archieffoto editie 2019
Jonas Roosens

Alle ogen gericht op Aalst Carnaval: van commotie rond Joodse karikaturen tot editie waarvoor zenuwen gespannen staan

Vandaag zijn alle ogen, ook die van de internationale media, op Aalst gericht. Dat heeft alles te maken met één wagen die na de editie van vorig jaar veel aandacht kreeg. De Joodse gemeenschap liet toen weten dat ze zich aangevallen voelde, omdat er een wagen was met karikaturale afbeeldingen van Joden. Na de oproep van de Israëlische minister van Buitenlandse Zaken om Aalst Carnaval te verbieden, is de discussie over wat kan en niet kan de voorbije dagen opnieuw opgelaaid. Wat is er gebeurd sinds de vorige editie van Aalst Carnaval? Een terugblik.  

Het thema van carnavalsgroep De Vismooil'n tijdens de 91e stoet op 3 maart 2019 is "Sabbatjoor 2019" omdat ze willen tonen dat ze krap bij kas zitten. Op hun wagen zijn karikaturen van Joodse mannen, met grote neuzen, pijpenkrullen en zakken geld, te zien.  De "koppen" zijn een jaar eerder ook al gebruikt in de stoet, toen stelden ze kruisvaarders voor. 

Het Forum der Joodse Organisaties (FJO) en het Coördinatiecomité van de Joodse Organisaties (CCOJB) laten na afloop van de stoet weten dat de beelden binnen de Joodse gemeenschap antisemitische (haatdragend tegenover Joden) bijklanken oproepen.

Foto hieronder: rechts ziet u een beeld uit de stoet van vorig jaar, links ziet u een beeld uit de jaren 30. 

De Joodse organisaties benadrukken dat ze wel degelijk humor aanvaarden, maar dat hier volgens hen bepaalde grenzen zijn overschreden.  "In een democratisch land heeft dit geen plaats in 2019, carnaval of niet", klinkt het.

In een democratisch land heeft dit geen plaats in 2019, carnaval of niet. 

Joodse organisaties na 91e editie Aalst Carnaval

Er komt kritiek in binnen- en buitenland, en ook de Europese Commissie reageert scherp. "Het zou vanzelfsprekend moeten zijn dat een parade van dergelijke voorstellingen in de straten van Europa absoluut ondenkbaar is, 74 jaar na de Holocaust", zegt Margaritis Schinas, toen woordvoerder van de Europese Commissie en intussen Europees commissaris bevoegd voor de Bescherming van de Europese Levenswijze. 

Unia brengt partijen rond de tafel

Unia, het interfederaal gelijkekansencentrum, brengt de betrokken partijen snel rond de tafel om te praten en begrip te creëren voor elkaars standpunt. De carnavalisten bezoeken met hun gezin ook de Kazerne Dossin in Mechelen, het documentatiecentrum over de Holocaust en Mensenrechten. 

In het dossier wordt door Unia gewezen op het “duidelijk antisemitische karakter” van de door de carnavalsgroep gebruikte stereotypen. "Die stereotypen zijn volgens de Belgische wetgeving evenwel slechts strafbaar wanneer er de kwaadwillige bedoeling achter schuilt om andere personen aan te zetten (op te roepen) tot discriminatie, segregatie, haat of geweld." Volgens Unia was dat niet het geval in dit dossier en zijn er dus geen strafbare feiten gepleegd. 

De slotconclusie van Unia, beschreven in een uitgebreid verslag, is dat de afbeeldingen niet discriminerend zijn, maar wel kwetsend.  Volgens Unia "hebben de carnavalisten van De Vismooil’n met hun praalwagen de wettelijke grenzen van de vrijheid van expressie, zoals vastgelegd in de Europese en Belgische wetgeving en rechtspraak, niet overschreden." 

De carnavalisten van De Vismooil'n hebben met hun praalwagen de wettelijke grenzen van de vrijheid van expressie niet overschreden. 

Verslag Unia

Meer aandacht voor elkaars gevoeligheden en het nodige begrip aan beide kanten, is essentieel volgens Unia. "Dat betrokkenen star blijven vasthouden aan hun eigen standpunten baat weinig of niet", staat er in het rapport. "Dat leidt alleen maar tot meer polarisering en zorgt er mogelijk voor dat volgende edities van carnaval steeds provocerender zullen worden en voor steeds meer polemiek zullen zorgen."

En net dat is iets waar ook Aalsterse carnavalisten nu zelf voor vrezen. Er zouden wagens zijn met Joden met lange tenen en in de carnavalswinkels gaan bepaalde attributen, zoals hoeden met pijpenkrullen, vlot over de toonbank. Verwacht wordt dat carnavalisten die de hele heisa intussen beu zijn, er net nog een schepje bovenop zullen doen.  

Dossier belandt ook bij Unesco

Aalst Carnaval is door Unesco, de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur sinds 2010 erkend als immaterieel erfgoed.  Unesco vindt dat de vrijheid van meningsuiting geen dekmantel voor haat mag zijn. "De karikaturen zijn respectloos en in strijd met de geest van het immateriële erfgoed", klinkt het.  De veelbesproken wagen met Joodse karikaturen wordt door Unesco als "racistisch en antisemitisch" bestempeld. In een persbericht op de website roept de organisatie de Belgische overheid op om te reageren.

