Wordt het een jongen of een meisje? Dat "zit niet in de familie", maar is puur toeval

Wat hebben de Nederlandse koning Willem-Alexander, de Amerikaanse acteurs Bruce Willis en Matt Damon, en "onze" Jean-Marie Pfaff met elkaar gemeen? Allemaal zijn ze vader van een gezin dat bestaat uit (minstens) drie dochters. En alleen maar dochters. Maar ook in je nabije omgeving ken je allicht families waarin "alleen maar dochters" (of zonen) geboren worden. Of je jongens of meisjes krijgt, is genetisch bepaald, wordt wel eens gezegd, al is daar geen hard wetenschappelijk bewijs voor.  Een grootschalige studie veegt nu alle theorieën daarover van tafel.

Klopt de populaire overtuiging dat mensen genetisch voorbestemd zijn om meer kinderen van het ene geslacht te krijgen dan van het andere? Sommige wetenschappers denken dat de kans dat je ofwel een jongen ofwel een meisje krijgt, genetisch doorgegeven wordt via de vader. Al heeft niemand daar al een gen voor kunnen identificeren.

Anderen suggereren dat het te maken heeft met genetische eigenschappen die maken dat er een evolutionair voordeel is voor het ene geslacht boven het andere. Zo zijn er studies die speculeren dat grote ouders meer zonen krijgen, en "mooie" ouders meer dochters. Theorieën die -niet geheel onlogisch- kritiek kijgen. En nog andere opperen dat het te maken heeft met hormoongehaltes bij de ouders op het moment van de bevruchting.

Een nieuwe grootschalige internationale studie, die gegevens van 6,7 miljoen Zweden in de voorbije 90 jaar onderzocht, veegt al die theorieën van tafel. De kans dat je een meisje dan wel een jongen krijgt, is niet genetisch bepaald. Het komt neer op puur toeval.

(tekst gaat voort onder de foto)

Willem-Alexander en Máxima met hun drie dochters: Alexia en Ariane (links van Máxima) en Amalia (rechts van Willem Alexander)

Het principe van Fisher

De sex ratio, de verhouding tussen het aantal mannen en het aantal vrouwen in een samenleving, bedraagt 1 op 1, volgens het zogenoemde principe van Fisher. Dat zegt dat de verhouding tussen het aantal mannen en vrouwen in een populatie altijd ongeveer gelijk ligt. Het is iets wat de natuur uit zichzelf lijkt te regelen.

In een populatie met een ongelijke verhouding tussen de geslachten, zijn individuen van het zeldzamere geslacht vanuit biologisch-evolutionair perspectief "waardevoller". Bijgevolg zouden individuen die meer kinderen van het zeldzamere geslacht krijgen, "succesvoller" zijn om zich voort te planten. En dus zullen meer kinderen van het zeldzamere geslacht geboren worden tot de verhouding tussen het aantal mannen en vrouwen weer gelijk zit.

Ook de offspring sex ratio, de verhouding tussen het aantal jongens en meisjes dat in een familie geboren wordt, bedraagt 1 op 1. Ook hier speelt het principe van Fisher, waarbij geslacht iets is dat genetisch doorgegeven wordt. Alleen is daar dus nog geen wetenschappelijk bewijs voor.   

"Geslacht voorspellen is onmogelijk"

Een team internationale wetenschappers onderzocht de offspring sex ratio van meer dan 6,7 miljoen Zweden in een periode van bijna 90 jaar. Ze keken in de bevolkingsregisters naar alle Zweden die geboren zijn sinds 1932 en minstens één kind kregen voor 2014. Een totaal van 4,7 miljoen geboortes. Het is de grootste studie naar de mogelijke genetische factor bij de kans op een jongen of een meisje tot nu toe.

De wetenschappers gingen na of broers en zussen in een gezin de neiging hadden om kinderen van een gelijk geslacht te hebben. Met andere woorden: ze keken naar de neefjes en nichtjes. "Broers en zussen delen genetisch materiaal. Als de kans dat je een jongen of meisje krijgt genetisch bepaald zou zijn, zouden broers en zussen dezelfde verhouding in geslacht bij hun kinderen moeten zien", zegt Brendan Zietsch van de University of Queensland en hoofdauteur van de studie. Maar dat bleek dus niet het geval.

Het team zag ook dat families met twee kinderen meestal een jongen en een meisje hadden, de bekende koningswens. Een verdeling die meer dan verwacht door toeval bepaald werd. Families met meer kinderen leken ofwel meer jongens ofwel meer meisjes te hebben. Maar dit is niet genetisch, volgens de studie. De wetenschappers zeggen dat het meer te maken heeft met de ouders die nog meer kinderen willen, nadat ze al de gezinssamenstelling hebben die ze oorspronkelijk voor ogen hadden.

Dat werd ook bevestigd door verder onderzoek: het is onmogelijk om het geslacht van een kind te kunnen voorspellen op basis van het geslacht van de eerdere kinderen in het gezin.

"Jongen of meisje? Dat is toeval"

"De kans dat je een jongen krijgt is 51 tegenover 49 (er is met andere woorden een zeer miniem "voordeel" voor jongens, red), maar de genen van de vader of de moeder spelen daarin geen rol", zegt hoofdonderzoeker Brendan Zietsch. "Mensen hebben geen aangeboren neiging om kinderen van het ene of het andere geslacht te hebben. Het is in essentie willekeurig. Of je nu veel jongens of meisjes in je familie hebt, dat is gewoon toeval."

Mensen hebben geen aangeboren neiging om kinderen van het ene of het andere geslacht te hebben. Het is in essentie willekeurig.

Hoofdonderzoeker Brendan Zietsch

"En dat vonden we eerlijk gezegd wel verrassend", zegt mede-auteur Rald Kuja Halkola, omdat heel wat andere complexe menselijke eigenschappen wel in een bepaalde mate erfelijk zijn. Omdat hun onderzoek zoveel mensen en zoveel geboortes omvatte -"alle Zweden na 1932 waren erbij betrokken"-, zijn de wetenschappers vrij zeker van hun bevindingen.

"Onze resultaten sluiten alle eerdere suggesties van een genetische factor uit. We moeten de offspring sex ratio-theorie opnieuw bekijken. Zo krijgen we een beter inzicht in waarom precies de verhoudingen tussen jongens en meisjes anders kunnen zijn, verschillend van land tot land bijvoorbeeld", aldus Zietsch.

Andere factoren?

Eerdere onderzoeken wezen op mogelijke andere bepalende factoren als voedseltekort (een studie uit 2012 toonde dat tijdens de hongersnood in China in de tijd van dictator Mao meer meisjes dan jongens geboren werden) en klimaatverandering (volgens een studie uit 2019 worden meer jongens geboren op plaatsen waar de temperatuur stijgt).

De wetenschappers willen niet uitsluiten dat extreme of andere leefomstandigheden een rol spelen.  "Maar we kunnen met zekerheid zeggen dat de veranderingen in leefomgeving die Zweden geboren sinds 1932 meemaken, geen invloed hadden op de kans dat ze jongens of meisjes kregen", zegt Zietsch.

Meer lezen?

Meest gelezen