Een teek, die de ziekte van Lyme kan verspreiden, heeft zich vastgebeten in een mens.

Aantal traditionele plantaardige middelen werkt uitstekend tegen lymeziekte

Amerikaanse onderzoekers hebben in proefbuizen 14 plantenextracten getest op hun werkzaamheid tegen Borrelia burgdorferi, de bacterie die de ziekte van Lyme veroorzaakt. De helft ervan bleek beter te werken dan de antibiotica die nu gebruikt worden om de infectie te bestrijden. Een aantal andere middelen die veel gebruikt worden door patiënten, hadden dan weer weinig of geen effect. De onderzoekers zeggen dat meer onderzoek en klinische tests nodig zijn om zekerheid te krijgen. 

De ziekte van Lyme, die ook lymeborreliose genoemd wordt, is de meest voorkomende vectorziekte in het noordelijk halfrond. Een vectorziekte is een ziekte die voor haar verspreiding deels of volledig afhangt van vectoren, ongewervelde organismen zoals muggen, vliegen, teken of vlooien die ziekteverwekkers of parasieten overbrengen van de ene gastheer naar een andere. 

In dit geval gaat het om schapen- of hertenteken die, vooral in het onvolwassen, nog niet geslachtsrijpe nimf-stadium, de bacterie Borrelia burgdorferi en een aantal nauw verwante soorten overbrengen op de mens.

Momenteel worden er in Europa zo'n 65.000 nieuwe besmettingen per jaar gemeld en in de VS meer dan 300.000. Die aantallen gaan in stijgende lijn door de opwarming van de aarde en het uitbreiden van de voorsteden met meer groen en dus ook meer teken.

De standaardbehandeling van lymeziekte, een antibioticakuur van 2 tot 4  weken, is niet altijd effectief: minstens 10 tot 20 procent van de behandelde patiënten blijft na de behandeling nog symptomen vertonen. 

Patiënten met de ziekte van Lyme in een laat stadium kunnen veel verschillende symptomen vertonen, waaronder vermoeidheid, pijn in de gewrichten, geheugenproblemen, verlamming in het gezicht, constante pijn, een stijve nek, hartkloppingen en erge hoofdpijn. Het ontdekken van nieuwe behandelingen tegen de ziekte van Lyme is dan ook erg belangrijk. 

Opname met een rasterelektronenmicroscoop van in een labo gekweekte Borrelia burgdorferi-bacteriën

Beter dan antibiotica

In een nieuwe studie hebben onderzoekers van de Johns Hopkins Bloomberg School of Public Health en hun collega's van het California Center for Functional Medicine en de Focus Health Group het vermogen onderzocht van 14 plantenextracten om Borrelia burgdorferi te doden en dat vergeleken met de antibiotica die momenteel gebruikt worden tegen lyme, doxycycline en cefuroxime. 

De onderzoekers testten de effectiviteit van de extracten in vitro - in glas, dus niet in een levend organisme maar in een  reageerbuis of een petrischaaltje - tegen de vrij rondzwemmende 'plankton' vorm van de bacterie en ook tegen microkolonies. Microkolonies zijn een opeenhoping van bacteriën en het eerste stadium in de ontwikkeling van biofilms - gestructureerde gemeenschappen van bacteriën die op een oppervlak kleven en die ingebed zitten in een slijmerige, extracellulaire matrix. 

Uit het onderzoek blijkt dat 8 van de geteste extracten prima resultaten opleverden en 7 van de geteste planten, van de zwarte walnoot werden namelijk twee verschillende extracten getest. De extracten van zwarte walnoot (Juglans nigra), kattenklauw (Uncaria tomentosa), zomeralsem (Artemisia annua), cistusroos  (Cistus incanus) en Baikalglidkruid (Scutellaria baicalensis) waren sterk actief tegen B. burgdorferi en deden het beter dan de twee antibiotica die getest werden.

Veruit de beste resultaten werden echter behaald met extracten van Ghanese kinine (Cryptolepis sanguinolenta, ook bekend als yellow-dye root, nibima of kadze) en Japanse duizendknoop (Polygonum cuspidatum).

