Kritiek op Aalst Carnaval zomaar wegwuiven, draagt wél bij tot antisemitisme en homofobie 

We hebben een probleem met antisemitisme, we hebben een probleem met homofobie en transfobie, en zo veel andere vormen van discriminatie, zegt onderzoeker Tine Kempenaers. Dat carnavalisten de kritiek op hun kostuums en de kwetsende karikaturen zomaar onder de mat vegen, bemoeilijkt volgens haar het maatschappelijk debat over de bestrijding van die problemen.

In haar opiniestuk over het Aalst carnaval maakt onderzoeker Iris Steenhout een vergelijking tussen de weerklinkende kritiek op de antisemitische karikaturen van het carnaval en het gebrek aan kritiek op de eveneens provocerende “Voil Jeanetten” traditie van het carnaval.

In tegenstelling tot de conclusie die Steenhout baseert op deze vergelijking, stel ik wél vast dat deze beide zaken problematische voorbeelden van respectievelijk antisemitisme en homofobie en transfobie zijn. 

Joodse karikaturen en de "Voil Jeanetten" zijn even problematisch

Steenhout vraagt zich af wat holebi’s moeten “concluderen uit het feit dat Unesco en politici in binnen- en buitenland scherp veroordelen wat er gebeurt wanneer het om Joden gaat, maar het tegelijk blijkbaar acceptabel vinden dat dinsdag, de dag van de "Voil Jeanetten", een hele dag wordt uitgetrokken om elke mogelijke karikatuur van homoseksuelen in de verf te zetten.” Een conclusie die we kunnen trekken uit wat Steenhout beschrijft, is dat er inderdaad zaken zijn die op dit moment meer of minder aandacht krijgen in de grote media.

De vraag naar de correctheid van de “Voil Jeanetten” hoeft echter geen plaats weg te nemen van de kritiek op de Joodse karikaturen. Door de problematiek van de Joodse karikaturen en die van de “Voil Jeanetten” te vergelijken, lijkt er een competitieve spanning te ontstaan tussen verschillende minderheidsgroepen, maar zulke argumenten brengen ons geen stap verder. Het is een goede vraag waarom het ene meer politieke aandacht krijgt dan het andere, maar het antwoord is niet dat het ene minder problematisch is dan het andere. 

 De “Voil Jeanetten” traditie vindt absoluut wel plaats in een context van homofobie en transfobie. 

De suggestie dat de “Voil Jeanetten” zouden kunnen geïnterpreteerd worden als homohaat schuift Steenhout bovendien opzij: “Natuurlijk niet". De “Voil Jeanetten” traditie vindt echter absoluut wel plaats in een context van homofobie en transfobie. Steenhout haalt zelf aan dat het tot op vandaag niet goed gesteld is met de cijfers van homofoob geweld en homofobe wetgeving. Om nog maar te zwijgen van transfoob geweld, waar transvrouwen disproportioneel vaak het slachtoffer van zijn.

Dat de “Voil Jeanetten” in Aalst één dag kunnen rondlopen in een kader van theatraliteit en spektakel, staat in wrang contrast met de dagelijkse realiteit van homofoob en transfoob geweld. 

Onwetendheid

De vraag weerklinkt om deze zaken in hun context van het carnaval te plaatsen, maar wat met de maatschappelijke context van structureel racisme, antisemitisme, homofobie, en transmisogynie waarin het carnaval plaatsvindt? Dat de kwaadaardige intentie achter de Joodse karikaturen de Aalsterse carnavalisten “totaal vreemd” is, neemt niet weg dat dit soort beeldspraak functioneert binnen een bredere context. Het wijst bovendien op een grote onwetendheid. Zo kunnen ook de “Voil Jeanetten” geen haat of discriminatie bedoelen, toch draagt de stoet impliciet bij tot een haatdragend of discriminerend discours. 

Het mag dan wel zo zijn dat het historische ontstaan ervan geen expliciet homofobe of transfobe bedoelingen had, en deze kennis kan het fenomeen inderdaad anders kaderen, maar het is erg moeilijk om de specifieke beeldspraak los te koppelen van het patroon van geweld en discriminatie in onze maatschappij. Mensen die deelnemen aan de “Voil Jeanetten” zijn daarom niet gelijkgesteld aan zij die effectief geweld uitoefenen, maar ze geven op een gelijkaardige manier betekenis aan de ambiguïteit van mannelijkheid en vrouwelijkheid die in de stoet wordt gerepresenteerd. 

De voorbeelden uit het Aalst Carnaval zijn of bedoelen misschien geen haat, maar dragen wel bij tot patronen van homofobie, transfobie, antisemitisme en racisme

Vele reacties betrekken de kritiek op een individueel niveau en zijn daarom erg defensief. Volgens Amerikaanse socioloog Robin DiAngelo zorgen dit soort reacties ervoor dat de structurele aard van problemen als racisme en seksisme onzichtbaar wordt. “Deze defensieve houding is geworteld in de foute maar wijdverspreide veronderstelling dat discriminatie op basis van ras enkel intentioneel kan zijn”, schrijft ze in haar boek White Fragility

De voorbeelden uit het Aalsters carnaval zijn of bedoelen misschien geen haat, maar dragen wel bij tot patronen van homofobie, transfobie, antisemitisme en racisme omdat de beeldspraak die erin gebruikt wordt, functioneert in een historische en culturele context waarin deze zaken onlosmakelijk verbonden zijn aan een structurele realiteit die al te vaak wordt ontkend. Wat zou er gebeuren als men deze kritiek serieus zou nemen en zou kaderen in haar bredere historische context in plaats van haar te zien als een persoonlijke belediging? Op deze manier worden productieve reflecties en discussies onmogelijk.

Steenhout impliceert zelfs dat het gebruik van deze karikaturen een teken zou zijn van acceptatie: “We krijgen geen inclusief feest door één bevolkingsgroep uit te sluiten. Door Joden mee in hun volksfeest van (zelf)spot te trekken, geven de carnavalisten eigenlijk aan dat ze Joden net als gelijken zien.”

Dit is een zeer pijnlijk argument. Het suggereert dat er sprake zou moeten zijn van dankbaarheid in plaats van kritiek en legt het probleem opnieuw bij de kritiek zelf in plaats van bij hetgene dat wordt bekritiseerd. Wat voor representatie is het carnaval? Werden er effectief Joodse mensen betrokken bij de organisatie? Moet men nu dankbaar zijn omdat ze tenminste worden gerepresenteerd, ook al is het via beeldspraak die al eeuwenlang functioneert in een discours van antisemitisme? Jakkes.

Aalst Carnaval is maar één voorbeeld van deze belangrijke, actuele discussies die eigenlijk gaan over een veel bredere context. We hebben een probleem met antisemitisme, we hebben een probleem met homofobie en transfobie, en zo veel andere vormen van discriminatie. Hoe pakken we die problemen aan? Een discours van competitie en een defensieve houding zijn duidelijk niet het antwoord. 

James Arthur Photography

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.

Meest gelezen