Video player inladen...

22 mensen delen ruimtes, rechten, plichten én hun leven in cohousing: "Wij houden het al 30 jaar uit met elkaar"

Ze zijn met 22, de bewoners van de oude 19e-eeuwse Haringrokerij in Antwerpen. Dertig jaar geleden kochten ze de oude, deels geklasseerde site met zes jonge families van hetzelfde "gedacht". "Samen dingen doen en delen om zo meer tijd te creëren voor jezelf en voor anderen, dat was het motto", zegt bewoner Frederik. Dat vat het hele basisidee van "cohousing" samen: wonen op een plek met een gelijkgezinde groep, waar je ruimtes, rechten, plichten en liefst een goed leven deelt. Het beleid wil deze woonvorm promoten, maar een specifiek wettelijk kader bestaat nog niet. 

In de jaren 80 was De Haringrokerij een pioniersproject. De initiatiefnemers  hadden het niet begrepen op het verkavelingsmodel met alleenstaande huizen in de rand van steden. "Wij wilden in de stad blijven, zodat we alles te voet of met de fiets konden doen", vertelt bewoner Frederik. "Geen taximama's om de kinderen hun activiteiten te laten doen. Maar we wilden wel een vriendelijke omgeving, met mensen die je liggen, met wie we bepaalde dingen konden delen."

Samen dingen doen en delen, om zo tijd te creëren voor onszelf en voor anderen, dat was het opzet

En dus legden de zes jonge huishoudens hun spaarcenten samen en verbouwden de oude site tot een woonerf met een eigen woning met terras voor elk gezin, 2 gemeenschappelijke ruimten, een gemeenschappelijke tuin, tuinhuis, fietsenstalling en 2 kantoren voor bedrijfjes die worden verhuurd om de kosten van het complex te dragen. Het cohousingproject De Haringrokerij was geboren. "We zijn er 30 jaar later nog, nu zelfs met een paar kleinkinderen!", lacht Frederik. 

Kijk hier naar het verhaal van het cohousingproject 'De Haringrokerij"

Video player inladen...

Bij het woord cohousingproject denken mensen vaak aan woningdelen, gemeenschapshuizen, of zelfs communes zoals in de jaren 60. In elk geval wordt het opgevat als iets moeilijks met weinig privacy. We legden deskundigen drie clichés voor over cohousing. 

1. In een cohousingproject heb je geen privacy

Een gebrek aan privacy, dat is vaak wat mensen afschrikt om aan cohousing te beginnen. Maar klopt dat wel? Peter Vermeulen lacht.  Hij is architect en tekende de Haringrokerij, waar hij ook ging wonen. "Geen privacy, dat is een terechte bekommernis. Maar dat is perfect te organiseren. Je moet goede afspraken maken. De manier waarop je ruimtes indeelt bepaalt veel van hoe dingen functioneren. Je kunt je ruimtes perfect zo indelen dat je genoeg privacy hebt. Als je terras een klein beetje teruggetrokken is en aansluit bij de woning, dan ga je er zelf op zitten en nodig je af en toe je buren uit. En anders zitten die op hun terras, of op het gemeenschappelijke terras."

Bekijk hier de uitleg van Peter Vermeulen waarom je wel privacy kunt hebben in een cohousingproject. 

Video player inladen...

In cohousingprojecten gaat het om delen: een visie op wonen om te beginnen, maar ook ruimte, en materiaal. In de Haringrokerij delen de belendende huizen een kelder, of een zolder, maar ook een wasmachine en een stofzuiger. "Dat gaat vanzelf," zegt Peter. "Als je buur dan aan het wassen is, wacht je even of kom je later terug." Voor veel bewoners is het "waskot" ook een ontmoetingsplek waar je bijkletst met de buren, zo vertelt Betty.

Een grote gemeenschappelijke tuin is een grote meerwaarde voor opgroeiende kinderen

Peter Vermeulen, architect

Het delen gaat nog verder dan dat. "Cohousingsites zijn ook ontmoetingsplekken waar je rust kunt zoeken en waar je andere dingen kunt doen dan in de stad. Op die manier bieden ze een meerwaarde aan de stad", daarvan is Peter Vermeulen overtuigd. De voordelen reiken volgens hem zelfs verder. In de Haringrokerij stellen ze hun gemeenschappelijke ruimten soms ook ter beschikking van mensen of initiatieven van buitenaf.  Tentoonstellingen, of buren die ook een zaaltje nodig hebben voor een familiebijeenkomst. "Cohousing zal de eenzaamheid in de stad niet oplossen. Maar het is toch een verschil, een gemeenschappelijkheid die een meerwaarde biedt", vindt Peter Vermeulen. 

hdw

Daarom gelooft Vermeulen echt in de toekomst van cohousing. "En ik droom ervan om daar nog meer interactie met de omgeving te organiseren. Een ruimte indelen bepaalt voor een groot stuk hoe de groep functioneert." Intussen werkt hij ook aan een nieuw cohousingproject, waar een deel van de Haringrokerijbewoners heen trekt.

