Jonas Roosens

Aalst Carnaval zegt tegen de Joodse gemeenschap: "Jullie horen erbij, bij ons feest van karikaturen"

Aalst Carnaval durft zichzelf wel degelijk in vraag te stellen, stelt godsdienstleerkracht Erik Buys. De échte carnavalist is volgens hem niet wereldvreemd, maar nodigt iedereen uit, van welke culturele achtergrond ook, om deel te nemen aan het feest. Op een paradoxale manier zegt de Aalsterse carnavalist tegen de Joodse gemeenschap: "Jullie horen erbij, bij ons feest van de karikaturen". Het is net het DNA van carnaval dat alles relativeert om "inclusie" mogelijk te maken.

Carnaval is geen bloedernstige zaak. Het is een feest van wansmaak én smaak.

Carnaval relativeert elke identiteit, iedereen is er gelijk voor de wet van het buiten de lijntjes kleuren. Dat was bij de nazi's bijvoorbeeld niet zo. In hun stoeten werden ongelijkheden gecreëerd. 

De échte carnavalist spot met de letterlijk bloedserieuze ernst die eigen is aan totalitaire regimes. De échte carnavalist neemt dan ook zichzelf en carnaval uiteindelijk niet ernstig.

De échte carnavalist heeft geen lange tenen. Die relativeert, spot creatief, met een kwinkslag. Het zou ironisch zijn dat hij met humor heilige huisjes instampt, maar niet zou kunnen lachen met zijn eigen dwaasheden. Humor die zichzelf niet kan relativeren is geen humor. 

Carnaval relativeert elke identiteit, iedereen is er gelijk voor de wet van het buiten de lijntjes kleuren

Carnaval is geen heilig huisje. Het is géén bloedernstige zaak. Carnaval verdraagt kritiek en zelfrelativering. 

De échte carnavalist is ook niet wereldvreemd. Die nodigt iedereen uit, van welke culturele achtergrond ook, om deel te nemen aan het feest. Je kan de Joodse karikaturen dan ook anders lezen. Ze blijven weliswaar belast als expliciete symbolen van een antisemitische geschiedenis, maar de Aalsterse carnavalist weigert zich neer te leggen bij die geschiedenis.

Het is niet omdat die karikaturen bekend staan als uitingen van antisemitisme dat ze dat voor eens en altijd moeten blijven. Het is niet omdat er in de rest van de wereld plaatsen zijn waar Joden worden uitgesloten of onderdrukt, dat Aalst één van die plekken is. 

Op een paradoxale manier zegt de Aalsterse carnavalist tegen de Joodse gemeenschap: "Jullie horen erbij, bij ons feest van karikaturen, ook van de karikaturen die we over onszelf maken als Aalstenaars. Wat ons betreft, zullen die karikaturen over jullie nooit meer kunnen worden gebruikt om jullie te discrimineren." 

Carnaval is geen heilig huisje. Het is géén bloedernstige zaak. Carnaval verdraagt kritiek en zelfrelativering. 

Zondag zullen er Aalstenaars zijn die op een creatieve manier zichzelf door de mangel halen terwijl ze tegelijk, "subtiel wansmakelijk", de beschuldigingen van antisemitisme zullen aanklagen. Hopelijk zullen de media de humoristische Aalstenaar in beeld brengen, met zijn zelfspot, en niet die enkele oproerkraaiers die een volksfeest misbruiken om olie op vuren te gooien. 

Dat laatste zou compleet indruisen tegen het DNA van carnaval, dat precies relativeert om "inclusie" mogelijk te maken, wars van elke totalitaire discriminatie. Carnaval is niet het feest dat wordt opgelegd door een dictatuur. Het durft zichzelf wel degelijk in vraag te stellen. Carnaval is géén bloedernstige zaak.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.

Meest gelezen