschrijven als “een zekere seksuele nonchalance.” Ondanks nationale campagnes, allerhande wetgeving en de harde aanpak van straatprostitutie meldt de rijkswacht in januari 1945 dat er opnieuw een stijging van seksueel overdraagbare aandoeningen is vastgesteld. Tegen de lente van 1945 hebben deze ziektes in België zodanig epidemische vormen aangenomen dat de geallieerde autoriteiten meer penicilline moeten laten aanrukken voor de behandeling van geïnfecteerden in de burgerhospitalen.

Links, poster van het Amerikaanse leger waarschuwt voor de gevaren van geslachtsziektes: "Ze kan er wel netjes uitzien, maar ....". Rechts schrijft de hoofdredacteur van het Amerikaanse soldatenblad The Stars and Stripes op 18 oktober 1944 dat niet V-bommen maar wel VD of geslachtsziektes het gevaarlijkste Duitse wapen zijn;  de Duitsers hebben besmette vrouwen achtergelaten die gevaarlijker zijn dan tijdbommen.

Het enthousiasme bekoelt

De V-wapens, het Ardennenoffensief en de strenge winter van 1944-45 zorgen voor bijzonder moeilijke levensomstandigheden. Veel infrastructuur is vernield, de kanalen zijn bevroren en de in november geopende haven van Antwerpen geeft absolute voorrang aan de bevoorrading van de geallieerde legers.

Er is zo weinig steenkool dat Belgen houten telefoonpalen omkappen voor hun kachels terwijl elektriciteitscentrales regelmatig de stroomvoorziening moeten stilleggen. De al magere voedselrantsoenen worden nog verder verlaagd. Er circuleren zoveel Amerikaanse legerrantsoenen op de zwarte markt dat GI’s het verbod krijgen ze nog als geschenk te geven. In Gent en Zottegem wordt gefluisterd dat de bevoorrading beter was geregeld tijdens de Duitse bezetting. 

Op 4 februari 1945 houdt de Britse bevelhebber in België een radiotoespraak om het gemor een halt toe te roepen. Generaal Erskine vraagt zich hardop af of “er ook maar één Belg bereid is om de barre levensomstandigheden en de vrijheid in te ruilen voor Duitse bezetting, de Gestapo, foltering en moord.”

Politie en rijkswacht voerden een felle strijd tegen de zwarte markt. Op deze tram in Hasselt hebben ze een lading aardappelen ontdekt die bestemd waren voor die zwarte markt. Een Amerikaanse militaire fotograaf die toevallig in de buurt was nam deze foto (Collectie NARA, met dank aan Peter Taghon).

De gemoederen verhitten

In de zomer van 1945 komen de relaties met de bevrijders opnieuw zwaar onder druk te staan wanneer, na de overgave van Duitsland, massa’s bevrijders op doortocht zijn naar huis via de West-Europese havens. In september 1945 wordt aangekondigd dat al tegen eind januari 1946 niet minder dan 1,7 miljoen soldaten uit Europa moeten vertrokken zijn.

Het resultaat is dat de aftocht zo haastig en zo wanordelijk verloopt dat zelfs een officiële studie van het Amerikaanse leger later zal toegeven dat het allemaal meer leek op een “georganiseerde vlucht.” Wanneer in april 1946 het Antwerpse Camp Top Hat zijn deuren sluit, zijn er 271.785 GI’s langs de haven gepasseerd. 

Camp Top Hat was een reusachtig kamp van het Amerikaanse leger op de Antwerpse linkeroever, met alle mogelijke faciliteiten. Soldaten mochten er een tiental dagen verblijven en uitrusten voor ze terug naar huis vertrokken. Tot de sluiting was het ook voor Belgen een belangrijke werkgever.

Ondertussen zorgen samengepakte soldaten, verveling en drankmisbruik voor een piek in allerhande misdrijven in Antwerpen en het hele land. Tussen oktober en Kerstmis 1945 wordt Limburg geplaagd door een serie gewelddadige carjackings en gewapende overvallen. Die worden gepleegd door GI’s die in de pers worden omschreven als “gevaarlijke deserteurs.”