Burgemeester D'Haese (foto hieronder) wil er alles aan doen om de Verenigde Naties duidelijk te maken waar het om draait. Hij hamert opnieuw op het belang van de context van carnaval (zie ook kaderstuk bovenaan in tekst). "Er kan geen sprake zijn van racisme of antisemitisme omdat zowel materieel als intentioneel de condities voor een belediging zelfs niet aanwezig zijn. Andere mensen moeten niet zeggen met wat we wel of niet mogen lachen."

(lees verder onder de foto) 

Laurie Dieffembacq

In september gaat D'Haese Aalst Carnaval in Parijs bij Unesco verdedigen.  "Ik heb ze eigenlijk vooral moeten uitleggen wat Aalst Carnaval is. Wij zijn geen racisten of antisemieten. Aalst Carnaval is vooral een volksfeest waar er recht is op spot, vrijheid en niemand ontspringt daarbij de dans."

Wij zijn geen racisten of antisemieten. Aalst Carnaval is een volksfeest waar er recht is op spot, vrijheid en niemand ontspringt daarbij de dans. 

Christoph D'Haese, burgemeester Aalst

Begin december, de maand waarin Unesco zal beslissen of Aalst Carnaval op de lijst voor immaterieel erfgoed blijft staan, kiest Aalst voor de vlucht vooruit: de stad beslist zelf om zich te laten schrappen van de lijst omdat ze uit een voorbereidende tekst van Unesco al afleiden dat ze hun erkenning zullen verliezen. Nooit eerder is iets van de Unesco-lijst geschrapt. Er is zelfs geen procedure voor. 

In Aalst lacht men met alles of zijn er grenzen die niet overschreden worden?

Deze week is de discussie of er in Aalst met alles gelachen kan en mag worden, opnieuw opgelaaid. Zeker nadat de minister van Buitenlandse Zaken van Israël gevraagd had om Aalst Carnaval te verbieden. Minister van Samenleven Bart Somers (Open VLD) vraagt dat Christoph D'Haese (N-VA) de carnavalisten overtuigt om geen Joodse karikaturen meer te gebruiken. Daarop antwoordt D'Haese dat hij geen censuur-burgemeester is en dat nooit zal worden. Voor Aalstenaars is carnaval een "omkeringsritueel", waarbij "met alles en met iedereen kan worden gelachen." 

Al krijgt Aalst hierop vaak de kritiek dat er niet gelachen wordt met de slachtoffers van de Bende van Nijvel (die in de jaren 80 een reeks overvallen pleegde, o.m. in de Delhaize van Aalst in 1985, daar vielen toen 8 doden, red.) . "Dat is een uiterst delicaat onderwerp, maar er bestaat nog altijd iets als een soort -ik druk het heel voorzichtig uit, het komt niet van mij- autocensuur.  Een carnavalist die te goeder trouw is, weet eigenlijk wel waar hij of zij mee kan lachen." 

Ook Willem Elias, voormalig professor agogiek aan de VUB, benadrukt dat het basisprincipe is dat er met alles en iedereen gelachen moet kunnen worden. Al vindt hij dat de geschiedenis van de Joden wel een belangrijke fijngevoeligheid vergt en dat er met de concentratiekampen en de Holocaust beter niet gelachen wordt. 

"Het voorwerp van spot wordt verondersteld mee te lachen, maar de Joodse gemeenschap heeft vorig jaar duidelijk laten weten dat ze er niet mee kan lachen, dan zou men er beter mee stoppen", suggereert Elias.  

Burgemeester D'Haese heeft al meermaals herhaald dat hij respect heeft voor de gevoeligheden van de Joodse gemeenschap. Hij doet daarom vrijdag in "De ochtend" op Radio 1 een dubbele oproep. "Aan de Aalstenaars: probeer als het niet nodig is, het (Joodse thema, red.) niet specifiek op te zoeken. Ik denk dat de mensen het ook gehad hebben met het onderwerp, men wil die hetze en commotie niet."

Zijn tweede oproep is gericht aan de internationale gemeenschap en de media. "Je kan het vergrootglas op heel wat dingen leggen, maar je kan het ook leggen op de creativiteit, op de jongeren die aan wagens werken en zo een zinvolle vrijetijdsbesteding hebben. Mensen moeten de vrijheid in het hart blijven dragen. Ik heb altijd gezegd: willen we eerst eens nagaan of de mensen van die fameuze carnavalsgroep echt iets verkeerd gedaan hebben? Mensen moeten durven vrijheid behouden, men moet dat doen wanneer anderen daarmee gestopt zijn. Laat ons eens vanuit dat aspect naar Aalst Carnaval kijken." 

Of er voldoende begrip en aandacht is voor elkaars standpunten en gevoeligheden, zoals Unia gevraagd had, zal blijken tijdens deze 92e stoet. 

Meest gelezen