Zomeralsem, een van de geteste planten.
Raffi Kojian/Wikimedia Commons/CC BY-SA 3.0

Ghanese kinine en Japanse duizendknoop

Ghanese kinine is een struik uit West-Afrika die het antibacteriële alkaloïde cryptolepine bevat, en die gebruikt wordt in de volksgeneeskunde om malaria, hepatitis, bloedvergiftiging en tuberculose te behandelen. Alkaloïden zijn verbindingen uit planten die stikstof bevatten en die vaak zeer giftig zijn. 

Japanse duizendknoop is een vaste plant die oorspronkelijk uit Japan komt, maar nu in veel landen als 'invasieve exoot' een echte plaag is. Hij wordt in Japan en China als traditioneel geneesmiddel gebruikt en bevat het polyfenol resveratrol. Een polyfenol is een flavanoïde - een plantaardige chemische verbinding - met een an­ti­oxi­dan­te wer­king, die dus een zekere bescherming biedt tegen vrije radicalen. Uit eerdere preklinische studies was al gebleken dat Japanse duizendknoop werkzaam was tegen tumoren en ontstekingen en het zenuwsysteem en het hart beschermt.   

Nu bleek dat extracten van de beide planten microkolonies van Borrelia burgdorferi doden en de deling - dus de voortplanting - van de vrij rondzwemmende vorm verhinderen, zelfs bij lage concentraties - tussen 0,03 en 0,5 procent.

Opvallend was dat een enkele behandeling van 7 dagen met een oplossing met 1 procent Ghanese kinine de bacterie volledig kon uitroeien - ze begon niet opnieuw te groeien als het middel niet meer aanwezig was, zelfs niet onder optimale omstandigheden. 

"Deze studie biedt het eerste overtuigend bewijs dat sommige kruiden die gebruikt worden door patiënten zoals Cryptolepis, zwarte walnoot, zomeralsem, kattenklauw en Japanse duizendknoop erg werkzaam zijn tegen de lymeziektebacterie, in het bijzonder tegen de persistente vormen in een slaaptoestand, die niet gedood worden door huidige antibiotica tegen lyme", zei mede-auteur doctor Ying Zhang van de Johns Hopkins Bloomberg School of Public Health. 

"Deze bevindingen zijn opwindend aangezien ze mogelijkheden bieden voor een verbeterde behandeling van persistente lymeziekte, die door de huidige standaardbehandeling niet verholpen kan worden. We hebben interesse om deze krachtige plantaardige geneesmiddelen verder te evalueren door dierproeven en ook door klinische testen."

Illustratie van de monddelen van een teek.

Niet alle extracten werkzaam

Niet alle geteste verbindingen of kruiden leverden echter positieve resultaten op tegen de bacterie. Extracten van grapefruitpitten (Citrus x paradisi), bitterspitje of groene chireta (Andrographis paniculata), ashwaganda of Indiase ginseng (Wihania somnifera), honingkruid of stevia (Stevia rebaudiana), grote kaardebol (Dipsacus fullonum) en een kaardebol uit het zuidwesten van China (Dipsacus asper) hadden weinig of geen effect, net als de chemische stoffen colloïdaal zilver of zilverwater, monoglyceride monolaurine en het antibacteriële peptide LL37 uit menselijke immuuncellen.

Dat was verrassend, aangezien anekdotische en preklinische studies lieten vermoeden dat ze effectief zouden kunnen zijn, en ze vaak gebruikt worden in de gemeenschap van patiënten en behandelaars van de ziekte van Lyme.

"Vele duizenden lyme-patiënten, bovenal degene met symptomen uit de latere stadia die niet afdoende behandeld zijn, hebben een grote behoefte aan doeltreffende, toegankelijke behandelingsopties", zei mede-auteur doctor Sunjya K. Schweig, CEO en mededirecteur van het California Center for Functional Medicine en lid van de wetenschappelijke adviesraad van de Bay Area Lyme Foundation.

"Patiënten en hun artsen wenden zich steeds meer tot plantaardige remedies als bijkomende behandelingsopties, en we hopen dat deze bevindingen de weg zullen wijzen naar een beter begrip van deze therapieën. Maar er zijn nog verdere preklinische studies en klinische testen nodig om bewijs vast te leggen voor een effectieve behandeling van patiënten met de ziekte van Lyme", benadrukte mede-auteur Jacob Leone van de FOCUS Health Group.

De studie van Jie Feng, Leone, Schweig en Zhang is gepubliceerd in Frontiers in Medicine. Dit artikel is gebaseerd op een persbericht van Frontiers.