In Luik lopen de zaken nog meer uit de hand. Stars and Stripes, de krant van de GI’s, schrijft over de situatie in de Waalse stad: “Rapporten inzake de epidemie van alcoholvergiftiging van Amerikaanse soldaten hebben het bestaan aangetoond van clandestiene stokerijen die in veel opzichten doen denken aan wat er zich in Amerika heeft voorgedaan tijdens de grote drooglegging”. Ook de spanningen aangaande seksuele betrekkingen tussen soldaten en burgers lopen hoger op dan ooit. “Van onze bevrijders, Heer,” zuchten vele Belgen nu, “bevrijd ons!”

In het Brusselse hotel Cosmopolite, waar de Canadese Maple Leaf Club gevestigd was, vertellen Mimi Soukin en Jeanne Goffin deze Canadese soldaat wat er allemaal te doen is (N.A. Canada, met dank aan Peter Taghon).

Het fenomeen blijft niet beperkt tot België. In het Engelse Aldershot bijvoorbeeld veroorzaken Canadese troepen op 4 en 5 juli 1945 rellen die uitmonden in massale plundering en vernieling. In november 1945 geeft het Amerikaanse weekblad Time toe dat overal in Europa de verstandhouding tussen de talrijke terugtrekkende troepen en de lokale bevolking “zeer onder druk” komt te staan.

Inspectrices van het Amerikaanse Women Army Corps komen deze Belgische bakkers uitleggen hoe een lekkere doughnut moet smaken, maart 1945 ( brn NARA, met dank aan Rémonde Panis).

De roze bril

Toch is er in het Belgisch collectief geheugen vandaag weinig herinnering aan de spanningen die er rezen met de bevrijders. De conflicten die in Antwerpen zijn ontstaan tussen de bevolking en de GI’s, zo merkt een rapport op in juli 1945, “hebben in het algemeen niet voor blijvende rancune gezorgd.” “De tijdsgeest zorgt ervoor,” aldus hetzelfde rapport, “dat mensen hun bevrijders veel kunnen vergeven.” Anderzijds zijn ook de gulle geallieerde compensatieregelingen verantwoordelijk voor veel goede wil. 

Joseph Henlon overhandigt in naam van bijna 3.000 Belgische mijnwerkers een cheque van ruim 25.000 Belgische frank aan een Amerikaanse officier. De mijnwerkers stonden elk de opbrengst van een uur overwerk af om gewonde Amerikaanse soldaten te helpen herstellen (collectie NARA ).
Amerikaanse officieren en dokwerkers in de achtergrond tijdens een plechtigheid in de Gentse haven, die net als de haven van Antwerpen zo goed als ongeschonden in handen van de geallieerden was gevallen, juni 1945 (collectie Peter Taghon).

Feit is dat op het einde van de oorlog de instinctieve impuls van de bevolking ten aanzien van de geallieerden, ondanks de onderstroom van onvrede, in het algemeen nog steeds erg positief blijft. Ontelbare steden en gemeenten inviteren hun bevrijders om hen op een meer passende manier te kunnen bedanken dan tijdens de chaotische dagen in de herfst van 1944. Wanneer eenheden van de 2nd Armored Division eind april 1945 terugkeren uit Duitsland, wacht hen een indrukwekkend ceremonieel op de markt van Hasselt waar zich een massa toeschouwers bevindt. De Amerikaanse generaal en zijn staf weten niet waar ze het hebben. Ze worden naar het stadhuis gesleept voor toespraken, bloemen en drankjes en moeten het gastenboek tekenen.

Een lange rij Amerikaanse soldaten schuift aan in Antwerpen om een film te gaan bekijken (collectie NARA).