2. Cohousing regelen? Je moet ervoor gestudeerd hebben

Samen met verschillende gezinnen een cohousingproject opstarten, het is niet simpel. Zeker niet op juridisch vlak. "Maar ik zou op zich niet zeggen dat je echt een bolleboos moet zijn om een cohousingproject op te richten", reageert advocaat Joost Callebaut op het cliché. "Veel belangrijker is dat je volhardend bent en beslist waar je naartoe wil." Callebaut woont zelf in een cohousingproject en begeleidt in zijn job vaak gezinnen die dat ook willen doen.

Bekijk hier waarom Joost Callebaut pleit voor een apart statuut voor cohousingprojecten. 

Video player inladen...

Wanneer je als groep weet hoe je je wil organiseren, verzamel je best wat juridische expertise. "Doe een beroep op verschillende juristen, een notaris, een fiscalist, een boekhouder,...", raadt Callebaut aan. "Aan die mensen vraag je dan de vorm die het best past bij wat jullie als groep hebben gekozen."

We hebben van bij het begin nagedacht over wat er zou kunnen mislopen, en werden zo een hechte groep

Frederik, bewoner van De Haringrokerij

Dat hebben ze zeker gedaan bij De Haringrokerij. "Van in het begin zijn we met de groep op stap gegaan, hebben we onze fantasieën gedeeld van hoe het zou zijn om in De Haringrokerij te wonen", zegt Frederik. "We hebben zelfs intensieve sessies gehouden over wat onze grootste angst is. Wat zou er kunnen mislopen? We hebben dat gedeeld met elkaar. En zo zijn we wel een hechte groep geworden."

Ideaal zou zijn dat de wetgever een soort woonvereniging voorziet voor cohousingprojecten

Joost Callebaut, advocaat en bewoner van een cohousingproject

Vandaag is het niet echt duidelijk wat je juridisch nodig hebt voor een cohousingproject. Hoe je nu op papier zet wat van wie is, wat gemeenschappelijk is, enzovoort. "In de meeste gevallen wordt gekozen voor een vereniging van mede-eigenaars, zoals bij appartementsgebouwen", zegt Callebaut. "Maar je kan ook kiezen voor andere vormen: een vzw, een coöperatieve vennootschap,...." Een echt duidelijke juridische basis om van te vertrekken is er dus niet. "Ideaal zou eigenlijk zijn dat er een soort woonvereniging zou worden voorzien door de wetgever. Jammer genoeg is dat er nog niet", aldus Joost Callebaut.

3. Het is onmogelijk om een goede plek te vinden voor een cohousingproject

Wanneer je klaar bent om aan een cohousingproject te beginnen, waar vind je dan in godsnaam een plek? Dat lijkt bijna onbegonnen werk, denken velen. Is dat een misvatting? "Een locatie vinden is moeilijk, maar wel mogelijk", stelt coördinator van de organisatie Samenhuizen Roland Kums. "Een succesvol cohousingproject voldoet eigenlijk aan drie vereisten: een hechte groep, een gedeelde visie, en een geschikte locatie", aldus Kums. En zo'n geschikte locatie vinden gaat nu al heel wat makkelijker dan vroeger. "Dertig jaar geleden moest je alles zelf uitvinden", zegt Kums. "Een project op  poten zetten duurde 7 à 8 jaar. Dat is nu wel veranderd. Gemeenten zijn niet meer zo wantrouwig en de banken zijn makkelijker geworden. Nu krijg je het rond op 3 à 4 jaar."

Kijk hier hoe Roland Kums van Samenhuizen vertelt dat het volgens hem niet onmogelijk is om een plek voor je cohousingproject te vinden:

Video player inladen...

Vandaag woont minder dan 1 procent van de Belgen in een cohousingproject. Een goeie 25 procent zegt wel interesse te hebben om op die manier te wonen, maar doet het - nog - niet.  Waarom zijn er dan nog niet meer projecten, ondanks die stijgende interesse? "Het concept is onbekend", denkt Roland Kums. "Het is een moeilijk ontwikkelingstraject en er zijn wat risico's aan verbonden." 

Nochtans is er wel een verandering te merken in het beleid in Vlaanderen. In 2014 stond bijvoorbeeld in de Vlaamse regeringsverklaring dat de overheid dergelijke projecten mogelijk zou moeten maken.  Door oude sites een herbestemming te geven, open ruimtes voor te behouden of gronden in erfpacht te geven voor zulke woonprojecten. 

Je moet genoeg kunnen relativeren: tevreden zijn dat 80 procent van de dingen goed loopt

Roland Kums, coördinator Samenhuizen vzw

Volgens de toenmalige regering is het ook een manier om de eenzaamheid tegen te gaan en de samenhorigheid in de samenleving te bevorderen. "Voor een stuk werkt dat inderdaad zo", zegt Kums. "Maar je moet genoeg kunnen relativeren. Tevreden zijn dat 80% van de dingen goed loopt." In cohousingprojecten met diverse leeftijden bijvoorbeeld, blijken mensen wel met mekaar begaan. "Maar je mag geen professionele zorg verwáchten van elkaar. Zo wonen moet wel altijd een vrije keuze blijven, verplichten werkt niet", aldus Kums.

Morgen in de onlinereeks #mijnthuis: Vijftiger Christophe is alleenstaand en woont alleen.