Ondertussen eren op Memorial Day generaal Eisenhower en verschillende geallieerde hoge officieren hun gesneuvelden op de militaire begraafplaats van Henri-Chapelle. Ook de Luikse gouverneur is aanwezig, naast duizenden gewone mensen die, te midden van een zee van kruisen en sterren, ingetogen hun medeleven betuigen. Tot op heden bestaan er trouwens nog steeds uitingen van genegenheid jegens de bevrijders. Zo bijvoorbeeld in de vorm van de adoptie van oorlogsgraven, een traditie die spontaan is ontstaan tijdens de eerste dagen van de bevrijding en die op heel wat plaatsen nog altijd voortleeft.

Generaal Eisenhower op de begraafplaats van Henri-Chapelle op 30 mei 1945. De militaire politie moet de menigte tegenhouden (collectie NARA).

Een nieuwe wereld

Men kan zich bovendien afvragen of de komst van de geallieerde legers niet meteen ook de zaden zaait van ingrijpende transformaties die voortduren tot op heden. Fundamentele transformaties komen er bijvoorbeeld in de vorm van een hernieuwd respect voor democratie en burgerschap, seksuele emancipatie, consumptiedrang, massa entertainment, het Engels als dominante taal, een nieuwe internationale orde met een hoofdrol voor de VS, en wat sommigen hebben omschreven als de “coca-kolonisering” van de wereld. Dat laatste verklaart misschien ook, zoals Alain Brossat heeft opgemerkt in zijn werk over Frankrijk in 1944-45, waarom “het Amerikaanse moment” in de herinnering van zoveel mensen onherroepelijk lijkt samengeperst tot een aantal “materiële fetisjen” zoals oploskoffie, de jerrycan, de jeep, sigaretten en kauwgom.

Een verpleegster van het Amerikaanse Rode Kruis geeft kauwgom aan Belgische kinderen (bron NARA).

Wellicht zijn het de inwoners van Oneux, een dorpje in de provincie Luik, die tijdens een vredesoptocht op 22 juli 1945 de meest indringende synthese brengen van wat de bevrijding voor veel Belgen betekent. Er zijn foto’s van bewaard.

In één groep in die optocht ziet men drie deelnemers uitgedost als GI’s. Zij kunnen gemakkelijk worden begrepen als symbolen van de nieuwe wereldorde waarin Amerikaanse hard power en soft power centraal zijn komen te staan. Dat zij ervoor hebben gekozen om zwarte GI’s uit te beelden, en dat nog een andere deelnemer zijn gezicht halfwit en halfzwart heeft geschilderd, geeft dan weer aan in welke mate raciale relaties verandering aan het ondergaan zijn, en welke uitdagingen dat stelt in termen van de koloniale macht en nationale identiteit van België. 

De bijzondere wagen in de vredesoptocht in Oneux ( Collectie CegeSoma - Rijksarchief OD4).

Twee andere actrices in dezelfde groep zijn jonge vrouwen. Ook hun optreden is bijzonder veelzeggend. Zij spelen gewoon zichzelf. Maar zij provoceren het publiek door te flirten met de zwarte soldaten en door zich uitdagend achter het stuur te plaatsen van het voertuig dat de groep voortbeweegt. Op die manier maken zij glashelder dat blanke dominantie én mannelijke autoriteit misschien nooit meer zullen zijn wat ze vroeger waren.

Het voertuig zelf wordt voortgetrokken door paarden. Maar het is een canvas replica van een jeep, en dus het symbool bij uitstek van de verleidelijke wereld van technologie en mobiliteit, en nog meer van de cultus van consumptie en overvloed die belooft de pijnlijke herinnering aan een tijdperk van opoffering te verstikken. Dit is waarlijk, zo vatten heldere witte letters aan de zijde van de vrouwelijke chauffeur van de jeep het allemaal samen, een “moderne bevrijding.”

De wagen gewijd aan (toen nog) Belgisch Congo in de vredesoptocht in Oneux in juli 1945 ( Collectie CegeSoma - Rijksarchief OD4).